1 Omdat zijn lijn klaarder is dan die van Hergé

Hergé wordt er vaak om geroemd, maar de lijnen die Morris in zijn strips uitzet, zijn zo mogelijk nog helderder. Neem nu de saloonscène hieronder, uit Prikkeldraad in de prairie. Er staat een pak volk op te kijken, er zitten aardig wat details in de achtergrond, maar die ziet u niet: uw blik wordt feilloos naar de actie geleid, naar de dikke veefokker Cass Casey die snode plannen is aan het bedisselen. De omstanders zijn nauwelijks meer dan grijze silhouetten, als echo's van wat er op de voorgrond gebeurt.
...

Hergé wordt er vaak om geroemd, maar de lijnen die Morris in zijn strips uitzet, zijn zo mogelijk nog helderder. Neem nu de saloonscène hieronder, uit Prikkeldraad in de prairie. Er staat een pak volk op te kijken, er zitten aardig wat details in de achtergrond, maar die ziet u niet: uw blik wordt feilloos naar de actie geleid, naar de dikke veefokker Cass Casey die snode plannen is aan het bedisselen. De omstanders zijn nauwelijks meer dan grijze silhouetten, als echo's van wat er op de voorgrond gebeurt. Het credo van Lucky Lukes geestelijke vader Morris (als Maurice De Bevere in 1923 geboren in Kortrijk): 'Duidelijkheid, klaarheid, leesbaarheid voor alles.' Niet alleen schiet zijn held sneller dan zijn schaduw, de lezer moet aan dezelfde snelheid vatten wat er in een tekening gebeurt. En daarvoor moest alles wijken. Heel vaak zie in je Lucky Luke hele decors sneuvelen: Morris tekende ze schetsmatig in het eerste plaatje van een scène, en dat volstond. De actie kon zich daarna desnoods voor een lege achtergrond voltrekken. Lijkt evident, maar dat was het hoegenaamd niet toen Morris kort na de Tweede Wereldoorlog zijn cowboy voor het eerst tekende: zo filmisch als Morris werden er toen weinig strips bedacht. Deze knokpartij tussen Big Belly en Lucky Luke (uit het verhaal Arizona 1880) toont als geen ander hoe de jonge Morris schwung in de toen nog vrij statische strips van het weekblad Robbedoes bracht. Vernieuwend is Morris' gebruik van de 'gestolde beweging': waar zijn collega's de actie vaak in één plaatje dwongen, deelde hij die op over meerdere vakjes. Het is alsof je naar een storyboard van een film zit te kijken: een animator of een cameraman weet er perfect mee hoe hij de ontbrekende momenten moet invullen, de lezer doet dat mentaal even moeiteloos. 'U hebt beslist gevoel voor beweging', schreef de leraar bij wie de jonge Morris met de post tekenlessen volgde. Het heeft ongetwijfeld ook geholpen dat Morris tijdens de oorlog in een animatiestudio heeft gewerkt (waar hij twee andere vaderlandse striplegendes leerde kennen: Peyo en Franquin). Zijn taak daar bestond erin andermans potloodtekeningen op transparanten over te trekken met penseel. Met een penseel kun je veel expressiever lijnen trekken: door harder te drukken wordt je lijn bijvoorbeeld dikker. Dat hij die nooit inruilde voor de pen heeft allicht ook bijgedragen tot de beweeglijkheid van zijn figuurtjes. En net als zijn kompanen Peyo en Franquin experimenteerde Morris er in zijn vroege strips al op los met snelheidslijnen, die streepjes die beweging suggereren. Morris innoveerde ook met zijn 'dansende' plaatjes, zoals hier in deze gevechtsscène: een smal vakje voor het gedetailleerd in beeld brengen van Lucky Lukes voet op de fles, een breder voor de val van de held en een nog ruimer om de tijgersprong van Big Belly royaal te laten binnenkomen. U bekijkt een tekenfilm, waarbij de camera in- en uitzoomt, op papier. Vanaf het midden van de jaren vijftig gaat Morris zich nog veel meer te buiten aan pagina-indelingen: alles staat hoe langer hoe meer in het teken van de actie. Smalle, kort op elkaar volgende vakjes suggereren snelheid, in elkaar hakkende vakjes versterken de chaos na een ontploffing en elkaar spiegelende pagina's verhevigen een oplopende ruzie. Er is heel wat inkt gevloeid over het kleurgebruik in Breaking Bad, maar die tv-serie is klein bier vergeleken met wat Morris al decennia geleden uitvrat. Voorbeeld bij uitstek: Naijver in Painful Gulch. In dat album vechten twee families, de O'Timmins en de O'Hara's, een oeroude vete uit. Dat visualiseert Morris niet alleen door de O'Hara's allemaal een stel gigantische flaporen aan te meten en hun aartsrivalen een al even prominente neus, hij maakt ook kwistig gebruik van de verfpot, op een heel bijzondere manier: weg met dat realistisch kleurenpalet, als het de helderheid dient, kleur je een personage toch gewoon lekker in één in het oog springende basiskleur in. Helemaal. Van top tot teen. Een indiaan kan dus al eens paars uitslaan, en van een grasgroene cowboys of een roze dansende dame kijkt geen Lucky Luke-lezer op. Wat in Naijver in Painful Gulch opvalt: je kunt daar ook de emoties van het verhaal mee versterken. Doorheen het album gebruikt Morris geel, blauw en rood om de vijandschap tussen de twee families te onderstrepen. Wanneer Lucky Luke brand sticht bij de O'Hara's (om de kemphanen te verplichten samen te werken) verdrinkt de hele pagina in vuurrood. Wanneer de list slaagt en de sfeer kantelt, ruimt het rode gevaar plaats voor de geel-blauwe dageraad, met de handenschuddende voormalige rivalen verenigd als silhouetten. Mochten we het Morris nog kunnen vragen zou hij natuurlijk een veel pragmatischer uitleg - de mens was nu eenmaal een West-Vlaming - voor al die grote kleurvlakken hebben: de kans dat de drukkerij je pagina om zeep hielp, werd er ook een flink stuk kleiner door. 'Ik heb een hele verzameling filmfoto's met afgescheurde hoekjes', heeft Morris ooit bekend. Die hoekjes waren eraf omdat hij, met zijn maat Franquin, filmaffiches en -stills ging pikken uit de bioscopen. Franquin stond op wacht en Morris griste ze mee. Al die beelden dienden als documentatiemateriaal, want Lucky Luke is natuurlijk in eerste instantie een parodie op de western, de titelheld zelf een mix van grote sterren uit gouden Hollywoodtijden, onder meer John Wayne en Gary Cooper. Een personage als huurmoordenaar Phil IJzerdraad is overduidelijk geïnspireerd door de karakterkop van acteur Jack Palance. Morris' filmliefde leverde hem een scherp oog voor perspectief op. Zijn 'camera' bekijkt zijn personages van alle hoeken en kanten, vaak ook vanuit vogelperspectief, zoals in onderstaande magistrale shot van de Daltons. Op de cover van het album Phil IJzerdraad toont hij zijn onwaarschijnlijke flair voor dramatische beelden: je ziet Luke, klaar voor een vuurgevecht met IJzerdraad, door de graatmagere benen van de huurmoordenaar. Dat is het slag shots waarvan een grote westernregisseur als Sergio Leone, cowboygroen van jaloezie zou uitslaan.Luke staat voor zijn schaduw, trekt zijn revolver en schiet. Er zit een gaatje in de buik van de schaduw, zonder dat die zelfs maar de revolver kon trekken. Het is de oergag van Morris, Lucky Luke als de man die sneller schiet dan zijn schaduw. Een variant op hetzelfde thema: Luke die zijn revolver trekt en schiet met de hand waarmee hij net nog een flesje Coca-Cola vasthield. Dat flesje dondert niet op de grond, want voordat het ook maar een millimeter heeft kunnen vallen heeft hij zijn wapen alweer in de holster geschoven en lurkt hij alweer doodgemoedereerd verder aan het rietje. Dat is een beetje als de al even visuele gags van de legendarische Buster Keaton, die even stoïcijns de meest waanzinnige stunts uitvoerde, stunts die je eigenlijk vooral moet zíén. Morris heeft tout court nauwelijks tekst en uitleg nodig om een verhaal te vertellen. Wanneer de Daltons, Billy the Kid, Jesse James of ander rapaille een stad intrekt, tekent hij hoe man en muis de plaat poetsen. In de straat blijft niet meer over dan een sombrero, wat veren, een nog rokende sigaar en de rolstoel waar deze of gene door ischias geplaagde old timer net nog in zat. Scenario's schrijven was trouwens bepaald niet Morris' favoriete bezigheid. Niet toevallig liet hij dat al snel (vanaf 1955) over aan René Goscinny, de onnavolgbare schrijver van Astérix. Louis de Funès, Christopher Lee, Mae West, Alfred Hitchcock, Lee Van Cleef, Jean Gabin, David Niven: aan beroemde koppen geen gebrek in Lucky Luke. Het zijn vette knipogen naar film en geschiedenis, verpakt in karikaturen, een discipline waar Morris zich op jonge leeftijd al, onder meer in Het Laatste Nieuws, een meester in toonde. En dat is allemaal de fout van de jezuïeten, zo vogelde Raf De Mey uit, u mogelijk bekend als bassist van de Intergalactic Lovers, maar ook een archivaris die voortreffelijk speurwerk deed naar de Aalsterse collegejaren van Morris. Daar oefende hij al door de paters van wie hij les kreeg met enkele rake penseeltrekken neer te zetten, tot groot jolijt van zijn klasgenoten. 'De karikatuur is een integraal deel van Morris' werk, zelfs van zijn persoon', knikt De Mey. 'Met karikaturen te maken begon de autodidact Morris zijn tekenopleiding en ze zouden een basisingrediënt van Lucky Luke blijven: de esthetiek van het lelijke, gecombineerd met de kracht van de overdrijving.' En al die bekende tronies waren destijds ook nieuw in kinderstrips. 'Door die beroemde filmacteurs erin te verwerken heeft hij ook een volwassener publiek naar zijn werk geleid. Tekenaar Albert Uderzo heeft dat idee met succes in Asterix overgenomen.' Ongetwijfeld een van de knapste bladzijden uit Morris' oeuvre komt uit het album Calamity Jane. De pagina begint met wat er voorafging aan het armworstelduel tussen Calamity Jane en Baby Sam, centraal staat de grote plaat met het begin daarvan, en onderaan de 'gestolde beweging' (zie 2) van het 'partijtje vuisten', zoals het in de strip genoemd wordt. Het grote overzichtsshot staat centraal in de draaikolk van de actie, waarin je even blijft hangen voordat je naar de volgende pagina bladert om te weten hoe het afloopt. Morris schroomde er niet voor om een halve pagina, één keer zelfs driekwart pagina, voor één enkele tekening te voorzien. En ook dat is eigenlijk een kwestie van cameravoering: één groot overzichtsbeeld om sfeer en locatie te schetsen, waardoor je in de rest op de actie kunt focussen. En andermaal is de leesbaarheid daarmee gediend. Anders dan in film kun je er ook je pagina mee vormgeven. Voorbeeld bij uitstek: het overbekende beeld van indianen die een konvooi huifkarren omsingelen. De grote plaat met het overzichtsbeeld wordt omsingeld door kleinere stripvakjes. Zoals de indianen rond de huifkarren draaien, zo draait het verhaal rond die grote tekening. Je ogen buitelen mee. En wat dat partijtje vuisten hierboven betreft: men bemerke, naast het vogelperspectief, ook de fantastische rotsmoel van Baby Sam. De cover van Tenderfoot is de visuele samenvatting van Morris' geboden. Er staat geen penseeltrek te veel op, alles dient de actie, tegen een verder witte achtergrond, de camera is al even acrobatisch als groentje Waldo, dat als een heuse Buster Keaton stoïcijns zijn beproeving ondergaat, en er zit humor in het contrast tussen de ruige cowboys die fatterige tenderfoot Waldo (die broek, mijn koninkrijk voor die broek!) wel eens even een lesje zullen leren. In de gelaatstrekken van Waldo kunt u trouwens Asterix-tekenaar Albert Uderzo herkennen. Het pas vertaalde De kunst van Morris (eigenlijk de catalogus van de grote Lucky Luke-expo begin dit jaar in Angoulême) maakt de vergelijking met de covers van Kuifje-tekenaar Hergé. Waar Hergé van zijn albumtitels 'een soort kers op de taart' maakte, 'zette Morris de naam van de strip in het rood met een grof penseel op een gele band, wat bewijst dat hij vooral streefde naar visuele efficiëntie. Morris lijkt bewust een soort anti-estheticisme na te streven, dat beschouwd kan worden als de bedoelde uiting van een persoonlijke beeldtaal.' Dure woorden die wijlen Morris, ondertussen alweer vijftien jaar overleden, ongetwijfeld had weggewuifd. Zoals hij het zelf zei: 'De enige voorwaarde die ik aan mijn strips stel, is dat ze leuk moeten zijn.' Meer moet dat nog steeds niet zijn. De kunst van Morris Nu uit bij Lucky Comics. In het Antwerpse Crowne Plaza Hotel organiseert Ballon Media tijdens de Boekenbeurs een expositie over Morris. Meer over de zeventigste verjaardag van Lucky Luke op knackfocus.be/luckyluke Doe op de Boekenbeurs (van 30/10 tot 11/11 in Antwerp Expo) mee aan Knacks Lucky Luke-fotowedstrijd en win jezelf op de cover van een Lucky Luke-album. Knack vind je in hal 2, stand 207 en 214. door Simon Demeulemeester