Een wit hemd, gestreken pantalon, strohoed en nette schoenen: de Nederlander Renzo Martens voelt zich al meteen niet op zijn plaats als hij in het Congolese Boteka aankomt. Moeilijk om te geloven dat deze ogenschijnlijke charlatan voor de ...

Een wit hemd, gestreken pantalon, strohoed en nette schoenen: de Nederlander Renzo Martens voelt zich al meteen niet op zijn plaats als hij in het Congolese Boteka aankomt. Moeilijk om te geloven dat deze ogenschijnlijke charlatan voor de docu Enjoy Poverty al in Congo werkte. En nog moeilijker: dat hij in het komende uur, een samenvatting van acht jaar veldwerk, zal uitgroeien van een verwaande witte redder tot een zelfkritische artiest die samen met plantagewerkers een koloniale fout rechtzet: dat westerse kunst met slavenarbeid gefinancierd wordt. Eerst pakt Martens dit onrecht aan met schurende scènes waarin hij chocolade uitdeelt en met woorden als 'gentrificatie' goochelt, daarna verdwijnt hij stilaan uit beeld. Om kunstenaars-plantagewerkers als Mathieu Kilapi Kasiama vrij spel te geven, maar ook om te boetseren en tijdens exposities in New York mensen warm te maken voor hun white cube-museum op een verlaten Unilever-plantage. Zo willen Kasiama en co. het geld van 'gedekoloniseerde' kunsttempels ook naar de plantage zelf brengen. White Cube voelt hierdoor soms even ongemakkelijk aan als de realiteit die het blootlegt.