Hier is iets wat u vast nog niet wist: Japanse schoolmeisjes vallen massaal voor Ed Simons en Tom Rowlands, het duo achter The Chemical Brothers. Dat zou aan hun 'aaibaarheid' liggen. Vast wel, want de Britten hebben het charisma van een dweil en hun X-factor is onbestaande. Alleen Rowlands gele brilglazen zien er hip uit, en die zijn een geschenk van echtgenote Vanessa Rand. Maar ze mogen er dan als complete nerds uitzien, op hun platen gaan de twee Brothers voluit voor de grote kick, met als leuze - naar Morrissey - 'a rush and a push and the land that we stand on is ours'. Hun allereerste songs, zoals Chemical Beats en Song To The Siren , stonden bol van woede en frustratie en schopten de dance, die begin jaren negentig doodbraaf was geworden, eens flink tussen de benen. Vandaag zitten techno en house opnieuw in een dipje, met pioniers als Underworld en Orbital die maar een schim van het verleden meer zijn. Na de vorige cd Come With Us vreesden we even dat The Chemical Brothers dezelfde kant opgingen, maar Push The Button is net het soort plaat waar we nood aan hadden, met vitale en opwindende beats en een stel dancenummers die als rake rechtsen je hoofd door elkaar schudden. Het is een plaat met het vuur van jonge honden, wat des te verbazender is als je ziet hoe de twee groeps-leden heel gereserveerd en teruggetrokken in een zetel weggedoken zitten op hun hotelkamer in Londen. Zo vragen ze natuurlijk om een beetje uit hun tent te worden gelokt.
...

Hier is iets wat u vast nog niet wist: Japanse schoolmeisjes vallen massaal voor Ed Simons en Tom Rowlands, het duo achter The Chemical Brothers. Dat zou aan hun 'aaibaarheid' liggen. Vast wel, want de Britten hebben het charisma van een dweil en hun X-factor is onbestaande. Alleen Rowlands gele brilglazen zien er hip uit, en die zijn een geschenk van echtgenote Vanessa Rand. Maar ze mogen er dan als complete nerds uitzien, op hun platen gaan de twee Brothers voluit voor de grote kick, met als leuze - naar Morrissey - 'a rush and a push and the land that we stand on is ours'. Hun allereerste songs, zoals Chemical Beats en Song To The Siren , stonden bol van woede en frustratie en schopten de dance, die begin jaren negentig doodbraaf was geworden, eens flink tussen de benen. Vandaag zitten techno en house opnieuw in een dipje, met pioniers als Underworld en Orbital die maar een schim van het verleden meer zijn. Na de vorige cd Come With Us vreesden we even dat The Chemical Brothers dezelfde kant opgingen, maar Push The Button is net het soort plaat waar we nood aan hadden, met vitale en opwindende beats en een stel dancenummers die als rake rechtsen je hoofd door elkaar schudden. Het is een plaat met het vuur van jonge honden, wat des te verbazender is als je ziet hoe de twee groeps-leden heel gereserveerd en teruggetrokken in een zetel weggedoken zitten op hun hotelkamer in Londen. Zo vragen ze natuurlijk om een beetje uit hun tent te worden gelokt. Ed Simons: Dat niet met-een, maar we beseften wel dat we ditmaal het onderste uit de kan moesten halen, en dat was een behoorlijke stimulans. Als je al een tijd meedraait aan de top, is het heel verleidelijk om gemakzuchtig te worden. Je voelt je vlug voldaan als je omkijkt naar wat je al gepresteerd hebt. We hádden snel een album in elkaar kunnen flansen maar we zijn niet makkelijk tevreden. Tom Rowlands: Dit is ons vijfde album. Van de meeste bands waar ik van houd, begint tegen de vijfde plaat de motor wat te sputteren. Wij waren daarentegen heel geprikkeld toen we Push The Button opnamen, omdat we een fris geluid wilden met bezieling en overtuiging. Daarom zijn, buiten Tim Burgess van The Charlatans, de gasten op de plaat vooral nieuwe gezichten. We wilden artiesten die nog heel onbevangen tegen onze muziek aankeken. Iemand als Kele Okereke, de zanger van Bloc Party, kwam echt met honger de studio binnen. Het was enorm bevrijdend om met mensen in zee te gaan die géén verleden hadden en daarom is het heel erg een album van hier en nu geworden. Gelukkig maar, want het is niet evident om met je vijfde album nog mensen te verbazen. Simons: Deze keer toch in ieder geval. Zoals in ieder goed huwelijk zijn we vaak alleen. (lacht Meestal zitten we gewoon elk apart in de studio te prutsen en als je dan plots te horen krijgt wat de ander in elkaar heeft gesleuteld, schrik je wel eens. Rowlands: We hebben een methode gevonden om samen tot iets te komen. Al ben ik de meest positieve van de twee. (richt zich naar Simons) Of mag ik dat niet zeggen? Simons: Wel... Rowlands: (vlug) Pas op, negativisme kan soms óók positief zijn. 'Nee' zeggen betekent dat je opnieuw van nul kunt beginnen en dat is niet noodzakelijk slecht. Maar ík ben dus niet zo goed in 'nee' zeggen. Ed daarentegen kan iets onvoorwaardelijk afwijzen. Simons: (somt voor zichzelf op) Air, Daft Punk, Basement Jaxx, nu je het zegt: ik heb daar eigenlijk nooit bij stilgestaan. Duo's functioneren blijkbaar wel. Als je een dj-set moet spelen, is het ongetwijfeld een troef omdat je automatisch een zekere dynamiek krijgt. Ik wil met elke plaat die ik opleg Tom overtreffen. Maar méér dan twee lijkt me in elk geval onmogelijk. Rowlands: Bij rockbands kunnen trio's wel, maar dan alleen als er één de onbetwiste leider is. The Jam bijvoorbeeld had niks voorgesteld als Paul Weller geen dictator was geweest. Maar als je maar met twee bent, kun je het je niet permitteren de tiran uit te hangen. Simons: De democratie binnen een duo is heel curieus. (lacht) Als je vooruit wilt, moet je wel overeenkomen, want een 'nee' blokkeert alles. Het is, opnieuw, goed te vergelijken met een huwelijk. Rowlands: Dat kan wel eens aanslepen, ja. Maar het enige wat je nodig hebt, is een logisch onderbouwd betoog waarmee je de andere onder tafel praat. (lacht) Simons: Over Push The Button zijn haast eindeloze debatten gevoerd, maar dat is niet ongezond: door hevig te discussiëren, wordt je visie soms nóg scherper. Simons: Het kan twee kanten uit. Bij ons is de groep wél bevorderlijk geweest voor de vriendschap. Er is wel eens onenigheid, maar onze relatie duurt intussen al zo lang dat ze best tegen een stootje kan. Er is niemand anders - behalve mijn familie - met wie ik al meer dan 15 jaar optrek. In de krant werd een tijdje geleden de nieuwe Chemical Brothers-plaat aangekondigd. 'Dit drukt de geruchten over een split de kop in', stond er, en daar was ik echt door ge-shockeerd. Wat zou dat bij ons betekenen: uit elkaar gaan? Dat we onmogelijk nog samen in dezelfde ruimte kunnen zitten? The Chemical Brothers zullen waarschijnlijk ooit stoppen, maar ik kan me niet voorstellen dat we niet langer deel van mekaars leven zouden zijn. Rowlands: Orbital is gesplit, maar ik neem aan dat de twee Hartnoll-broers elkaar nog zien. (lacht) Nu, Tom Holkenberg heeft op één punt wel gelijk: als het succes uitblijft, dan kan de druk te veel worden, ook voor de beste vrienden. Als het slecht loopt, geef je elkaar algauw de schuld. Vóór The Chemical Brothers vormde ik met mijn twee beste schoolvrienden de groep Ariel. Dat is niet bepaald in schoonheid ge-eindigd, precies omdat we geen vooruitgang boekten. Ik heb die gasten nadien nooit meer gesproken. Simons: Nee, eerder uit noodzaak. Tom zit élke dag in de studio. Rowlands: Ho, niet overdrijven: als we aan het schrijven zijn, durf ik wel eens een dag overslaan. Als de inspiratie niet komt, heeft het weinig zin om te volharden in die dagelijkse routine. Dan ga ik liever een eindje fietsen. Simons: Maar als we opnemen, duiken we voor een lange periode onder, kloppen we werkdagen van 15 uur en zien we door de week geen enkele andere levende ziel. Rowlands: Zodra je opneemt, slorpt zo'n plaat je helemaal op. Als het moet, werken we tot vier uur 's ochtends door, om om half- elf alweer op te staan. We kennen geen andere weg. Simons: We waren een van de eersten om Playstation de toelating te geven om muziek van ons te gebruiken, maar we weigeren wel om specifiek voor games, spots of films te componeren. Aan de andere kant: als iemand een track van ons wil, staan we niet weiger-achtig tegenover een licensing deal . Het is toch fijn als je songs een eigen leven gaan leiden? We beseffen maar al te goed dat sommige mensen ons net via die weg ontdekken. We horen geregeld verhalen in de trant van: 'Ik heb jullie voor het eerst gehoord toen ik een game speelde op Playstation.' Prima: we willen niet liever dan dat iedereen onze muziek te horen krijgt. Simons: Toch wel. Vrij vaak zelfs. Alleen als zo'n spelletje of spotje degelijk in elkaar zit, happen we toe. Rowlands: We mijden dodgy adverts . We zouden onze songs niet graag in reclame voor shampoo horen. Dat zou ik heel erg fout vinden. Rowlands: Een sanatorium wilde met onze muziek schoonheidsproducten aanprijzen. Dat ging ons toch net iets te ver. Rowlands: Hangt ervan af. Als muzikant vind ik dat het van geen tel mag zijn. Of een track veel poen zal opbrengen, is wel het laatste waar ik me in de studio druk om maak. Als mens vind ik het natuurlijk wél belangrijk, ik moet mijn rekeningen kunnen betalen. Rowlands: Toch: wie hardop kan zeggen dat geld hem niks kan schelen, moet een gigantisch bedrag op zijn rekening hebben staan. Ik bedoel maar: ik heb een gezin te onderhouden maar voor mijn muziek kan geld nooit een drijfveer zijn. In het prille begin dachten we helemaal niet na over 'onze carrière'. Als we overtuigd waren geweest dat we het zouden maken, dan hadden we onszelf toch nooit eerst Dust Brothers genoemd? (naar hun Amerikaanse voorbeelden, vooral bekend als producers van de Beastie Boys, nvdr. ) Dan hadden we moeten weten dat we door hen voor de rechtbank gesleept zouden worden, toch? Nee, we deden het puur voor de fun. Niet voor de cash en al evenmin om de meisjes te imponeren. Simons: Eigenlijk zijn we sociaal onaangepast, en dat was al zo toen we als jonge gasten uitgingen. Toen stonden we de hele tijd gewoon wat aan de bar te draaien, in onze sjofele pakjes. Rowlands: We zagen er behoorlijk verdacht uit. Veel mensen dachten dat we drugsdealers waren. Maar dat was eerlijk gezegd niets voor ons geweest: wij dromen niet van een buitensporig leven. l Door Peter Van Dyck'EEN SANATORIUM WILDE OOIT MET ONZE MUZIEK SCHOONHEIDSPRODUCTEN AANPRIJZEN. DAT GING ONS TOCH NET IETS TE VER.'