Een muzikantenfeestje in New York, 1965. Eric Burdon van The Animals staat iets te drinken met zijn vriendin wanneer Bob Dylan binnenkomt. Nauwelijks zijn de twee aan elkaar voorgesteld of Bawb begint openlijk met zijn lief te flirten. En dan gebeurt er iets opmerkelijks. In plaats van die arrogante Jood bij zijn krullen naar buiten te sleuren en in elkaar te rammen, doet Eric Burdon helemaal niets. Integendeel: hij groeit een paar centimeters van trots. Zwééft bijna. 'Want', zo zal hij later bekennen, 'Dylan die je grietje probeert in te pikken, dat is toch het mooiste compliment dat je kunt krijgen?' Zegt dus de man die in '65 zelf de wereld aan zijn voeten heeft liggen met hitsingles als House of the Rising Sun. En hij praat er vijftig jaar later nóg over. 'Bob was chatting up my bird!'
...

Een muzikantenfeestje in New York, 1965. Eric Burdon van The Animals staat iets te drinken met zijn vriendin wanneer Bob Dylan binnenkomt. Nauwelijks zijn de twee aan elkaar voorgesteld of Bawb begint openlijk met zijn lief te flirten. En dan gebeurt er iets opmerkelijks. In plaats van die arrogante Jood bij zijn krullen naar buiten te sleuren en in elkaar te rammen, doet Eric Burdon helemaal niets. Integendeel: hij groeit een paar centimeters van trots. Zwééft bijna. 'Want', zo zal hij later bekennen, 'Dylan die je grietje probeert in te pikken, dat is toch het mooiste compliment dat je kunt krijgen?' Zegt dus de man die in '65 zelf de wereld aan zijn voeten heeft liggen met hitsingles als House of the Rising Sun. En hij praat er vijftig jaar later nóg over. 'Bob was chatting up my bird!'Het zegt veel over de status die Bob Dylan in 1965 geniet. Ook, en misschien vooral, onder collega-muzikanten. De Britse folkie Donovan loopt dat jaar overal als een schoothondje achter hem aan. John Lennon vertelt tegen iedereen die het wil horen dat hij liever Dylan wil zijn dan zichzelf. En Marianne Faithfull komt zich tijdens zijn Britse tournee halfnaakt op zijn hotelkamer aanbieden, ook al is ze op dat moment vijf maanden zwanger. 'Dylan was toen de hipste kerel op aarde', zal ze zich later verantwoorden. 'De tijdgeest stroomde als elektriciteit door zijn aderen.' Elektriciteit. Dat woord vat Dylans wonderjaar misschien wel het beste samen. Bawb heeft zijn akoestische gitaar ingeruild voor een elektrische en ook zijn bewustzijn komt onder stroom. In zijn hoofd knettert het brein van een beatdichter, in zijn bast klopt een rock & roll heart en ook zijn tred lijkt ineens fully electrified. Hier staat een menselijke geleider van thetimes that are very much a-changing. Alleen: de folkies die hem een paar jaar eerder nog zo minzaam tegen de borst drukten als de Stem van hun Generatie, willen hem nu nog het liefst in die omhelzing verstikken. Dylan is hún protestzanger, hún spreekbuis, hún muzikale woordvoerder tegen onrecht en discriminatie. En hij moet vooral niet denken dat hij zomaar rock-'n-roll kan beginnen spelen, want rock-'n-roll is des duivels, de verklanking van het kapitalisme! Maar Bawb lapt al dat gezeur aan zijn puntlaarzen. Zelden heeft een artiest luider fuck you geroepen tegen zijn eigen fans dan Dylan in die jingle jangle morning van '65. Subterranean Homesick Blues bezorgt de folkies in januari al een halve beroerte. Een semivalse gitaarriff, een half uit het ritme hangende backbeat en daaroverheen een jengelende Dylan die cryptisch om zich heen trapt. 'Don't follow leaders, watch parking meters!' Voor de slechte verstaanders komt Dylan zijn punt nog wat verduidelijken op het Newport Folk Festival. Na een sliert akoestische troubadours komt hij het podium opgestapt met een elektrisch versterkte bluesband-op-speed en een niet mis te verstane boodschap. 'I ain't gonna work on Maggie's farm no more. No, I ain't gonna work on Maggie's farm no more!' De folkies die Subterranean Homesick Blues nog hadden vergoelijkt als een eenmalige faux pas van hun chouchou, krijgen alsnog een hartverzakking. Folkgoeroe Pete Seeger is zo woest en verontwaardigd dat hij de elektriciteitstoevoer met een bijl probeert door te hakken. Het is ongezien: een muzikant van amper 24 wordt uitgejouwd en verketterd door dezelfde mensen die hem twee jaar eerder op diezelfde plek nog heilig hebben verklaard. Maar de hippe beatnik met de Fender Stratocaster lijkt in niets meer op de jonge bard die in 1963 aan het handje van Joan Baez het podium werd opgesleurd. Hier staat een eigenwijze rocker die zijn sjofele schoenen heeft verruild voor zwarte puntlaarzen en zijn katoenen hemdje voor een leren jekker. Hier staat een op het arrogante af zelfverzekerde artiest, zijn warrige haardos als een aureool om zijn benige Jodenhoofd. Maar zo cool en ongenaakbaar hij overkomt op de Eric Burdons van deze wereld, zo vals en pretentieus is hij voor de traditionele folkies. Zij voelen zich door Dylan in het gezicht gespuwd en spuwen hem nu op hun beurt uit. Het raakt de nieuwbakken rockster niet. Het gejouw en boegeroep kaatsen dof terug op de glazen van zijn Ray-Ban-zonnebril. They ain't seen nothing yet. Nog diezelfde zomer maakt de wereld kennis met Like a Rolling Stone, een nummer over... ja, over wát eigenlijk? Geen single die zo tot de laatste groef is geanalyseerd, geen tekst die zo tot de laatste letter is uitgeplozen en gedissecteerd als Like a Rolling Stone. Er zijn verhandelingen over geschreven, doctoraatsthesissen, zelfs een boek van 300 pagina's door een gediplomeerd dylanoloog - die mensen bestáán - maar nog altijd weet niemand waar het nummer écht over gaat. Laat staan in die infame zomer van 1965. Dylan heeft pers en publiek zodanig tegen zich in het harnas gejaagd dat Like a Rolling Stone her en der vijandig wordt onthaald. Maakt niet uit dat Springsteen het nummer later zal omschrijven als 'the snare shot that sounded like somebody'd kicked open the door to my mind'. Maakt niet uit dat er 50 jaar later een cd zal worden uitgebracht met alle twintig takes die Dylan ervan heeft opgenomen. Die zomer moeten de Dylan haters - want zo noemen ze zich intussen - er niet van weten. Het ziet er zelfs even naar uit dat Like a Rolling Stone in Engeland niet eens zal worden uitgebracht. Het toonaangevende muziekblad Melody Maker kan zijn verrukking nauwelijks verbergen en kopt: 'Thank goodness we won't get this six-minute single in Britain!' De recensent heeft het over een 'monotone melodie', over Dylans 'expressieloze intonatie' en serveert het nummer finaal af als 'the six longest minutes since the invention of time'. En dan hebben ze Highway 61 Revisited nog niet gehoord, de bijbehorende plaat die hij een maand later op een verbouwereerde wereld loslaat en die hij in amper zes dagen tijd op band heeft gepleurd. Negen elektrisch versterkte garagerockers en rammelende bluessongs staan erop, plus één akoestische ballade - van tien minuten! - en ze laten de gemiddelde mister Jones in de straat onbegrijpend achter. 'You know something is happening but you don't know what it is. Do you, mister Jones?'Fast forward naar het voorjaar van 1966. Op privévlak gaat het Dylan voor de wind. Hij is net getrouwd met Sara Lownds, de vrouw met wie hij vier kinderen zal krijgen. Maar op tournee gaat het van kwaad naar erger. Dylan trekt de wereld rond met The Hawks, die later zullen vervellen tot The Band, maar bij elke halte stuit hun elektrische set op méér tegenkanting. Toetsenist Al Kooper is al opgestapt omdat hij het niet aandurft om op te treden in Dallas, de stad waar drie jaar eerder JFK is neergeknald. 'If they didn't like that guy,' zo redeneert hij, 'what are they going to think of this guy?'In Engeland is de ontvangst al niet veel hartelijker. Het publiek heeft er betaald om een protestzanger te horen, een folkie met geëngageerde ballades. Maar Dylan is gekomen om te rocken. De twee gaan niet zelden in de clinch: de sfeer wordt bij elk optreden grimmiger en de folkies almaar driester in de verwensingen die ze naar het podium slingeren. 'Where is Ringo?''Go home yankee!'En dan, tijdens een optreden in de Manchester Free Trade Hall: 'Judas!'Bob Dylan, een jongen van amper 25 die gewoon wat rock-'n-roll wil spelen, wordt een verrader genoemd. Andere 25-jarigen zouden zich ter plekke bepissen bij zoveel weerstand, of anders luid om hun mama roepen in de hoop dat hun kringspier het blijft doen. Niet Bob Dylan. Hij gaat de confrontatie aan. 'I don't believe you!'En hij slaat een akkoord aan op zijn Stratocaster. 'You're a liar!'Hij draait zich om naar The Hawks. 'Play fucking loud!'Dan: het snare shot dat Like a Rolling Stone op gang kickt. In een fucking luide versie. En met een ontketende Dylan die elk woord, elke strofe, elk refrein treiterig lang rekt. 'How does it féééééééééééééél?'Het voelt ongetwijfeld als een overwinning. De zege van een geteisterde muzikant op zijn onwillige publiek. Bob Dylan heeft zijn recht op artistieke zelfbeschikking opgeëist. En het recht om zijn eigen fans te bruuskeren, uit te dagen of er geen lor om te geven wat ze van hem denken. Punkers zullen zich meer dan tien jaar later fier op de borst kloppen omdat ze hun middenvinger uitsteken naar de politiek, de Queen of het establishment. Dylan geeft zijn eigen fans the finger: hoeveel meer punk is dát? Bawb is maar zelden op het Judas-incident teruggekomen, maar in Rolling Stone wilde hij er drie jaar geleden toch nog dit over kwijt: 'Judas, zeg, de meest gehate naam in de geschiedenis! Als je denkt dat je al wat scheldwoorden over je heen hebt gekregen, moet je die maar eens proberen. En waarom? Omdat ik op een elektrische gitaar speelde? Alsof dat ook maar enigszins vergelijkbaar is met Jezus verraden en hem laten kruisigen. Wussies en pussies zijn het. All those evil motherfuckers can rot in hell.' Amen. De kans dat Dylan u in Vorst Nationaal nog eens de vinger geeft, is eerder klein, maar nonkel Bawb is vijftig jaar later nog altijd niet wat je noemt een crowdpleaser. Hij speelt voornamelijk songs uit zijn laatste paar platen, is bijzonder karig met hits en speelt geen enkel nummer twee keer op dezelfde manier. Best mogelijk dat u pas na anderhalve minuut doorhebt dat u naar pakweg Like a Rolling Stone staat te luisteren. Best mogelijk ook dat de hoog bejaarde Dylan na de show met uw lief aanpapt. Aan u om uit te maken of u dat een compliment vindt of niet.BOB DYLAN Op 1/11 in Vorst Nationaal, Brussel. THE BOOTLEG SERIES VOL. 12: THE CUTTING EDGE 1965-1966 Uit op 6/11 bij Columbia/Legacy.DOOR VINCENT BYLOO - FOTO'S GETTY IMAGESEric Burdon (the animals) 'DYLAN DIE JE GRIETJE PROBEERT IN TE PIKKEN, DAT IS TOCH HET GROOTSTE COMPLIMENT DAT JE KUNT KRIJGEN?'