Eerste zin De vis was er eerst.
...

Eerste zin De vis was er eerst. Ingrid Barrøy staat er alleen voor. Helemaal in haar eentje moet ze het op het eiland van haar voorouders, voor de barre Noorse kust, zien te redden. Dat is an sich al geen pretje, en al helemaal niet in 1944, wanneer de stalen klauwen van de nazi's tot in de kleinste Noorse dorpjes reiken. De mannen in haar leven zijn verdwenen - verdronken op zee, gesneuveld op het slagveld, gevlucht naar warmere oorden. Maar het gebrek aan brute spierkracht deert haar niet. Ze is nooit beducht geweest voor hard werk. De voorouderlijke boerderij staat dan wel te verkommeren, maar vissen kan ze als de beste en desnoods kan ze nog op het vasteland kabeljauw gaan fileren, tien uur per dag. Ze had erover gehoord, over die Duitse oorlogsbodem die in de buurt was gezonken, maar het is pas wanneer ze een doodzieke soldaat op haar hooizolder ontdekt dat de oorlog akelig dichtbij komt. Ze lapt de jongeman op, niet wetend of ze nu een nazi of een krijgsgevangene in huis heeft gehaald en wat ze met hem moet aanvangen. Wat ze instinctief wel goed beseft: niemand op het vasteland mag van zijn bestaan afweten. Maar dorpen blijven dorpen, en niet veel later ontwaart ze een sloep voor het eiland met daarin een Duitse commandant en een paar collaborateurs. Moet ze de aangespoelde man aangeven, of het naïeve meisje spelen dat geen weet heeft van het gezonken oorlogsschip? Witte zee is het tweede deel in Roy Jacobsens Barrøy-cyclus en net als in het eerste deel, De onzichtbaren (dat zich in de jaren 1920 in dezelfde familie afspeelde), maakt zijn oog voor ambachtelijk detail het harde leven op het eiland tastbaar. De uitgebreide beschrijvingen stremmen de tijd, zodat de weinige gebeurtenissen eruit oplichten als het noorderlicht. Puur Scandinavisch vakwerk dat laat zien hoe een dappere vrouw kan overleven in grimmige tijden.