DE AANLOOP

Niemand die precies weet waarom de twee juffers elkaar niet konden uitstaan, maar aan vermoedens geen gebrek. Davis was de karakteractrice, Crawford de lieveling van de camera. Crawford was destijds een gevestigde actrice, Davis een opkomende naam bij dezelfde studio. Het kan ook aan de geringe persaandacht voor Davis' Ex-Lady (1933) hebben gelegen, weggekaapt door Crawfords echtscheiding van Douglas Fairbanks. Of misschien was het net iets sappiger, zoals de wandelgangen beweren: Davis zou verlief...

Niemand die precies weet waarom de twee juffers elkaar niet konden uitstaan, maar aan vermoedens geen gebrek. Davis was de karakteractrice, Crawford de lieveling van de camera. Crawford was destijds een gevestigde actrice, Davis een opkomende naam bij dezelfde studio. Het kan ook aan de geringe persaandacht voor Davis' Ex-Lady (1933) hebben gelegen, weggekaapt door Crawfords echtscheiding van Douglas Fairbanks. Of misschien was het net iets sappiger, zoals de wandelgangen beweren: Davis zou verliefd zijn geweest op ene Franchot Tone, de leading man in Dangerous (1935), waarna Crawford met hem ging lopen. Wat de reden ook was, het resultaat is beter gedocumenteerd: dertig jaar voerden de dames strijd over awards en rollen en bezondigden ze zich aan schunnige achterklap. Om een idee te geven: 'She has slept with every male star at MGM, except for Lassie', zei Davis ooit over Crawford. Dát soort achterklap dus. Waarna het de dames, omstreeks 1962 allebei op zoek naar een hit, een goed plan leek om sámen een film te maken: What Ever Happened to Baby Jane?, een film over rivaliteit tussen twee vrouwen, waarin niet altijd even duidelijk is waar de fictie begint en de realiteit stopt. Let bijvoorbeeld goed op de scène waarin Davis Crawford mocht meppen. Die laatste vroeg uit veiligheidsoverwegingen daarvoor om een body double. Op één close-up na, waarin dat niet mogelijk was: precies die waarin Davis toevallig op het hoofd van Crawford trapte, een wonde die volgens de overlevering enkele hechtingen nodig had. Uit wraak droeg Crawford een loden gewichtengordel om haar lijf voor de scène waarin Davis haar bewusteloze lichaam moest verslepen - Davis had een zwakke rug - en verknalde ze minstens één keer de take door opzichtig te hoesten. Nu ja, je zou dat ook doorgedreven method acting kunnen noemen. Uiteindelijk was het Davis die een Oscarnominatie in de wacht sleepte - en niet Crawford. En toch was het Crawford die als laatste kon lachen - altijd het beste, naar het schijnt. De Oscar ging namelijk naar Anne Bancroft, voor haar rol in The Miracle Worker. Tijdens de uitreiking baande Crawford zich een weg langs een verbouwereerde Davis om de Oscar op te pikken: behalve campagne voeren tegen Davis' nominatie had Crawford ook de genomineerden die hun prijs niet zouden kunnen ophalen gecontacteerd - met de vraag om dat in hun plaats te mogen doen. 'Excuse me, Bette, I have an Oscar to collect': dát noemen wij wraak nemen. Uitslag: Crawford wint op punten. HANS BOFFEL & GEERT ZAGERS