Het leven kun je niet pitchen. Nee, je kunt het wel, maar het is niet echt een pitch waar veel tv-bazen meteen een cheque voor zouden tekenen: je wordt geboren en gaat dood en daartussen probeer je wat.
...

Het leven kun je niet pitchen. Nee, je kunt het wel, maar het is niet echt een pitch waar veel tv-bazen meteen een cheque voor zouden tekenen: je wordt geboren en gaat dood en daartussen probeer je wat. Arnon Grunberg zei onlangs in een interview dat het een van de taken van de literatuur is om de grenzen van de normaliteit af te tasten. Nog zoiets dat niet echt scoort in een pitch: 'Wat we willen doen, is eigenlijk zowat de grenzen van de normaliteit aftasten... in New York!' Toch was dat een van de sterke punten van Breaking Bad, de reeks waaruit Better Call Saul ontstond. Daarin werden nog eens grenzen afgetast! De grens van maximale antipathieke eigenschappen in een hoofdpersonage, om er maar een te noemen. De grens van het belachelijke in een dramatische context - die pizza op dat dak. De grens van het tenenkrullend 'veelbetekenende' - de aflevering waarin Walt een uur lang een vlieg probeert te vangen. En toch: volgens veel mensen die lijstjes op internet zetten om eindelijk eens een lief te vinden dat ook echt moet eten en zo, was Breaking Bad de beste serie ooit, ter wereld, forever. Ik denk eerder: Breaking Bad had waarschijnlijk de beste pitch ooit, ter wereld, forever. Een chemieleraar die voor zijn verjaardag een kanker krijgt en voor zijn gezin dan maar zijn enige talent op een ander domein gaat inzetten? Dat is al goed. Maar dan ook nog eens een evil überlord wordt? Ja. Ik wil het zien. Maak het. Nu. Probeer andere reeksen zo maar eens te pitchen. The Sopranos? Dikke Italiaanse maffiabaas rijdt wat rond in zijn SUV en gaat naar een psychotherapeute voor zijn angstaanvallen. De gitarist van Bruce Springsteen doet mee, maar in een eerder komische rol. The Wire? Flikken met materiaal uit de jaren vijftig luisteren een paar homeboys in te grote T-shirts af. Behalve in de latere seizoenen, want dan gebeurt er telkens iets compleet anders met nieuwe personages. Het gaat ook nog over onderwijsproblematiek tegen het einde. Yeah! Zowel The Sopranos als The Wire vind ik ondanks hun pitchonvriendelijkheid veel sterker dan Breaking Bad. Ze gaan namelijk in de eerste plaats over schijnbaar echte mensen, hyperrealistische personages in zekere zin, en pas in de tweede plaats over het Goed Idee dat de maker zoals een iets te felle lamp over de hoofden van de personages heeft gehangen. Eigenlijk is die Walter White uit Breaking Bad ook maar de uitvoerder van zijn eigen pitch. NATUURLIJK VOND ik Breaking Bad, welbeschouwd, geen slechte reeks. Het eerste seizoen gaat zo traag vooruit dat het in slow motion gefilmd lijkt, het tweede is eigenlijk ook nog altijd opwarming en dan een stukje seizoen drie in, ja, dan begint het goed te worden. Om dan nog twee geheel uitstekende laatste seizoenen op te leveren. Maar voor het echt goed wordt, heb je dus wel al ongeveer dertig uur tv gekeken. Dertig uur. Dat zijn 15 tot 20 langspeelfilms. Ken je dat nog, van vroeger, de langspeelfilm? Wel, ja. Zo heel veel dus. Noem me ouderwetse Betsy en zet me op de paardenkar, maar ik vind dat een reeks gewoon meteen moet boeien. Boeien en over zo echt mogelijke mensen gaan, dat zijn zo wat de twee basisvoorwaarden, denk ik. Als die in orde zijn, dan mag het zich voor mijn part ook op een ponyfarm in Amstelveen afspelen, als het moet. (Pharrell, als je dit leest en ik zie dat je binnen een jaar iets doet met een ponyfarm in het dorp net onder Amstelveen, dan weet ik je te vinden, knul.) OF IN EEN BEZEMKOT ACHTER EEN voetmassagesalon dat dienstdoet als internationale hoofd- en tevens enige zetel van de legal practice van advocaat Jimmy McGill (Bob Odenkirk). Die heeft een verleden als kleine oplichter, zorgt voor een ooit succesvolle broer die ergens onderweg een vijs heeft verloren en beschikt niet echt over een plan waarvan je zegt: zo, hiermee ga je nu vlotjes doorstoten naar de top. Hij probeert wel, hard, elke dag opnieuw, maar zijn nijd en zijn gladde kop steken hem tegen. En toch blijft zijn falen wat falen in goed drama moet zijn: een uitvergroting van door en door menselijke, kleine eigenschappen in een groteske context zodat we er iets uit kunnen leren over onszelf. Daarom is het ook zo belangrijk dat de personages mensen blijven. En Jimmy McGill, boven alles, is een mens. Jaloers per definitie, nu eens groots en principieel, dan weer glad en opportunistisch. Zorgend bij momenten, maar soms ook hard om vooral toch zelf te overleven. BETTER CALL SAUL MIST EEN GROOTS opgezet plan. Maar precies dat lijkt de makers te hebben verplicht om veel dichter bij hun personage te komen. Ze maken van de-man-die-later-Saul-Goodman-zal-worden een sukkelaar, net zoals Walter White een sukkelaar was, maar geven hem een warmer hart. Ik vind Better Call Saul voorlopig dan ook beter dan Breaking Bad. Daar zijn minstens twee redenen voor. Ten eerste is de pitch complete rommel, namelijk: het gaat over die rare advocaat uit Breaking Bad, maar dan over toen hij eigenlijk nog Jimmy heette. Dat is een beetje zoals Joey uit Friends ontstond, maar dan in de serieuze tv-wereld. En ten tweede omdat het een erg menselijke reeks is. Ze gaat over iemand die echt moet vechten tegen de klootzakken, de patsers en de overal aanwezige tegenslag in zijn leven. Maar meer nog over iemand die moet vechten tegen zichzelf, net zoals wij allemaal. Meer pitchy moet het niet worden. PAUL BAETEN GRONDANATUURLIJK VOND IK BREAKING BAD NIET SLECHT, MAAR NOEM ME BETSY EN ZET ME OP DE PAARDENKAR: IK VIND DAT EEN REEKS GEWOON METEEN MOET BOEIEN, ZOALS BETTER CALL SAUL.