'Het is tijd om de whiskyfles te kurken, de Jaguar in de garage te rijden en Wagner uit te zetten', zo nam thrillerschrijfster P.D. James in 1999 afscheid van de onvergetelijke Inspector Morse. The Remorseful Day werd zijn laatste zaak. Auteur Colin Dexter liet duidelijk weten dat hij niet op zoek was naar een deus ex machina zoals de Reichenbachwatervallen, die Sherlock Holmes deden herleven. 'Ik heb zo'n tachtig inwoners van Oxford laten sterven in mijn dertien boeken en dat is genoeg', aldus Dexter.

Morse is in heel de wereld een vertrouwde naam geworden. En dat is zonder twijfel te danken aan de televisiereeksen en acteur John Thaw, die drie jaar na Morse overleed. Thaw was synoniem geworden van Morse. Bijna onvervangbaar. Ook de televisiemakers beseften dat. Maar er was een tweede sterke persoonlijkheid in de politieromans van Dexter: sergeant Lewis, vertolkt door Kevin Whately. Sterk genoeg om een nieuwe reeks te starten. Dexter, inmiddels 78, keek en zag dat het goed was.

Lezen doe je de Morse-romans niet om de sterke karakteranalyses of het diepe psychologische inzicht. Morse is een knorrige, gierige, ondankbare, emotionele, eigenzinnige vrijgezel die maar al te graag zijn belezenheid, muzikale kennis en algemene eruditie toont. Als hij geen tien keer per dag verliefd wordt, is hij nog melancholieker dan anders. Lewis is zijn altijd gedienstige rechterhand die altijd het rondje in de pub betaalt, en zowat de enige die met zijn baas goed kan opschieten. Minder denker dan doener, steeds met de voeten op de grond. In de romans zijn ze ongeveer even oud, in de televisiereeks is Lewis heel wat jonger. Morse is de vaderfiguur waar Lewis naar opkijkt. Het politiewerk gebeurt intuïtief, niet altijd echt wetenschappelijk, onorthodox, tastbaarder dan een Holmes of een Poirot. Wat je bij Colin Dexter krijgt, is zekerheid en een stevige puzzel. Meer who- dan whydunit.

De moorden hebben steevast te maken met pornografie, afpersing, een verborgen verleden, stiekeme seks. En natuurlijk de roddels, affaires en geheime agenda's van het academische wereldje in Oxford. Dexter begon op latere leeftijd te schrijven; hij was midden veertig toen hij Last Bus to Woodstock publiceerde. Een beetje uit noodzaak, want hij doceerde klassieke talen in Oxford en kreeg gehoorproblemen. Ontkennen dat hij veel van zichzelf in Morse heeft gestoken doet hij niet. In de meeste afleveringen van de tv-reeks heeft hij ook een cameo. The Randolph Hotel, de setting voor The Jewel That Was Ours, de negende Morse, heeft inmiddels een 'Morse Bar'. Het ligt in het centrum van Oxford, tegenover het wereldberoemde Ashmolean Museum met werk van Rembrandt, Picasso en Holbein. 'Oxford is de plek waar ik het meest van houd. Voor mij de mooiste stad van Europa. Ze geeft mij zekerheid.' Ook in de Lewis-reeks heeft de bescheiden Dexter een cameorol, meestal met een pint in de hand.

Fred Braeckman