Haalt Arsenal Rock Werchter?', was de slotvraag van ons vorige interview met Hendrik Willemyns en John Roan. Het was een warme juniavond in 2006, en de spanning tussen de twee was vier lange uren te snijden geweest. Ze hadden Some Kind Of Monster net gezien, vertelden ze, de roemruchte docu over de implosie van Metallica. En ze waren er naar eigen zeggen 'heel erg slecht van geworden'. 'Omdat het zo herkenbaar was.' 'Niét de psychiater van 25.000 euro per week, die de boel moest samenhouden. Maar al de rest wel, helaas.'
...

Haalt Arsenal Rock Werchter?', was de slotvraag van ons vorige interview met Hendrik Willemyns en John Roan. Het was een warme juniavond in 2006, en de spanning tussen de twee was vier lange uren te snijden geweest. Ze hadden Some Kind Of Monster net gezien, vertelden ze, de roemruchte docu over de implosie van Metallica. En ze waren er naar eigen zeggen 'heel erg slecht van geworden'. 'Omdat het zo herkenbaar was.' 'Niét de psychiater van 25.000 euro per week, die de boel moest samenhouden. Maar al de rest wel, helaas.' 'Als je een derde plaat maakt, begin je te begrijpen waarom groepen splitten', klonk het. 'Dan denk je niet meer: 'Hoe konden The Smiths in godsnaam ooit zo stom zijn om uit elkaar te gaan?' Dan denk je alleen nog: 'Hoe hebben The Smiths het zo lang volgehouden? Zonder elkaar de hersens in te slaan?'' Maar er was 'meer nodig dan een moeilijke derde plaat om hen te doen splitten', verzekerden ze ons. Veel meer. Want ondanks alles 'bleven ze elkaar ontzettend graag zien. In goede en in kwade dagen'. Niet, dus. Of toch niet helemaal. 'Na Rock Werchter ontplofte het', vertelt Hendrik Willemyns vandaag. 'Ik bel naar John. Voicemail. 'John', zeg ik: 'Ik kan niet meer. Dit maakt me kapot. Ik kap ermee. Sorry. Ik hoop dat je 't begrijpt. We komen elkaar nog wel tegen. Tot... ooit.' 'Tien minuten later: telefoon terug. 'Hendrik?', hoor ik John luchtig zeggen. 'Ik zie dat je probeerde te bellen?' Ik, compleet uit mijn lood geslagen: ' Euh. Heb je mijn berichtje gehoord?' Hij: 'Nee, ik heb niet geluisterd. Ik heb direct teruggebeld. Was het iets belangrijks? Ik: 'Wel. Euh. Kijk. 't Zit als volgt... Of nee. Weet je wat? Laat maar zitten.'' Er wordt gelachen. Iets te luid. En dan wordt het even onbehaaglijk stil. ' Anyway', klinkt het, terwijl twee sigaretten tegelijk oplichten. 'Dat ligt alweer ver achter ons, intussen. Er zijn geen doden gevallen. Net niet. Dat is het belangrijkste. En de derde plaat is er, en we zijn er supercontent mee. Dat is het verhaal dat we willen vertellen vandaag.' Hendrik Willemyns: Omdat... (Aarzelend) Omdat we compleet van elkaar vervreemd waren, vooral. Na twee platen voelde het een beetje alsof we samen op een heel groot, dronken feest waren beland. En alsof we elkaar daar in de massa kwijt waren geraakt. Als koppel rijd je na zo'n feest samen naar huis. En word je 's anderendaags met knallende hoofdpijn in elkaars armen wakker. Maar als beste vrienden... euh... John Roan: ligt dat wat moeilijker (lacht). Willemyns: Na mijn berichtje zijn we uit een diep, zwart gat moeten kruipen. Maar we hebben daar heel veel uit geleerd. We weten nu dat we aandacht moeten blijven hebben voor elkaar. En dat we constant moeten bijsturen en finetunen. Willemyns: Met Grant Hart zijn we een jaar bezig geweest. Maar John Garcia en Shawn Smith gingen vanzelf. Het feit dat we op onze vorige platen met gastzangers uit de hele wereld werkten - Mali, Congo, China - opende heel wat deuren. En ook ons nummertje dat gebruikt werd in Six Feet Under, maakte blijkbaar veel indruk. In de VS is dat huge, hé. Willemyns: Nee, dat geld is blijkbaar allemaal in de zakken van onze Amerikaanse licentiehouder verdwenen. België, Georgië, Kazachstan: da's allemaal hetzelfde voor die gasten. Ze weten dat je hen toch niets kan maken. Roan: Toen we in de VS waren voor onze dvd, overwogen we even om langs te rijden. 'Hi, we've come all the way from Belgium to collect our royalties', gingen we zeggen. Gewoon, om hun gezichten te zien. Maar helaas lag het te ver buiten ons traject. Willemyns: Grant Hart is niet helemaal ongeschonden uit Hüsker Dü gekomen, vrees ik. En dat zie je vaak op dat niveau. Josh Homme heeft het daar ook ontzettend moeilijk mee, hoorden we. Bij Kyuss was dat naar verluidt een ongelooflijk relaxte gast. Maar bij Queens Of The Stone Age werd hij blijkbaar compleet paranoïde. 'Ik word langs alle kanten gefuckt', raast hij nu hele dagen. 'Er is geen plaats meer in mijn rug voor messen.' Roan: John Garcia verslikte zich daar ook in, vertelde hij ons, in die hele music power trop. 'I thought my shit didn't stink', zei hij. ' But then God put my nose in it.' Toen hij stopte met Kyuss, nam niemand blijkbaar de telefoon nog op. Van de ene dag op de andere was hij een complete nobody. Hij heeft een day job als technicus in een dierenkliniek, tegenwoordig. En sindsdien is zijn leven er volgens hem veel simpeler op geworden. Willemyns: Ook grappig: in de dierenkliniek wist niemand blijkbaar van zijn verleden bij Kyuss. 'Wat komen die Belgen hier in godsnaam een documentaire maken over onze hoofdtechnicus?', zag je iedereen denken (lacht). Willemyns: Grant Hart. Die stuurde ons een - of all things - parlando, een passage uit The Young And Evil. (Een roemruchte gay-roman uit de jaren 30 van Charles Henri Ford en Parker Tyler; nvdr.) Ik zie me nog met klamme handen aan mijn cd-speler zitten toen zijn bijdrage-cd'tje na een jaar in de bus viel. ' Allright! Mijn grote held! Grant Hart! Eindelijk Wat gaat dát zijn? O! Hij begint te praten! Allright! Way to go, Hart! Fijne intro! Maar genoeg gepraat, nu! Zingen! Stoppen met praten! Zin-gen! Zin-gen, zeg ik u!' (lacht) Eerst dachten we dat het very much ado about nothing geweest zou zijn. Maar uiteindelijk lukte het toch om er iets mee te maken. Roan: Chang, de Chinese rapper van Outsides, deed vorig jaar trouwens mee aan Idool in China. Hij geraakte bij de laatste 200, wat hier overeen zou komen met een finaleplaats. Pijnlijk, wel. Op een bepaald moment krijgen we een mail van hem uit Peking. 'Jongens! Kunnen jullie me het nummer opsturen dat ik voor jullie zong? Daarmee win ik dat hier met gemak!' Willemyns: Brute pech, helaas. In heel Peking slaagde niemand erin om tijdig de sound file open te doen die we hem doormailden. Niet compatibel, blijkbaar. Willemyns: Ja, hij komt hier voor (reclamebureau) Duval-Guillaume werken. Als strategic planner. We zijn een appartement voor hem aan het zoeken. Maar om dat nu op ons conto te schrijven... Dat is toch te veel eer. Roan: Aaron heeft het gevoel dat hij hier écht geliefd is. Dat was tien jaar geleden al zo met The Sheila Divine. En dat is nu opnieuw zo met Dear Leader. Het is logisch dat zo iemand dan denkt: 'Misschien moet ik daar wel gaan wonen.' Willemyns: Mocht onze muziek nu plots gigantisch aanslaan in - we zeggen maar wat - Portugal, zouden wij dat misschien ook overwegen. Willemyns: Dat zag er heel even heel veelbelovend uit, ja. We hadden een goede distributeur die er keihard voor ging. We lagen in alle grote platenwinkels, we kregen superrecensies én we werden op de radio gedraaid. Tot die distributeur failliet ging. Toen stonden we weer nergens. Roan: Een typisch Belgisch buitenlandverhaal. Willemyns: Hebben we een andere keuze? We hebben het geprobeerd, hoor. Roepen, tieren, brullen. Dat 'ze' op zijn minst iets in Frankrijk moesten forceren, omdat daar een grote markt was voor onze muziek. Maar veel indruk heeft dat niet gemaakt. Welke platenbaas of manager zou het hier ook kunnen, ons écht naar het buitenland brengen? Er is gewoon geen knowhow. Bijna niemand heeft hier ervaring in het buitenland. Laat staan een netwerk. Willemyns: Ik heb enorm veel respect voor wat die gasten doen. Het buitenland dorp per dorp veroveren in een old school camionnetje: that's the spirit! Vijftien jaar geleden hadden we dat ook gedaan. Meteen. Rock-'n-roll! Alleen: John en ik zijn geen eenentwintig meer. Met verlies in Amerikaanse of Britse cafés gaan spelen, dat is gewoon... geen optie meer. Roan: We hebben dat heel goed gevoeld toen we John Garcia gingen filmen. 'Er is een shitty motelletje in de woestijn', had hij gezegd. 'Daar kunnen jullie voor geen geld crashen.' En inderdaad: heel lang geleden hadden we daar zonder morren geslapen. Tussen de dealers en de crackhoeren. Maar nu reden we linea recta naar een hotel met een comfort room en propere lakens. Er is voor alles een leeftijd, zeker? Willemyns: O, maar dat ben ik nog altijd, hoor. Meer dan ooit zelfs. Alle vooroordelen en bezwaren die ik had tegen fulltime muzikant zijn, heb ik intussen bevestigd gezien. Alleen: ik had even geen andere keuze. Als ik het voorbije jaar geen 24 uur op 24 met Arsenal bezig had kunnen zijn, was onze derde plaat er nooit gekomen. Willemyns: Je bent veel te betrokken en gefocust. En daardoor verlies je het overzicht. Vergelijk het met een boek dat je hiér houdt. (Houdt zijn beide handen tegen zijn neus, voor zijn ogen) Je kan nog wel een paar lettertjes lezen, maar je ziet geen woorden meer, laat staan zinnen. Toen de plaat gemixt moest worden, had ik dat heel fel. Elke keer als iemand iets aan de demo's wilde veranderen, riep ik: ' No way! Afblijven! Perfect zo!' Duizenden euro's aan studiotijd heb ik op die manier verkloot. Roan: Na twee mislukte mixen hebben we al onze opnames op een harde schijf gepoeft en naar een Britse studio gekoerierd. Pete Hoffmann heeft ze daar gemixt, de gast die ook M.I.A. en de Sugababes had gedaan. Hij had precies wat de plaat nodig had: een paar onbevangen oren. Willemyns: Ik heb een jaar van inkomsten geleefd die nog moeten komen, ja. Dat is een fameus risico. Willemyns:(Ferm) Néé. Als je dat soort compromissen begint te sluiten, kan je er maar beter mee stoppen. Lotuk heeft onverantwoord veel geld gekost. Te veel om goed te zijn, ongetwijfeld. Maar niet één keer hebben we gedacht: 'Dit is het ons niet waard.' Willemyns: Ja, commercials zijn precies iets prestigieus geworden, hé. Maar voor mij blijft dat not done. Hoe passé dat ook mag klinken. Muzikanten moeten enkel en alleen goeie muziek maken, vind ik. En goeie optredens geven. Auto's, beha's of frisdranken verkopen, dat is onzerayon niet. Willemyns: Zelfs dan niet. Jack White krijgt nu applaus op alle banken omdat hij een nummer heeft geschreven voor Coca-Cola. Wat zijn goed recht is, natuurlijk. Maar stel je nu eens voor dat Leonardo Da Vinci hetzelfde had gedaan. En dat hij zijn Mona Lisa in een rood-witte kader had gestopt. Zouden we dat dan nog altijd cool vinden? Nee, sommige dingen mogen niet te koop zijn, vind ik. Voor geen geld ter wereld. Door Wouter Van Driessche en Karel Degraeve