Eerste zin De grond was drooggelegd.

Amper zeventwintig was Daisy Johnson toen ze in oktober vorig jaar mocht aanschuiven voor het diner van de Man Booker Prize. Met haar debuutroman was ze de jongste genomineerde ooit voor die gerenommeerde literaire prijs. En ja, ze was starstruck: 'Daar zit je dan, met de bibber op je lijf, aan tafel met kleppers als Rachel Kushner en Richard Powers.' Ze won niet - dat deed Anna Burns met Milkman, dat binnenkort in het Nederlands verschijnt - maar haar naam was wel gemaakt, en de nominatie kwam niet helemaal uit de lucht vallen. Veenland, de bundel die ze een jaar eerder had gepubliceerd, was al meermaals bekroond.

Terecht, want in de verhalen daarvan brengt de Britse een bizarre mengvorm van Ovidius' Metamorfosen en het oudere werk van Stephen King. Een anorectisch meisje dat in een paling verandert, een vrouw die een golem baart: het is een vreemde wereld waarin Johnsons personages ronddwalen. Een kleine wereld ook, want de hele bundel is gecentreerd rond een mistig Engels dorpje waar iedereen naar dezelfde pub gaat - The Fox & Hound, geen toevallige naam, zo zal uit een van de verhalen blijken - en waar een vuurtoren het modernste gebouw is. En het is er een beetje saai, zeker als je er als tiener opgroeit en 'spin the bottle' het beste tijdverdrijf is.

Johnson countert die beklemmende verveling met een ongebreidelde fantasie, waarbij vossen plots aan het praten slaan en zielen van overleden zeelieden de vorm van een albatros aannemen. Het getuigt van talent als je zoiets op de lezer kunt loslaten zonder dat die het uitproest. De gothic horror is bij Johnson ook maar een vehikel om het over diepmenselijke dilemma's te hebben: hoe ga je om met de dood van een geliefde, verkies je eenzaamheid boven een foute man en hoe krachtig kunnen een paar verkeerde woorden zijn? Bij Johnson staan die woorden alvast strak in het gelid, klaar om uw ogen te belegeren.

Veenland ****

Daisy Johnson, Koppernik (oorspronkelijke titel: Fen), 196 blz., ? 19,50.