Oost, west, wie best? Geen van beiden, natuurlijk. Toch hebben onze Arabische broeders ons de afgelopen tijd qua politiek engagement en technologische vindingrijkheid een stevig poepie laten ruiken. En dat met middelen die de bekrompen westerling onlosmakelijk met 'zijn' cultuur verbindt. Terwijl wij Facebook en Twitter gebruiken om onze meninkjes over weer, sport en faits divers te spuien, toverden Libische, Tunesische en Egyptische misnoegden de sociaalnetwerksites in een mum van tijd om tot instrumenten van de revolutie.
...

Oost, west, wie best? Geen van beiden, natuurlijk. Toch hebben onze Arabische broeders ons de afgelopen tijd qua politiek engagement en technologische vindingrijkheid een stevig poepie laten ruiken. En dat met middelen die de bekrompen westerling onlosmakelijk met 'zijn' cultuur verbindt. Terwijl wij Facebook en Twitter gebruiken om onze meninkjes over weer, sport en faits divers te spuien, toverden Libische, Tunesische en Egyptische misnoegden de sociaalnetwerksites in een mum van tijd om tot instrumenten van de revolutie. Een massaal aantal tweets zorgde er mee voor dat het Tahrirplein in Caïro volstroomde met demonstranten die het aftreden van president Hosni Moebarak eisten. Het Tunesische blogcollectief Nawaat.org speelde een cruciale rol in de protestacties tegen de corrupte regering van president Zine El Abidine Ben Ali. En aan de vooravond van de Libische burgeroorlog stond kolonel Khaddafi's besluit vast: het internet moest plat! Dat die wanhoopsdaad niet mocht baten, konden we bijna live aanschouwen op YouTube. In tegenstelling tot westerse smartphonebezitters - die hun apparaat voornamelijk op baby's en beestjes richten - registreerden Arabische iPhone-, BlackBerry- en Samsung Galaxy-eigenaars de omwentelingen van op de eerste rij. Hoewel de politieke en sociale gevolgen van deze monumentale verschuivingen nog niet te overzien zijn, staat één ding buiten kijf: op filmisch vlak heeft de Arabische Lente al flink wat teweeggebracht. Op de recentste editie van het Filmfestival van Cannes - amper drie maanden na het terugtreden van Moebarak - toonde men 18 Days, een anthologiefilm waarin tien Egyptische regisseurs - van gevestigde waarden over bejubelde kortfilmers tot jonge honden - elk een eigenzinnige blik werpen op de recente revolutie. Tahrir 2011: The Good, the Bad and the Politician is een andere prent die de feiten op de hielen zat. De in Venetië en Toronto gescreende documentaire toont de Egyptische revolte vanuit verschillende oogpunten - die van de protestant, de ordehandhaver en Moebarak zelve. Om tot dat resultaat te komen vermengden regisseurs Tamer Ezzat, Ayten Amin en Amr Salama door hen afgenomen interviews met footage van de onlusten. Een van de eerste fictiefilms die zich tegen de achtergrond van de Arabische Lente afspeelt, ging in oktober in première op het Doha Tribeca Film Festival in Qatar. In Normal vertelt de Algerijnse filmmaker Merzak Allouache het verhaal van een filmmaker die na het uitbreken van de opstanden in Tunesië en Egypte teruggrijpt naar zijn onafgewerkte documentaire over gedesillusioneerde jongeren. Misschien is het nog te vroeg om van een ware Arabian New Wave te spreken, maar bepaalde overeenkomstigheden springen nu al ontegensprekelijk in het oog. Allereerst lijken de nieuw verworven vrijheden zich te vertalen in een zoektocht naar een hoogstpersoonlijke verteltraditie. Hoewel de cinema van het Midden-Oosten altijd al doordrongen was van een rebelse spirit - kijk maar naar het oeuvre van Jafar Panahi, de Iraanse cineast die enkele maanden geleden tot zes jaar cel veroordeeld werd - teerde het merendeel van de voorgaande films op een typische Hollywoodstructuur. Aan de hand van bloemlezingstrategieën, multiperspectiviteit en metaniveaus proberen de Arabische filmmakers nu een originele filmtaal te creëren. Opvallende bijkomstigheid: in de verse verhaalvormen is de vraag veel belangrijker dan het antwoord. Een ander markant element is de 'by any means necessary'-mentaliteit van de recent bevrijde filmmakers. In tegenstelling tot hun subsidiehongerige Vlaamse collega's zien ze er geen graten in om onbezoldigd te werken en gebruik te maken van amateuristisch materiaal als een Flipcam of een aftandse camcorder. Eerlijk: de kwaliteit van de eerste post-Arabische Lente-films laat te wensen over, maar wijten we dat aan groeipijnen. Het prestigieuze International Film Festival Rotterdam bewijst met de sectie Signals: Power Cut Middle East trouwens dat het filmfenomeen geen kort leven beschoren is en in eigen land werpt het nieuwe Aflam de Sud een blik op de Arabische cinema. Wie weet: misschien is de volgende Gouden Palm wel van oosterse origine. Insha'Allah! DOOR STEVEN TUFFIN - ILLUSTRATIE SARAH VAN BELLE