1 Waarom gaat een van je twee verhaallijnen tegen de richting van de tijd in?
...

1 Waarom gaat een van je twee verhaallijnen tegen de richting van de tijd in? Valerie Tack: Ik wilde een whydunit schrijven, geen whodunit met zo'n klassieke opbouw waarbij op het einde van een verhaal iemand vermoord wordt. Dat zou al te makkelijk geweest zijn. Het leek me interessanter om met die moord te beginnen en de lezers geleidelijk aan te laten ontdekken hoe het zover is kunnen komen. 2 Op de achterflap staat dat je iets met Stijn Streuvels hebt. Wat precies? Tack: Wat ik heel sterk vind aan hem, is hoe hij een personage kan neerzetten door het alleen te beschrijven. Hij zegt niet wat mensen denken, want dat irriteert me vaak in boeken. En hij schrijft over mensen die voor het ongeluk geboren lijken te zijn. Mijn hoofdpersonage heeft hetzelfde gevoel, maar zij legt zich, in tegenstelling tot Streuvels' personages, niet bij haar lot neer. Zij wil er iets aan doen, maar wat ze doet is niet bepaald constructief. En ook niet onbelangrijk: ik kom van het platteland en dat is waar Streuvels over schreef. 3 En wilde je net als je hoofdpersonage als meisje ook met een tractor leren rijden? Tack: Natuurlijk, en ik kan het ook. In het boek laat ik de vader zijn dochter beloven dat hij haar zal leren rijden, maar dat is eerder een smoes. Hij wil dat helemaal niet. Zijn dochter moet haar moeder helpen en zorgen voor de was en de plas. Ook al ben ik niet zelf op een boerderij opgegroeid, toch ken ik dat gevoel. Ik moest altijd helpen bij mijn tante, aardappelen schillen, terwijl ik ook wel eens met de tractor wilde rijden, maar dat mocht niet. Ik mocht alleen de ramen van de tractor wassen, en ze nadien opwrijven met krantenpapier zodat ze mooi zouden glanzen. Zo'n traditionele gezinsvorm had zijn voordelen. De man werkte op het land en de vrouw in het huis. Je wist waar je aan toe was. Het had iets moois en veiligs, iets waar je rustig van kon worden, maar ook iets beknellends, natuurlijk. Niet toevallig wordt in mijn boek vaak koffie gedronken. Koffiedrinken is een manier om het veilig te houden en niet over moeilijke zaken te hoeven spreken. Koffie is gezelligheid en die wil je niet verpesten, maar zo blijft er ook heel veel verborgen en onbesproken.