Eerste zin Zou het kunnen dat ik zo-even haar ogen zag oplichten in het donker?
...

Eerste zin Zou het kunnen dat ik zo-even haar ogen zag oplichten in het donker? Muziek in onze moerstaal heeft lang een kneuterig imago gehad. Ten onrechte, vindt journalist Peter Van Dyck, die met zijn 'eigenzinnige canon van het Nederlandstalige lied' aangeeft dat songs in de spraak van Vondel best uitdagend en sexy kunnen klinken. Want 'wie zingt zoals hij is en spreekt, is authentiek'. Zeker, het Nederlands laat zich moeilijk kneden, maar 'de oneffenheden van de grondstof dwingen liedjesschrijvers tot vindingrijkheid'. Van Dyck behandelt artiesten van boven en onder de Moerdijk, van The Ramblers tot Brihang, laat sleutelfiguren als Henny Vrienten en Raymond van het Groenewoud over hun metier aan het woord en wijst op de rijkdom en diversiteit van het beschikbare repertoire. De auteur heeft zowel oog voor chanson, levenslied en cabaret als voor polderpop, (punk)rock en hiphop en bewaart daarbij netjes het evenwicht tussen analyse en anekdotiek. Twee vaststellingen: 'Je kunt zingen, rappen, zingzeggen, fluisteren, schreeuwen, nonsens uitbrengen, rocken én experimenteren in onze moedertaal' en het haast academische taalgebruik van weleer wordt steeds vaker vervangen door de taal van de straat. Van Dyck zet de lezer ertoe aan de artiesten die hij kent te herontdekken en de andere aan een nadere inspectie te onderwerpen. Watskeburt, Lage Landen? mag nu al een standaardwerk worden genoemd.