Woody Le Fou. Ik heb mezelf blauw gekleurd naar model van Jean-Paul Belmondo in Pierrot le fou - je weet wel, die scène waarin hij zijn gezicht beschildert en dreigt zichzelf op te blazen. Ik heb altijd al een fascinatie voor Belmondo gehad. Die manier van spelen - onderkoeld, nuchter en experimenteel -spreekt mij heel hard aan. Het is ook een running gag in het mailverkeer met mijn broer:...

Woody Le Fou. Ik heb mezelf blauw gekleurd naar model van Jean-Paul Belmondo in Pierrot le fou - je weet wel, die scène waarin hij zijn gezicht beschildert en dreigt zichzelf op te blazen. Ik heb altijd al een fascinatie voor Belmondo gehad. Die manier van spelen - onderkoeld, nuchter en experimenteel -spreekt mij heel hard aan. Het is ook een running gag in het mailverkeer met mijn broer: hij noemt me Belmondo, ik hem Delon. Het is dus geen masker, als je dat zou denken. Wie mij goed kent, weet dat ik geen man van maskers ben. What you see is what you get. Ik ben een open boek, tenminste: voor mensen bij wie ik me op mijn gemak voel. Ik ben heel eerlijk. Ik kan niet liegen. Ik kan me niet anders voordoen dan ik ben. Of dat geen beperking is als acteur? Het kan toch ook bevrijdend werken? Een mens is meer dan één ding, hé. Op de planken of voor de camera kan ik wel in iemand anders verdwijnen. Alleen ligt dat in het echte leven iets anders. Er zit een oude ziel in mij. Vandaar de rimpels en het kalende kopje. Dat heeft er altijd al ingezeten. Zelfs in de lagere school wandelde ik minder onbekommerd en onbezonnen over de speelplaats dan mijn klasgenootjes. Niets is voor altijd, alles gaat voorbij. Dat besef is er altijd geweest. Open armen, open hart. Klinkt een beetje als een smartlap. (Lacht) Maar het is wel hoe ik mezelf zie. Ik wil voor honderd procent leven, anders voel ik het niet. Het leven en de mensen die ik graag heb in mijn armen sluiten. Onvoorwaardelijk. Heb je Public Enemies gezien? 'What do you want?', vraagt Marion Cotillard op een bepaald moment aan Johnny Depp. 'Everything right now', zegt Depp. Wel, dat ben ik in een notendop. Ik hoop dat de rust op een dag komt. Ik ben soms een ongeleid projectiel, maar ik kan ook zoeken, denken, twijfelen en in de knoop liggen. Die kant van mij krijg je iets minder te zien. Ik verlang daar wel naar: dat ik tevreden zal zijn en mijn vrede heb gevonden. En ik denk dat het met het ouder worden ook wel zal komen. Ik heb daar ook geen schrik voor, ik kan me perfect voorstellen hoe ik er als oude man zou uitzien. Onder een kerselaar zitten of op het terras van de plaatselijke brouwerij, wachtend op mijn duiven. Die rust komt nog wel. GEERT ZAGERS