Eerste zin Voor zover zij kon zien had hij twee geweren bij zich, een handbijl, een mes, zijn opgerolde deken, het tinnen kistje en een aantal tassen en buidels, met in een daarvan, vermoedde ze, de spullen van haar moeder.
...

Eerste zin Voor zover zij kon zien had hij twee geweren bij zich, een handbijl, een mes, zijn opgerolde deken, het tinnen kistje en een aantal tassen en buidels, met in een daarvan, vermoedde ze, de spullen van haar moeder. Een kleine twee eeuwen voor Steven Spielberg raakt weduwnaar en muildierenfokker Cy Bellman gefascineerd door een krantenbericht over de vondst van dinoresten. Ervan overtuigd dat de prehistorische dieren nog steeds in Kentucky ronddwalen, verlaat hij zijn boerderij, zijn ezels en bovenal zijn dochter Bess voor een tocht die hem misschien wel twee jaar zal kosten. Zijn zus is woedend, het dorp verklaart hem gek maar Bellman kan niet weerstaan aan de lokroep van het Westen. Net als de pioniers voor hem zint hij op avontuur, maar meer dan lange trektochten levert het hem niet op. Terwijl zijn huis wordt ingepalmd door een hebberige buurman, krijgt hij het aan de stok met sluwe pelsjagers, indianen en de ongenadige wildernis. Het dunne romandebuut van Carys Davies doet vaag aan Treindromen van Denis Johnson denken maar ze mist de finesse om de ruwe begindagen van Amerika over het pastorale te tillen. Een mooi uitgangspunt, zeker, maar al snel verlies je interesse in Bellmans zinloze queeste en met het slot - de koene ridder op het paard - hengelt ze te openlijk naar een Disney-verfilming.