Het is een vreemd gezicht: drie Amerikanen die op een heuvel in India een soort paringsdans uitvoeren waarbij op pauwenveren wordt geblazen. Totdat in de verte het gerommel klinkt van een trein die zich in gang trekt. Dan zetten ze in dolle draf de achtervolging in - de één in een hotelbadjas, de ander hinkend en met wandelstok. Om op het nippertje weer aan boord te springen.
...

Het is een vreemd gezicht: drie Amerikanen die op een heuvel in India een soort paringsdans uitvoeren waarbij op pauwenveren wordt geblazen. Totdat in de verte het gerommel klinkt van een trein die zich in gang trekt. Dan zetten ze in dolle draf de achtervolging in - de één in een hotelbadjas, de ander hinkend en met wandelstok. Om op het nippertje weer aan boord te springen. 'Drie broers op een trein: dat was lange tijd alles wat ik had', zegt Wes Anderson ons in het Londense hotel waar we hem samen met zijn trio hoofdacteurs - Adrien Brody, Jason Schwartzman en Owen Wilson - ontmoeten. 'Tot ik in India kwam en het me inviel: hier moet die trein gaan rijden.' Weinig filmmakers zijn zo herkenbaar als de jongensachtige, wat nerderige Texaan. Zijn films zijn geestig en melancholisch, en zitten vol personages die niet helemaal van deze wereld lijken. Zijn vroege meesterstuk Rushmore ging over een jongen die op een chique school het verenigingsleven domineert en met de depressieve miljonair Bill Murray wedijvert om de hand van een beeldschone juf. The Royal Tenenbaums volgde een ontwrichte familie van ontspoorde wonderkinderen. En in The Life Aquatic with Steve Zissou koos een bonte stoet figuren het ruime sop om Jacques Cousteau-achtige avonturen te beleven. Zoals acteur Jason Schwartzman over Anderson zegt: 'Het klinkt cliché, but he's so him. Omdat hij humor ontdekt in dingen die op het oog niet grappig zijn, en een zeker verdriet in de dingen die juist wél grappig lijken.' In zijn nieuwste, The Darjeeling Limited, borduurt Anderson tot op zekere hoogte voort op zijn beproefde recept. Het is het verhaal van drie Amerikaanse broers die elkaar sinds de dood van hun vader een jaar niet gesproken hebben. Op initiatief van de oudste, Francis (Owen Wilson), ondernemen ze een treinreis door India. Het is een verzoeningspoging die hem is ingegeven door een bijna fataal ongeluk, dat misschien niet helemaal een ongeluk was. De jongste broer, Jack (Schwartzman), is een schrijver die worstelt met een stukgelopen relatie. En Peter (Adrien Brody) zal over enkele dagen een kind krijgen met de vrouw van wie hij altijd dacht te zullen scheiden. Rijdend door India ondergaan de broers een overgangsritueel, een coming-of-age, zelfs al zijn ze al geruime tijd volwassen. Brody, de stille, afgemeten spreker, wijst op de specifieke aard van Andersons personages: 'Ze hebben altijd iets eigenaardigs, en toch kun je je met hen identificeren. De humor die uit zulke figuren voortvloeit heeft een gelaagdheid die in komedies vaak ontbreekt. De ziel van The Darjeeling Limited zit in de worsteling van de broers. Hun individuele worsteling, maar vooral de manier waarop ze - zonder veel succes - van elkaar proberen te houden. In films van Wes zijn er altijd verborgen gebreken die de karakters in de weg zitten. Dat weet hij naadloos te verweven met regelrechte slapstickmomenten. Het kan niet, maar het kan toch, op een vreemde manier.' Anderson zelf praat niet gemakkelijk over zijn werk, dat zo nauw verweven is met zijn persoon dat elke film het resultaat lijkt van neuroses en intuïtie. De late dertiger, die eruitziet als een late twintiger, wikt zorgvuldig zijn woorden. 'Ik geloof vooral in het overwicht van de verbeeldingskracht. Als ik kan kiezen uit iets dat echt bestaat of iets dat ik verzonnen heb, kies ik voor het laatste. Zoals de onderwaterwereld in The Life Aquatic. Ik dacht: hoe kunnen we ooit over de werkelijkheid van Discovery Channel heen? Wel, door er verzonnen stopmotionvissen in los te laten. Mijn persoonlijke interesses zijn een filter waar de werkelijkheid doorheen sijpelt. Als ik ideeën heb, wil ik ze in mijn films proppen, zo veel mogelijk. Ik ben geen minimalist, wat dat betreft. Ik wil het publiek zoveel mogelijk verrassen en verwonderen.' Tot zover de speelse, bruisende kant van Wes Anderson. Maar wat met de duistere ondertonen in zijn films? Allemaal worden ze bevolkt door figuren die fysiek volwassen zijn, maar geestelijk ergens zijn blijven haperen. Ze hebben moeite met het verwerken van tegenslagen, en hebben veelal kinderlijke strategieën ontwikkeld om daarmee om te gaan: een vlucht in fantasie of in verkrampte controle. Vaak leven ze in de schaduw van afwezige ouders - een overleden moeder, een uithuizige vader: de emotioneel ontoegankelijke Steve Zissou in The Life Aquatic; de overleden vader en verdwenen moeder uit The Darjeeling Limited. In The Life Aquatic verklaart Zissou op zeker moment dat elfenhalf zijn favoriete leeftijd was. Eigenlijk projecteert Anderson de blik van het kind op volwassenen, met als resultaat een verwrongen en naïeve wereld, die dusdanig schuurt dat ze niet alleen komisch, maar ook tragisch wordt. Zelf denkt Anderson met weinig heimwee terug aan zijn kinderjaren. 'Elfenhalf was het tegenovergestelde van mijn favoriete leeftijd. Mijn ouders lagen in echtscheiding en ik leefde in een groteske fantasiewereld.' In die wereld, die bestond uit tekenblok na tekenblok, was hij een grote meneer met geld en aanzien in een koninkrijk van overdaad. Ook stortte hij zich, net als Max in Rushmore, op het schooltoneel. 'Die tijd heeft zonder meer sporen nagelaten op mijn werk.' Vandaar wellicht dat Anderson zichzelf het meest in de jongste van de drie broers herkent. Jack is een schrijver van verhalen vol 'fictieve personages', zoals hij zichzelf blijft wijsmaken. 'Ik zie dat bij mezelf ook: de gedachte dat je dingen kan leren begrijpen, verwerken of achter je laten door er fictie van te maken. Fictie die helemaal over jezelf en je eigen wereld blijkt te gaan, hoe hard je dat ook blijft ontkennen.' Broers zijn een terugkerend thema in Andersons werk. Zelf heeft hij er twee, net als studievriend Owen Wilson, met wie hij de scenario's van zijn eerste films schreef. Darjeeling-coscenaristen Schwartzman en Roman Coppola zijn als broers opgegroeid. 'Er is een dynamiek en een vanzelfsprekendheid tussen broers die me fascineert', zegt Anderson. Toen hij aan het script schreef, woonde de regisseur in Parijs, terwijl Schwartzman en Coppola meestal in Los Angeles zaten. Schwartzman: 'We waren aangewezen op conference calls - waarbij het wel wat verdacht was dat ik degene was die steeds moest bellen. De krent! Hoe dan ook, Wes zei: 'We moeten het meest persoonlijke script trachten te schrijven dat we in ons hebben. Laten we kijken of wat wij hebben meegemaakt relevant kan zijn voor die broers in die trein.' Het was dus niet echt schrijven wat we deden: we waren gewoon drie vrienden die elkaar hun levens en geheimen vertelden. Het script is chronologisch gegroeid; geen van ons wist waar het heen zou gaan. Maar blijkbaar kun je elkaar zo goed begrijpen dat je allemaal, onuitgesproken, precies weet welke kant het zal uitgaan. Typisch broers, denk je dan.' De enige die geen broers heeft, is Brody, maar hij voelde zich nooit the odd man out. 'We waren samen op reis,' zegt hij, 'letterlijk en figuurlijk. Wes creëert een heel intieme werksfeer. We woonden samen in een groot huis en waren tot elkaar veroordeeld in die rijdende trein. Dat is anders dan ik gewend ben. Vaak zit je op een set toch maar in je trailer een beetje op jezelf te wezen. Nu groeiden we snel naar elkaar toe.' Wat The Darjeeling Limited ook een typische Anderson maakt, is de ode die hij brengt aan de filmgeschiedenis. Zoals The Life Aquatic refereerde aan de natuurfilms van Jacques Cousteau en de stop-motion van Ray Harryhausen, zo put hij hier uit zijn favoriete Bollywoodfilms. De soundtrack werd samengesteld uit muziek van regisseur Satyajit Ray en uit films van Merchant Ivory. The Darjeeling, aldus Anderson, is bovendien een buiging naar Jean Renoirs The River. 'Martin Scorsese liet mij die film ooit zien - hij heeft een waanzinnige collectie bijzondere, oude films - en ik was diep onder de indruk van de visuele pracht van Renoirs India. Daar moet ik iets mee, dacht ik.' Toch is er ook het nodige veranderd in Andersons aanpak. Hij benadert niet langer elk shot als een schilderij waarvan de compositie wiskundig precies moet zijn. In Andersons films komen geregeld controlefreaks voor, meestal gespeeld door studievriend Owen Wilson. In The Darjeeling Limited is Wilson, net als in zijn debuutfilm Bottle Rocket, degene die de agenda bepaalt, afspraken afdwingt, dingen zwart-op-wit zet en voor de zekerheid plastificeert. Anderson stond in het verleden bekend om zijn meticuleuze voorbereiding en regie; acteurs waren voor hem poppetjes waarmee je kon schuiven. Schwartzman haalt het verschil aan tussen de set van Rushmore, waarin hij de hoofdrol had, en The Darjeeling Limited, bijna tien jaar later. ' Rushmore heeft hij gedraaid in zijn oude middelbare school, waarvan hij elk hoekje en gaatje kende. Ik denk dat hij bewust een plek heeft gezocht die hij niet kon controleren. Je hoeft immers niet in India te filmen; je kunt het land gerust nabouwen in een studio. Maar dat wilde Wes niet. Misschien dat hij zichzelf zo wou dwingen relaxter te werk te gaan. Want in India komen de dingen zoals ze komen. Je bestelt een rode auto, maar er komt een blauwe truck. Je wilt een trein laten nabouwen, maar die Indiërs richten hem in naar eigen nuk en gril. Wes vond dat allemaal prima. Wat gebeurde, gebeurde.' Brody wijst op een scène in een donkere coupé. 'Die hele scène hebben we in het donker gerepeteerd. Ik dacht dat Wes dat intiemer vond, qua sfeer. Later bleek de stroom gewoon te zijn uitgevallen. Dan maar zo, heeft Wes gedacht.' Wat dat betreft laat The Darjeeling Limited een nieuwe, rijpere Anderson zien. Wat de drie broers op de trein moeten leren - accepteren en loslaten - heeft de filmmaker zelf ook geleerd. Waar hij had kunnen vastroesten in zijn eigen stijl en stem, heeft hij daarmee misschien genoeg vernieuwing toegelaten om zijn eigenzinnige filmuniversum levensvatbaar te houden. The Darjeeling Limited is een geslaagde overgangsfilm. De volgroeide Anderson mag opstaan. Door Auke Hulst