Er was een jongen in het dorp. Het doet er niet toe hoe hij heette of hoe hij eruitzag. Dit moet je weten: hij geloofde dat hij kon vliegen. Het is te zeggen: hij vertelde iedereen dat hij kon vliegen. Werd boos als iemand zei dat mensen niet kunnen vliegen. Dan ging hij schreeuwen en werd hij helemaal rood. Dat was geen gezicht. Soms werd er gevochten, want jongens in dorpen vechten. Zo worden zij groot.
...

Er was een jongen in het dorp. Het doet er niet toe hoe hij heette of hoe hij eruitzag. Dit moet je weten: hij geloofde dat hij kon vliegen. Het is te zeggen: hij vertelde iedereen dat hij kon vliegen. Werd boos als iemand zei dat mensen niet kunnen vliegen. Dan ging hij schreeuwen en werd hij helemaal rood. Dat was geen gezicht. Soms werd er gevochten, want jongens in dorpen vechten. Zo worden zij groot. De jongen was natuurlijk niet helemaal goed bij zijn hoofd. Hij stopte met zijn fiets bij het bankje waar ik na de school zat. Zei dat hij kon vliegen. Goed, zei ik. Toen knikte hij en fietste weg, het geluid van een straaljager nabootsend en in aerodynamische houding op zijn fiets gezeten. Op naar nieuwe avonturen. Mensen met mentale uitdagingen die hen buiten de zogezegde normaliteit duwen, moeten geholpen worden. Meestal zijn hun bedoelingen goed, en een maatschappelijk weefsel kan hen opvangen. Zo laat de osteria hier in het dorp een man de servetten plooien en de tafels afruimen. Als hij enkele dagen overslaat, zeggen de eigenaars: we hebben je gemist. Dan fleurt hij op van fierheid. Dat is hoe het kan werken. Dat gaat niet om uitbuiting of betweterigheid, dat gaat om een goed begrip hebben van hoe om te gaan met mensen die nog meer dan anderen in hun eigen wereld leven. Momenteel hebben we als wereldgemeenschap een probleem, in die zin dat enkele van de meer kwetsbare geesten de macht hebben gegrepen in het machtigste land op aarde. In tegenstelling tot de jongen in het dorp of de man in de osteria, zijn hun bedoelingen niet altijd even zuiver. Eigenlijk zijn ze nooit zuiver. Eigenlijk zijn ze uiterst schadelijk en angstaanjagend. Toch mogen wij, en ook zeker de media, het a priori niet vergeten, namelijk dat we te maken hebben met enkele zwakzinnigen. De fout die in onze geschiedenis al enkele keren tot desastreuze gevolgen heeft geleid, is aan dat eenvoudige feit voorbijgaan. Dat wil zeggen: te vaak nog gaan we met de speciale jongen uit het dorp in discussie, of gaan we hem uitleggen dat onze lichaamsbouw, en niet het minst het gebrek aan een stel vleugels en een staart, ons niet in de mogelijkheid stelt om te vliegen. En dan zegt iemand: jawel, dat kan wel. Waarna iedereen door elkaar begint te roepen. Tot iedereen aan het vechten is. Dat heeft enkele nefaste gevolgen. Tijdverlies, om er maar een te noemen. Maar het ergste gevolg is dat de essentie vergeten wordt, en dat is dat er een gek aan het werk is en dat we voorlopig geen oplossing hebben om hem te stoppen. Meer nog: door in discussie te gaan over zijn gekkemannetjespraat, legitimeren we de inhoud ervan. We moeten de focus verleggen van de (per definitie compleet gestoorde) propaganda die vanuit het Witte Huis komt naar een manier om zo snel mogelijk de speciale jongens die daar nu de plak zwaaien op een vredige manier weer naar buiten te krijgen. De protesten zullen toenemen en de geschiedenis zal de gevaarlijke idioten plus de lafaards die vandaag in bedekte termen halve statements maken wel opruimen. Maar nieuwsmakers, vergeet tot dan niet: het probleem is hier de jongen zelf, want dat hij niet kan vliegen? Zo veel is duidelijk. P.B. GRONDAWij mogen, en zeker ook de media, het a priori niet vergeten: dat we momenteel in het Witte Huis te maken hebben met enkele zwakzinnigen.