Jaren zijn voorbijgegaan sinds hun kalverliefde en hun eerste knullige seksuele verkenningen, maar wanneer Gonzalo en zijn jeugdliefje Carla elkaar opnieuw ontmoeten in een homobar in Santiago, slaat de vonk weer over. De seks is beduidend beter, hun samenzijn voelt vertrouwd aan en omdat volwassenen dat nu eenmaal doen, gaan ze samenwonen. Carla werkt als secretaresse in haar vaders bedrijf, Gonzalo koestert nog altijd de droom om dichter te worden maar legt zich neer bij het docentenbestaan, dus financieel hebben ze geen zorgen. Enig mogelijk obstakel: Vicente, het zesjarig zoontje van Carla. Zal hij de nieuwe vader aan...

Jaren zijn voorbijgegaan sinds hun kalverliefde en hun eerste knullige seksuele verkenningen, maar wanneer Gonzalo en zijn jeugdliefje Carla elkaar opnieuw ontmoeten in een homobar in Santiago, slaat de vonk weer over. De seks is beduidend beter, hun samenzijn voelt vertrouwd aan en omdat volwassenen dat nu eenmaal doen, gaan ze samenwonen. Carla werkt als secretaresse in haar vaders bedrijf, Gonzalo koestert nog altijd de droom om dichter te worden maar legt zich neer bij het docentenbestaan, dus financieel hebben ze geen zorgen. Enig mogelijk obstakel: Vicente, het zesjarig zoontje van Carla. Zal hij de nieuwe vader aanvaarden? Maar tot zijn eigen verbazing ontpopt Gonzalo zich tot de ideale pluspapa, temeer omdat de biologische vader León een sukkel is. Gelukkige gezinnetjes leveren echter geen boeiende romans op, en alweer een paar jaar verder woont Gonzalo alleen in New York, terwijl Vicente uitgegroeid is tot een intellectuele tiener die de droom van zijn verdwenen stiefvader heeft geërfd: dichter worden. Daarin wordt hij gesteund door Pru, een Amerikaanse journaliste die op de vlucht voor haar liefdesverdriet in Chili terechtkomt en daar een reportage over de erfenis van Pablo Neruda wil schrijven. Kun je nog poëzie schrijven in de schaduw van een Nobelprijswinnaar? Mág je nog wel poëzie schrijven na het gruwelbewind van Pinochet? Vicente denkt van wel, maar onder die poëtische ambities schuilt een diepere kwelling: zal hij eeuwig vaderloos blijven? Alejandro Zambra geldt al jaren als een Chileens toptalent. Eerder liet hij zich opmerken met dunne dwaalboekjes zoals de wonderlijke novelle Bonsai en experimentele essays die de grenzen van de leesbaarheid aftastten. Best verrassend dat hij nu met een lijvige en zowaar vlot geschreven familieroman komt aanzetten. Het zal wel geen toeval zijn dat Zambra in Bijna een vader regelmatig sneren uitdeelt aan het adres van die andere Chileense titaan, Roberto Bolaño, bekend van de baksteen 2666. Net zoals Vicente zich wil meten met Neruda, moet Zambra een kleine vadermoord plegen op Bolaño, een aanslag die hij vaak grappig thematiseert. 'Chileense romans gaan bijna altijd over Chileense dichters', zo spot Gonzalo meermaals en ook Zambra ontsnapt niet aan die wetmatigheid. De hoofdstukken vol hoogdravende poëtische debatten zijn echter de taaiste. Bijna een vader werkt het best wanneer Zambra zich op de kernvraag focust: hoe verhouden vaders en zonen zich tot elkaar? In die passages, en zeker in het slothoofdstuk, toont Zambra dat hij naast Bolaño mag staan.