Hoe komt het toch dat een middelmatige Britse of Amerikaanse band in Europa steevast met open armen wordt ontvangen, terwijl uitstekende Italiaanse, Portugese of, welja, Belgische groepen er maar niet in slagen hun regionale succes buiten de eigen landsgrenzen te verzilveren? Het antwoord? Traditie. Pop- en rockmuziek, zoals we die vandaag kennen, is nu eenmaal overzee uitgevonden en heeft ruim een halve eeuw de tijd gehad om de wereld te veroveren. Ook op andere terreinen, zoals film en televisie, blijft de Angelsaksische cultuurindustrie toonaangevend. Haar positie wordt nog dagelijks versterkt door gezaghebbende, in het Engels verschijnende vaktijdschriften die op alle continenten worden gelezen.
...

Hoe komt het toch dat een middelmatige Britse of Amerikaanse band in Europa steevast met open armen wordt ontvangen, terwijl uitstekende Italiaanse, Portugese of, welja, Belgische groepen er maar niet in slagen hun regionale succes buiten de eigen landsgrenzen te verzilveren? Het antwoord? Traditie. Pop- en rockmuziek, zoals we die vandaag kennen, is nu eenmaal overzee uitgevonden en heeft ruim een halve eeuw de tijd gehad om de wereld te veroveren. Ook op andere terreinen, zoals film en televisie, blijft de Angelsaksische cultuurindustrie toonaangevend. Haar positie wordt nog dagelijks versterkt door gezaghebbende, in het Engels verschijnende vaktijdschriften die op alle continenten worden gelezen. Wie de gevestigde orde wil herschikken, vertrekt dus met een zekere achterstand, ook qua ervaring en deskundigheid. Maar naarmate Europese naties zich in sociaal-economische en monetaire unies verenigen, ontstaan mondjesmaat ook vormen van culturele uitwisseling. Die komen vooral de kleinere landen ten goede, want hun markten zijn zo beperkt dat artiesten er enkel kunnen overleven op voorwaarde dat ze met hun werk de grenzen weten over te steken. Dat besef was vijftien jaar geleden al gemeengoed in Scandinavië. Showcasefestivals, type Iceland Airwaves (IJsland), Spot (Denemarken) en By:larm (Noorwegen), rezen als paddenstoelen uit de grond. Het idee was even simpel als efficiënt: creëer een plek waar je een representatief staal van je artistieke productie kunt laten zien, nodig internationale media en muziekprofessionals uit en toon hen met al het moois dat je in huis hebt. Die tactiek bleek te werken: Sigur Rós, Lykke Li, Agnes Obel, Motorpsycho en talloze andere 'nordic acts' slaagden erin hun oorspronkelijke regio te overstijgen en genieten inmiddels mondiale bekendheid. Hun succes vormt het bewijs dat ondernemingsgeest en dadendrang best lonend kunnen zijn, zeker wanneer die gepaard gaan met kwaliteit en door lokale overheden ondersteund worden. Intussen bleef men zich in België maar afvragen waarom de actieradius van Ozark Henry, Daan of Admiral Freebee niet verder reikte dan de rand van Vlaanderen en was men al tevreden wanneer een artiest van eigen bodem een optreden wist te versieren op EuroSonic in Groningen. Kortom: wat eigenlijk als springplank was bedoeld, werd verkeerdelijk als einddoel gezien. Drie Gentse organisaties - muziekclub Democrazy en de mana-gementbureaus Keremos en Rockoco - die doorgaans iets verder kijken dan hun neus lang is, besloten dus dat het tijd was voor actie. Ze verenigden zich in een vzw die nu op de proppen komt met het GLIMPS-festival. Medio december brengen ze, gespreid over twee avonden en tien podia in de Gentse binnenstad, ruim vijftig jonge groepen uit heel Europa samen. Tegelijk worden zo'n zeventig internationale managers, bookingagenten, concertorganisatoren, platenbazen en journalisten uitgenodigd, met als doel een professioneel netwerk uit te bouwen en op elkaars territoria samenwerkingsverbanden te smeden. Het gaat hem dus niet louter om export, want zoals de Scandinavische voorbeelden hebben uitgewezen, leidt dat tot eenrichtingsverkeer. GLIMPS streeft naar partnerships waarbij álle betrokkenen baat hebben, stimuleert uitwisseling en dialoog en geeft daarmee blijk van een langetermijn-visie. De initiatiefnemers kiezen trouwens bewust voor kleinschaligheid: met een kleine groep is het makkelijker duurzame contacten te leggen dan met de drieduizend professionals die jaarlijks EuroSonic aandoen. Voorlopig komt slechts 25 procent van de geprogrammeerde groepen uit ons land. GLIMPS bestookt de bezoeker niet met kwantiteit, maar toont liever een beperkt aantal bands waarin het echt gelooft. Bovendien is het voor de geselecteerden leerzaam kennis te maken met gelijkgestemden uit pakweg Macedonië of Slovakije. België is immers lang niet het enige Europese land met een florerende muziekscene. Dat GLIMPS de aandacht vestigt op muziek uit landen die ook in onze media stiefmoederlijk worden behandeld, is een goede zaak. Tenslotte is een bandje uit Gent voor iemand uit Tallinn net zo exotisch als een Ests combo voor ons. GLIMPS werkt nauw samen met buitenlandse curatoren, zoals Primavera uit Barcelona, Spot uit Aarhus en Sziget uit Boedapest, die actief betrokken waren bij de Bel-gische selectie. Zo weten School is Cool, The Bony King of Nowhere, Sleeping Dog en Great Mountain Fire nu al dat ze in zekere mate internationaal gedragen worden. Meteen wordt de potentiële kritiek gepareerd dat de betrokken Gentse managements aan belangenvermenging zouden doen. Koen Gisen, programmeur bij Vooruit, kreeg het laatste woord bij de selectie van de buitenlandse groepen. GLIMPS brengt Europa naar Vlaanderen en daar kan de muzikale ontdekkingsreiziger zijn voordeel mee doen. Met vijftien euro voor een weekendticket is de toegangsprijs alvast laagdrempelig gehouden. Dat de initiatiefnemers in deze crisistijden zowel van de stedelijke als van de Vlaamse overheid subsidies hebben weten los te weken, zegt iets over de noodzaak van hun project. GLIMPS brengt een nieuwe dynamiek in het plaatselijke concertleven én creëert openingen voor Belgisch talent. En is dat niet waar we met zijn allen al zo lang op zitten te wachten?Dirk Steenhaut - Illustratie Sarah Vanbelle