Eerste zin Ik ben nu al een tijdje opgehouden met praten.
...

Eerste zin Ik ben nu al een tijdje opgehouden met praten. Stille kinderen. Veel ouders zouden er een nier voor over hebben, maar Ellen drijft haar zelf opgelegde zwijgplicht wel heel consequent door. Ze is namelijk bang voor haar eigen woorden. Tijdens een gesprek met God smeekte ze Hem om de dood van haar vader, en nu die onder de zoden ligt, is ze toch enigszins geschrokken van haar woorddaad. Met stomheid geslagen observeert ze haar broer, die zich heeft opgesloten in zijn muziekkamer, en haar moeder, die in de woonkamer toneelles geeft - zij maken lawaai voor drie. Onder die stolp krijgt Ellen nog spookbezoek van haar manisch-depressieve vader, maar die neemt haar niets kwalijk: zijn leven was heftig genoeg, de rust is welgekomen. In korte zinnetjes naait Linda Boström Knausgård - ja, de vrouw van - het leed van Ellen tot een lappendeken van waanzin. Kleine naaldenprikken zijn het: eentje doet geen pijn, maar hou het lang genoeg vol en je krijgt een boek dat bloedt als een open wonde. Boström laat Ellen groeien in de taal. Naar het einde toe worden haar zinnen langer en sijpelen grotemensenwoorden binnen in haar benauwende relaas. En ook Boström weet hoe ze moet zwijgen: tussen de regels kiert het inzicht dat het soms beter is je mond te houden en de pen ter hand te nemen. Met dit verontrustende boekje als resultaat.