WIL

Voor het eerder dit jaar verschenen Change Becomes Us ging Wire - tegenwoordig bestaande uit Colin Newman (zang, gitaar), Graham Lewis (bas, zang), Richard Grey (drums) en jonkie Matthew Simms (gitaar) - snuffelen in een wel heel oude lade.
...

Voor het eerder dit jaar verschenen Change Becomes Us ging Wire - tegenwoordig bestaande uit Colin Newman (zang, gitaar), Graham Lewis (bas, zang), Richard Grey (drums) en jonkie Matthew Simms (gitaar) - snuffelen in een wel heel oude lade. COLIN NEWMAN: Het songmateriaal waarop we ons voor Change Becomes Us gebaseerd hebben, zit al sinds eind jaren zeventig in ons DNA. Alleen was 1980 een spectaculair moeilijk jaar voor ons. De band was uit elkaar aan het vallen, maar toch schreven we aan de lopende band. Alleen de wil om dingen af te werken ontbrak. We hebben toen Document and Eyewitness uitgebracht, een plaat waar ik de pest aan heb: een verzameling onvolmaakte ideeën en nog slecht opgenomen ook - live en lofi. GRAHAM LEWIS: De focus voor Change Becomes Us hebben we gehaald uit het besef dat we live heel hecht klinken. Matt is een buitenstaander, heeft niets met onze woelige voorgeschiedenis te maken. Dankzij hem was het een plezier om dat oude materiaal vorm te geven. Er hing geen gewicht meer aan vast, je kon het nemen voor wat het was. NEWMAN: De grote hint zit in de titel. Die vat perfect samen wat er met Wire aan het gebeuren is. We zijn een echte band aan het worden, we mikken op dezelfde doelen. Niet voor het eerst, natuurlijk niet, (droog) maar wel voor het eerst sinds de jaren zeventig. In 2006 hebben we het hele idee van Wire weer van de grond af moeten opbouwen. We hadden geen flauw benul van wat we nog wilden doen, laat staan hoe. Toen heb ik het gevoeld: die overtuiging, bij elk van ons, dat Wire te belangrijk is om zomaar in de gracht te laten sukkelen. We streven er tegenwoordig naar de perfecte versie van de band te zijn. Hoe onnozel het ook klinkt: dat is, euh, iets nieuws. Wire is een verstandshuwelijk. Sinds de tweede gezamenlijke repetitie al, in 1976. De eerste keer had Newman kandidaat voor de bas Lewis chagrijnig op de korrel genomen. Maar Lewis kwam de week erna terug, al was het maar om Newman weer op stang te kunnen jagen. En kijk: de enige die het bij Wire nooit met slaande deuren is afgetrapt, is Graham Lewis. NEWMAN: Op het eind van de jaren zeventig zijn we een eerste keer in de vangrails beland. We hadden als voorprogramma van Roxy Music getoerd en het gevolg was dat we optredens kotsbeu waren. We hadden geen manager of entourage die we advies konden vragen. Dus speelden we geen rockshows meer, maar kunstzinnige performances. Pers, publiek: iedereen verbijsterd. (fijntjes) Sommigen onder ons waren toen al niet meer met hun hoofd bij de groep, maar bij hun eigen projecten. LEWIS: We hebben onszelf in die periode zo vaak in de voet geschoten als we maar konden. NEWMAN: Heel ons eightiesding was verward, een ongeleid projectiel. We dreven het met die sequencers en drumcomputers op de duur zo ver dat we Robert als het ware uit de band programmeerden. Dat was een vergissing. We waren geen groep meer. Dát hadden we moeten doen: samen in dezelfde ruimte gaan staan. Make a big fuck-off noise. LEWIS: We waren toen enorm ambitieus. Maar we hebben vaak gefaald. Daar is geen oneer aan. Het gaat 'm om het proberen. Ieder van ons moet zelf maar een gewetensonderzoek uitvoeren om uit te maken of hij hard genoeg zijn best heeft gedaan. (al even fijn) Sommigen van ons deden dat helemaal niet, komt het me voor. NEWMAN: Ach, je kunt het nooit helemáál met elkaar eens zijn. Maar in feite helpt conflict je geen meter vooruit. Integendeel: het werkt destructief, leidt tot verwijten, grote emoties, machtsspelletjes. Enfin, het staat allemaal in het nieuwe boek van Wilson Neate (het op basis van recente interviews samengestelde Read & Burn: A Book about Wire, nvdr.)LEWIS: Je kunt geen omelet maken zonder eieren te breken. Of in ons geval: hele kippenhokken. (uitbundige lach)Een trendje van de afgelopen jaren: Wire 'herevalueert' zichzelf. Change Becomes Us vat aan met een song waarin je de contouren van I Don't Understand (2002) herkent. Op voorganger Red Barked Tree klonk Clay als het vervolg op I Am the Fly (1978). Een song die in 1994 dan weer door britpopband Elastica was geplunderd. NEWMAN: Bij de gelijkenis tussen Clay en I Am the Fly had ik, in alle eerlijkheid, eerst niet stilgestaan. Toen het ons daagde, zei Graham dat het mijn schuld was. Ik dacht nochtans precies het omgekeerde. (grinnikt) Och ja, Wire is een groene band: we recycleren volop. Wat ik dacht toen ik voor het eerst Line Up van Elastica hoorde? Ik weet nog dat ik stond af te wassen en dat Malka (Spigel, zijn vrouw, met wie Newman ook in de groep Githead speelt, nvdr.) naar de tv zat de kijken toen die clip passeerde. Ineens kwam ze de keuken binnengestormd: 'Dat mens verdient een fikse rammeling!' (lacht) Ik wist eerst niet wat ik ervan moest denken. Wat me vooral tegen de borst stootte, was dat zij (Elastica-zangeres Justine Frischmann, nvdr.) beweerde dat ze onze zegen had gekregen, terwijl ik nog nooit in mijn leven met haar gesproken heb. Nog altijd niet, trouwens. Iedereen denkt dat we die zaak in der minne hebben geregeld, maar dat is bollocks. De muziekuitgeverij was al in actie geschoten zonder ons te consulteren, waardoor wij als band nog maar weinig onderhandelingsruimte hadden. Ach ja, oude zielige bluesmuzikanten is vroeger honderd keer hetzelfde overkomen, nietwaar. Het is altijd de volgende generatie die het laatst lacht. Wat doe je eraan? Misschien heeft het Wire wel in een andere context geplaatst, een ander publiek aangetrokken. Ik denk er liever zo over. Als ik er al over nadenk. Zo snel evolueerde Wire in zijn eerste drie jaar dat de postpunkmeute op haar adem trapte: de setlists bulkten vaak van nagelnieuwe songs die bijgevolg geen hond kende. Bij de eightiesreünie liet Wire dan maar coverband The Ex-Lion Tamers het oude werk spelen. Vandaag telt uw mening meer dan ooit mee. NEWMAN: We zaten vorig jaar te repeteren toen we het aanbod kregen om in Frankrijk te gaan spelen. De enige manier om daar te raken zonder er financieel onze broek aan te scheuren, was in Matts camionette. Alleen wij vier. Met een stuk of zeven nieuwe songs in de set. And it was so much fun. Veel mensen, lui die ons al sinds de seventies volgen, zijn ons komen vertellen dat het de beste Wireshow was die ze ooit hadden gezien. Daar hebben we rekening mee gehouden toen we Change Becomes Us opnamen. LEWIS: Toen we in 2002 klaar stonden om in Irving Plaza in New York een retroset te spelen, kwam onze roadmanager op de deur kloppen. Iemand wilde dag komen zeggen. Daar hadden we hoegenaamd geen zin in, maar na enig gesmeek gaven we toe. Toen stapte niemand minder dan David Bowie binnen. Heel fijne babbel mee gehad. Hij vroeg me terloops of we veel songs van Chairs Missing zouden spelen, zijn favoriete lp van ons blijkbaar. Ik weet nog dat ik zei: 'Wait and see.' Terwijl ik goed genoeg wist dat vrijwel niks van die plaat de setlist had gehaald. (grijnst) Ik kreeg meteen ook de kans om hem te vragen of hij er ook niet bij was geweest toen we in 1978 in CBGB's hadden gespeeld, omdat ik Brian daar had gezien, as in Eno. En dat bevestigde hij. Ik wil maar zeggen: ons publiek is heel loyaal. Bij onze eightiesreünie keken we een nieuwe generatie in de ogen. Maar de oude was er ook nog altijd. Nou ja, er staat altijd wel iemand in de zaal die alleen maar iets van Pink Flag wil horen. Tja, wait and see. WIRE Op zaterdag 21/9 in het Amerikaans Theater, Brussel, samen met Múm, Wolf Eyes en Anna Van Hausswolff, abconcerts.beDOOR KURT BLONDEEL