De geur van oud zweet en eightiesaftershave wanneer je de deur opentrekt. De angst dat je in de zak gezet zult worden. De hitsige rijstijl. En tegelijk het vermoeden dat je op weg bent naar iets groots en meeslepend. Tom Barman houdt van taxiritten. 'Het is als indoor reizen', grijnst hij. 'Het is kosmopolitisch, het is de kunst van het ver-van-huiswonen.' Hij beheerst die kunst al twintig jaar, sinds hij met dEUS de hort op ging. Robin Verheyen belijdt ze elke dag. In New York, waar de Kempense jazzsaxofonist al negen jaar woont, is het een manier van leven geworden. Sinds Verheyen heeft meegespeeld op een track van Magnus, was het maar een kwestie van tijd: hier zou een jazzband van komen. Geen hoogpolige tapijten met lange solo's, maar een opwindend, scherp, punchy kwartet vol spoken word, met topbassist Nic Thys en het jonge talent Antoine Pierre - ook al uit New York - op drums. Geen Billie Holiday, maar Charles Mingus. Die wonderlijke gek liep ooit de straten van New York op om een stierengevecht met een taxi te ensceneren.
...

De geur van oud zweet en eightiesaftershave wanneer je de deur opentrekt. De angst dat je in de zak gezet zult worden. De hitsige rijstijl. En tegelijk het vermoeden dat je op weg bent naar iets groots en meeslepend. Tom Barman houdt van taxiritten. 'Het is als indoor reizen', grijnst hij. 'Het is kosmopolitisch, het is de kunst van het ver-van-huiswonen.' Hij beheerst die kunst al twintig jaar, sinds hij met dEUS de hort op ging. Robin Verheyen belijdt ze elke dag. In New York, waar de Kempense jazzsaxofonist al negen jaar woont, is het een manier van leven geworden. Sinds Verheyen heeft meegespeeld op een track van Magnus, was het maar een kwestie van tijd: hier zou een jazzband van komen. Geen hoogpolige tapijten met lange solo's, maar een opwindend, scherp, punchy kwartet vol spoken word, met topbassist Nic Thys en het jonge talent Antoine Pierre - ook al uit New York - op drums. Geen Billie Holiday, maar Charles Mingus. Die wonderlijke gek liep ooit de straten van New York op om een stierengevecht met een taxi te ensceneren. Soms klopt alles. Barman en Verheyen stappen in. Op de radio bijt zangeres Abbey Lincoln stukjes woorden af en spuugt ze letters uit. DRIVA' MAN Max Roach (uit We Insist! Freedom Now Suite, 1960) ROBIN VERHEYEN: Luister eens. Fantastisch. De hele expressie van die plaat. Ik ben een grote Abbeyfan. Haar teksten zijn zó krachtig, en dan de manier hoe ze ze overbrengt... De hele band is on fire. En tussen dat alles: saxofonist Coleman Hawkins. Ik heb héél veel naar de vroege saxofonisten geluisterd. Mensen vergeten het weleens, maar Coleman was zijn tijd ver vooruit. Zijn sound was vooroorlogs, maar zijn ideeën waren heel fris. De laatste tijd kom je nogal wat saxofonisten tegen die zeggen dat alles voor hen begon met de bebop van Charlie Parker. Wat vóór hem kwam, interesseert hen weinig. Wat een vergissing. TOM BARMAN: Ook It's Time van Max Roach en Abbey Lincoln was geweldig. Ik heb het nooit voor vocale jazz gehad, maar luister hoe de stemmen worden gebruikt, hoe de harmonieën worden opgebouwd. Dat was een aha-erlebnis voor mij. Keer op keer probeerde ik - zeker met dEUS ten tijde van Vantage Point - bepaalde melodielijnen of koorpartijen te maken, en dat lukte nooit. Tot TaxiWarsdrummer Antoine Pierre in de studio een harmonie zong die perfect de klank van It's Time had. Een heel ijle sound - en tegelijk is deze plaat een fantastische combinatie van punch, melodie en drama. CHEZ LES YÉ-YÉ Serge Gainsbourg (uit Confidentiel, 1964) BARMAN:Chez les Yé-Yé hebben we in het begin van TaxiWars uitgeprobeerd om een repertoire op te bouwen, maar we hebben het nogal snel geaborteerd. Want laten we eerlijk zijn, de jazzexploraties van Gainsbourg waren heel klassiek, heel loungy. Allez, zeg ik dat zjust, Robin? VERHEYEN: Zeker. (lacht) Gainsbourg was veel traditioneler dan wat wij wilden. Maar zijn album Confidentiel is voor mij wel een referentie. BARMAN: Ik heb dat ontzettend veel gezongen in mijn jonge jaren - ik ben begonnen als meezanger, met de radio. Maar Gainsbourg is heel moeilijk om op mee te zingen. Het is een beetje zoals Dylan: ik heb het al een miljard keer gehoord, maar ik zit er in de frasering altijd naast. Maar als je iets parlando doet, kom je natuurlijk meteen bij Gainsbourg uit: de helft van zijn repertoire is gesproken. Dat was voor mij een ontdekking: dat zelfs spreken een eigen melodie heeft. WEARY BLUES Charles Mingus & Langston Hughues, (uit: Weary Blues, 1958) BARMAN: Die plaat ken ik niet. Mingus? Hij is al zo lang zo belangrijk voor mij. Mingus, dat is melodie! Joie de vivre! Vrijheid! Alles wat naar de klassiekere jazz ging, hebben we meteen laten vallen. Les yé-yé? Eruit. Zjust hé, Robin? VERHEYEN:Zjust, Tom. (tegen de chauffeur) Ik denk dat wat Tom bedoelt, is... BARMAN: (schatert) Hier zie, hij gaat het een beetje diplomatisch verwoorden. VERHEYEN: Door de jaren heen voel ik als componist dat ik veel minder directe referenties gebruik. Já, ik heb geluisterd naar Coleman Hawkins, maar tegenwoordig denk ik alleen aan de specifieke mensen voor wie ik aan het schrijven ben. Ik heb er geen behoefte aan om tributes te maken. BARMAN: Precies. Er wás geen blauwdruk voor TaxiWars. Pas toen de nummers TaxiWars en Let's Get Killed er lagen, wisten we: dit is wat deze band kan zijn. We zijn begonnen met een nummer of drie van Robin en hebben gejamd. Zodra ik vocaal ergens een ingang vond, gingen we verder. Vond ik niks, then we moved on. Zeg ik dat zjust, Robin? QUATRE MAINS dEUS (uit: Following Sea, 2012) VERHEYEN: Voor mij was het ook een stap in het onbekende, hè. Ik kende bassist Nic Thys al jaren heel goed, we hebben vaak samengewerkt, en ik wist hoe ik voor hen kon schrijven. Drummer Antoine kende ik alleen van reputatie. En jij, ja... (aarzelt) Ik kan niet zeggen dat ik elke dEUS-cd beluisterd heb. BARMAN: Schande, schande! (lacht) Ik zal ze je geven. VERHEYEN: Ik heb het bewust niet gedaan. In heb begin heb ik wél geluisterd, en toen heb ik geprobeerd om een versie van Quatre Mains te maken. Daar waren we uiteindelijk niet zo happy mee. BARMAN: Nee, en dat is precies het bewijs dat je met zulke dingen niet te veel moet foefelen in verschillende bands. Bij Magnus en dEUS voel ik dat ook. Dat werkt niet, en dat is een goed teken: het bewijst dat je nieuwe groep bestaansrecht heeft. We hebben met TaxiWars ontzettend snel gewerkt, veel teksten heb ik in de studio geschreven. Veel heeft te maken met onderweg zijn - vandaar ook de naam van de band. Mijn trein-tram-bus-vliegtuig-taxi-leven kwam goed van pas. Dat paste bij het filmische karakter van de muziek. En de groepsnaam: wist ik veel dat er een taxioorlog met Uber zou uitbreken. Ik wist alleen dat we niet Verheyen, Barman en Zonen zouden heten, zoals een verzekeringsmaatschappij. VERHEYEN: Hoeveel is mijn schuld, meneer de chauffeur? EXCLUSIEVE TAXIWARS-SHOWCASE Speciaal voor de lezers van Knack Focus speelt TaxiWars op woensdag 13/5, net voor hun concert in de AB, een exclusieve showcase. Voor meer info: zie pagina 2. TAXIWARS Uit op 4/5 bij Universal. DOOR BART CORNAND