Met de heerlijk energieke, magisch-realistische fabel Beasts of the Southern Wild bestormde Benh Zeitlin negen jaar geleden de filmhemel vanuit de bayous van Louisiana, in het zog van de groothartige paradijsvogels die ginds kon...

Met de heerlijk energieke, magisch-realistische fabel Beasts of the Southern Wild bestormde Benh Zeitlin negen jaar geleden de filmhemel vanuit de bayous van Louisiana, in het zog van de groothartige paradijsvogels die ginds konden worden gespot. In deze langverwachte opvolger tracht hij dat nog een keer over te doen, met opnieuw een mix van sprookje en neorealisme, amateurs die nooit eerder voor de camera hebben gestaan, en dit keer het Caribische eiland Montserrat als exotisch decor en cohoofdpersonage. Helaas werkt Zeitlins grigri dit keer voor geen meter, en krijg je een zwalpende stoet van schreeuwende kindertjes die tussen vulkanische rotsen en kloeke cactussen een soort apocriefe, politiek correcte versie van Peter Pan brengen. Zeitlin had vast een speelse ode aan familie en fantasie voor ogen, en het kwieke camerawerk oogt best aardig. Alleen mist het geheel richting, coherentie, spanning en drama, zodat het uiteindelijk meer een gefilmd verslag van een zomers verkleedkampje lijkt dan een betoverende reis richting Neverland.