De Portugese maestro Pedro Costa trekt opnieuw de sloppenwijken van Lissabon in waar hij zijn indringende camera richt op de Kaapverdische verschoppelingen die er samentroepen, als melaatse...

De Portugese maestro Pedro Costa trekt opnieuw de sloppenwijken van Lissabon in waar hij zijn indringende camera richt op de Kaapverdische verschoppelingen die er samentroepen, als melaatsen van het laatkapitalistische bestel. Dit keer volgt hij Vitalina Varela, een vrouw van middelbare leeftijd die haar lang geleden naar Portugal uitgeweken man wil begraven, maar te laat komt voor diens begrafenis en enkel een troosteloze stal van leugens, miserie en onverschilligheid aantreft. Costa giet zijn naar verval en existentiële eenzaamheid riekende docufictie, waarin Vitalina een gefictionaliseerde versie van zichzelf speelt, in meticuleus gecomponeerde clair-obscurtableaus. Maar de monumentale schoonheid die van de benepen, bijna vierkante beelden uitgaat, biedt amper troost tegen de tristesse waar geen ontsnappen aan is. Een spookachtig mooie doemballade waar de saudade van af druipt.