Een van de bizarste ontmoetingen die ooit in het Witte Huis hebben plaatsgevonden, was ongetwijfeld die tussen de Amerikaanse president Richard Nixon en king of rock 'n' roll Elvis Presley, waarvan er - tot spijt van historici en tot jolijt van filmmakers - enkel een iconisch geworden foto bleef bewaard. Hoe die rencontre op 21 december 1970 tot stand kwam, en wat Tricky Dicky en Presley samen in het Oval Office hebben besproken, blijft sindsdien voer voor speculatie, al tracht deze breed grijzende en zelfzeker met de heupen schuddende dubbelbiopic alvast een tipje van de met rhinestones bezette cape te lichten.
...

Een van de bizarste ontmoetingen die ooit in het Witte Huis hebben plaatsgevonden, was ongetwijfeld die tussen de Amerikaanse president Richard Nixon en king of rock 'n' roll Elvis Presley, waarvan er - tot spijt van historici en tot jolijt van filmmakers - enkel een iconisch geworden foto bleef bewaard. Hoe die rencontre op 21 december 1970 tot stand kwam, en wat Tricky Dicky en Presley samen in het Oval Office hebben besproken, blijft sindsdien voer voor speculatie, al tracht deze breed grijzende en zelfzeker met de heupen schuddende dubbelbiopic alvast een tipje van de met rhinestones bezette cape te lichten. Blijkbaar had The King, uit onvrede met alles wat naar drugs, hippies, communisten en andere on-Amerikaanse plagen rook, enkele dagen voor die informele top het vliegtuig richting Washington D.C. genomen, de eerste keer in jaren dat hij in zijn eentje zijn privépaleis Graceland had verlaten. Op de vlucht schreef hij de president een brief waarin hij hem zijn diensten aanbood als undercoveragent in de War on Drugs, om zijn schrijven daarna in hoogsteigen persoon aan de poorten van het Witte Huis af te geven. Aanvankelijk wilde de nukkige Nixon niets van Presleys uitzinnige verzoek weten, tot die zich door zijn spindoctors - die een uitgelezen kans roken om Nixons imago van conservatieve stijve hark bij te schaven - liet overhalen om de bezorgde en patriottische King alsnog zijn tête-à-tête te gunnen. Wie op basis van die onwaarschijnlijke feiten (die in 1997 ook al de film Elvis Meets Nixon opleverden) een psychologisch duel verwacht tussen twee van paranoia doortrokken suspicious minds komt met dit gefictionaliseerde verslag van een koude kermis thuis. Regisseuse Liza Johnson houdt het licht, luchtig en funky, met een soundtrack vol vettige r&b, op het maximum draaiende kleurenfilters en decors vol seventieskitsch die het geheel een Boogie Nights-gevoel geven. Daarnaast bedient ze zich van dialogen vol tongue in cheek gepresenteerde referenties, én van een cast die duidelijk lol heeft in het neerzetten van larger than life-personages. Onder de wulpse bakkebaarden en gouden zonnebril van Elvis herkent u Michael Shannon, die zijn dialogen mompelt alsof hij bindteksten debiteert, en af en toe het getormenteerde binnenste van The King binnenloert. Maar het is vooral Kevin Spacey die de pseudohistorische imitatieshow steelt als Nixon, en zijn houterige tics en schlemielige aura zo pastichebreed uitsmeert dat zelfs Frank Underwood uit House of Cards in de lach zou schieten. Helaas is het, door de uitgebreide set-up en de subplot over enkele protegés van Elvis, vijftig minuten wachten vooraleer de twee elkaar in de ogen kijken. Wanneer het eindelijk zover is, blijft de verhoopte climax - Elvis has entered the building! - steken in het soort sitcom dat je al wel eens eerder én spitanter in pakweg Saturday Night Live zag. Bovendien mist Johnson het metier, of het lef, om er ook echt een bevlogen staaltje satirische cinema van te maken, waardoor het bizarre conclaaf, ondanks Presleys krolse karaktermoves, zijn steken naar The Beatles en zijn smeekbede om een FBI-badge te mogen dragen, eerder aanvoelt als een noodzakelijke afwikkeling dan als het ongewild hilarische theater van zinsbegoocheling dat het voor beide alfamannetjes in werkelijkheid allicht was. Een best amusante, pop-politieke komedie, maar niks om all shook up van te zijn. ELVIS & NIXON ** Liza Johnson met Michael Shannon, Kevin Spacey, Alex Pettyfer DAVE MESTDACH