I pugni in tasca (1965)

Na eerst filosofie te hebben gestudeerd maakt Bellocchio op zijn 26e zijn regiedebuut met deze subversieve aanval op de conservatieve moraal van katholiek en provinciaal Italië. Centraal staat een gedegenereerde bourgeoisfamilie, bestaande uit de opvliegende epilepticus Alessandro en diens mentaal gehandicapte broer, labiele zus, inhalige vader en blinde moeder. Terwijl de scheldpartijen, familierituelen en incestueuze intriges je om de oren vliegen, trakteert Bellocchio je op een woeste mix van huiveringwekkende gotiek en nouvelle-vague-achtige expressiedrift in zwart-wit. Geen wonder dat de controversiële film - gedraaid in zijn geboortestad Piacenza met een ironische score van Ennio Morricone - de annalen ingaat als de big bang van de Nieuwe Italiaanse Cinema. Een compromisloos, buñuelliaans debuut waarin Bellocchio zijn stokpaardjes waanzin, hypocrisie en repressie meteen in volle galop berijdt.
...

Na eerst filosofie te hebben gestudeerd maakt Bellocchio op zijn 26e zijn regiedebuut met deze subversieve aanval op de conservatieve moraal van katholiek en provinciaal Italië. Centraal staat een gedegenereerde bourgeoisfamilie, bestaande uit de opvliegende epilepticus Alessandro en diens mentaal gehandicapte broer, labiele zus, inhalige vader en blinde moeder. Terwijl de scheldpartijen, familierituelen en incestueuze intriges je om de oren vliegen, trakteert Bellocchio je op een woeste mix van huiveringwekkende gotiek en nouvelle-vague-achtige expressiedrift in zwart-wit. Geen wonder dat de controversiële film - gedraaid in zijn geboortestad Piacenza met een ironische score van Ennio Morricone - de annalen ingaat als de big bang van de Nieuwe Italiaanse Cinema. Een compromisloos, buñuelliaans debuut waarin Bellocchio zijn stokpaardjes waanzin, hypocrisie en repressie meteen in volle galop berijdt.In deze agressieve analyse van religie en autoriteit richt Bellocchio - toen nog lid van de Communistische partij - zijn pijlen op het repressieve opvoedingssysteem in een Italiaans jezuïetencollege aan het einde van de jaren 50. Rebel van dienst is de rijke delinquent Angelo, die de meest demagogische middelen gebruikt om de contradicties van het geloof en het jezuïetenonderwijs bloot te leggen. Het gevolg is een allegorische contestatiefilm à la Jean Vigo's Zéro de conduite, waarin de school dient als metafoor voor een moreel vermolmde maatschappij en waarin zwartlederen uniformen en bizarre Madonnabeelden, surrealistische poëzie en snoeihard realisme hand in hand gaan. Na zijn radicale beginperiode zoekt Bellocchio, die tussendoor ook politieke documentaires maakt, een nieuwe en meer psychoanalytische stem. Die resoneert voor de eerste keer volop in dit mild ironische psychodrama waarin de in Cannes bekroonde Michel Piccoli en Anouk Aimée een broer en zus spelen die op een bijna pathologische manier met elkaar samenleven. Tenminste: tot de broer, een rechter, een bevriende toneelacteur laat beloven zijn labiele zus te vermoorden. Voor het eerst weet Bellocchio, die naast filosofie ook nog schilderkunst studeerde, zijn kritische doorlichting van de burgermoraal en familiewaarden te koppelen aan een klassieke picturale stijl. Bovendien ruilt hij zijn polemische provocaties in voor freudiaanse reflecties en discreet sarcasme. Le nouveau Bellocchio est arrivé.Bellocchio zet zijn classicisme onverdroten voort met deze verzorgde film naar het gelijknamige satirische toneelstuk van Luigi Pirandello. Daarin mag monstre sacré Marcello Mastroianni een moderne aristocraat vertolken die al twintig jaar in de waan leeft dat hij de 11e-eeuwse keizer Hendrik de Vierde is. Tot zijn ex-verloofde (Claudia Cardinale), familie en neppsychiater schoon genoeg hebben van de farce en hem met de waarheid confronteren. Een satirische komedie, waarin Bellocchio eens te meer grimassend balanceert op de grens van realiteit en waan, acteren en bestaan, identiteit en vermomming. Bellocchio drijft zijn psychoanalytische exploratiedrift tot in het extreme met deze door zijn eigen psychiater, de controversiële Massimo Fagioli, mee geschreven en geregisseerde romance naar de roman van Raymond Radiguet. Die werd eerder al verfilmd door Claude Autant-Lara, maar wordt in de (zelf)therapeutische visie van Bellocchio en Fagioli een inhibitieloze studie van obsessief gedrag. Protagonisten zijn een verliefde bourgeoisscholier en een excentrieke vrouw wier verloofde in de gevangenis zit wegens terrorisme, wat hun affaire nog explosiever maakt. Werd Diavolo in corpo indertijd afgedaan als pretentieuze flauwekul, dan maakte de expliciete pijpbeurt van de Hollandse Maruschka Detmers er - twintig jaar voor The Brown Bunny - wel meteen een X-rated schandaalhitje van. Nog vier keer zou Bellocchio verloren lopen in de psychoanalytische scripts van zijn psychiater Massimo Fagioli, maar midden jaren 90 komt er plots een einde aan hun samenwerking. Met een hernieuwde zin voor klassiek melodrama en een heldere vertelstructuur stort Bellocchio zich weer op de literaire klassiekers. Eerst doet hij dat met de Heinrich Von Kleist-adaptatie Il principe di Homburg (1997) over een officier die kampt met nachtmerries. Daarna maakt hij zijn tweede Pirandelloverfilming met La balia, over een Romeinse psychiater die gedwongen wordt in een arm boerengat een voedster te zoeken als zijn vrouw allesbehalve gelukkig blijkt met hun pasgeboren spruit. Een van Bellocchio's toegankelijkste films, al passeren al zijn dada's - van het failliet van de bourgeoisfamilie tot de koude oorlog der seksen - opnieuw de neoclassicistische revue. Zijn recente films mogen dan een stuk conventioneler ogen dan die uit zijn beginperiode, Bellocchio deinst er nog steeds niet voor terug een oude nationale wonde open te rijten. Nadat hij in 1995 met Sogni infranti al een documentaire over de Rode Brigades draaide, giet de Italiaanse iconoclast de ontvoering en moord op de Italiaanse premier Aldo Moro uit 1978 nu ook in een eigenzinnig docufictiedrama. Een provocatief pamflet over de Rode Brigades of een freudiaanse doorlichting van politiek extremisme hoef je echter niet te verwachten. Bellocchio volgt de gebeurtenissen door de ogen van een fictieve terroriste die steeds meer aan haar missie begint te twijfelen. Tegelijk toont hij aan de hand van journaalbeelden wat er écht met Moro is gebeurd en wat er had kunnen gebeuren als zijn ontvoerders effectief hadden geweten waarmee ze bezig waren. Al doende brengt Bellocchio niet alleen een half feitelijke, half spirituele analyse van losgeslagen ideologie en burgerlijke lafheid. Hij draagt er ook de voormalige links-radicaal in zichzelf symbolisch mee te grave. De film rehabiliteert hem als een van de origineelste figuren binnen de Europese arthousecinema.