'Narcolepsy : retrospectieve tentoonstelling Dave McKean'
...

'Narcolepsy : retrospectieve tentoonstelling Dave McKean'van 8 februari tot 20 april in het complex Tweebronnen, Diestsestraat 49 in Leuven. Elke dag van 12.00 tot 18.00, dinsdag van 12.00 tot 21.00, maandag gesloten. Info: tel. 0497 64 94 52 en http://mckean.beeldbeeld.com.De Engelsman Dave McKean brak door toen hij nog maar net zijn grafische opleiding achter de rug had. Met scenarist Neil Gaiman maakte hij strips die door hun ambitie en door de mengeling van collage, foto en schildering nieuwe mogelijkheden toonden voor het medium: Violent Cases, Signal to Noise, Mr. Punch. Maar McKean liet het daar niet bij. In zijn stripwerk verraste McKean door voor zijn 500 bladzijden dikke meesterwerk Cages een sobere stijl te gebruiken. Zijn artistieke activiteiten breidden zich ook al snel uit. Hij illustreerde boeken, onder andere de autobiografie van John Cale, What's Welsh for Zen?, ontwierp meer dan honderd cd-hoezen en liet zijn grafische handtekening achter op reclamecampagnes van Nike of Smirnoff. Daarnaast publiceerde hij fotoboeken en richtte hij een jazzlabel op (Feral Records). Nu legt hij zich meer en meer toe op film. McKean gidst u zelf even door de minitentoonstelling op deze pagina's. Dave McKean: Ik ben nooit echt geïnteresseerd geweest in tarot, maar ik heb toch al enkele kaartensets geïllustreerd. Het begon met de Vertigo Tarot, een bestelling van een stripuitgeverij, waarbij de tarotkaarten met stripfiguren geïllustreerd moesten worden. Ik heb me toen uiteraard wat gedocumenteerd, en ik vond het al bij al toch een boeiend, zij het absurd idee, om het hele menselijke bestaan in 74 kaarten te vatten. Net iets voor mensen om zoiets te verzinnen. Ik heb dus besloten om mijn eigen, moderne en ironische tarotversie te maken. Er zitten ook heel wat vreemde, esoterische associaties in. Ik zie een tarotspel vooral als een hulpmiddel om een conversatie gaande te houden. Je laat iemand een afbeelding zien en je kijkt hoe hij of zij erop reageert. McKean: Voor een strip is geen enkele illustratiestijl vooraf uitgesloten, maar het moet passen bij het verhaal. Bij een drukke stijl hoort een bijzonder verhaal. Voor een gewone vertelling is een sobere stijl, zoals die in Cages, wellicht het beste omdat ze de lezer niet ophoudt en voorrang geeft aan het verhaal. Toen ik aan Cages begon, had ik de geschilderde stijl uitgeprobeerd in verschillende strips, met wisselend resultaat, en daarom wou ik iets sobers proberen. Ik vind Cages vijf jaar na de bundeling nog altijd goed, maar ik heb ook heel veel plezier beleefd aan mijn laatste stripboek, Pictures That Tick, waarin juist wel een aantal verhalen met zware illustraties staat. Eén daarvan, His Story, is met gemak mijn favoriete stripwerk totnogtoe. Er zijn dus wat mij betreft geen echte regels. McKean: Niks is gemakkelijker voor mij dan cd-covers maken. Ik zet gewoon de muziek op in een of andere vorm, een ruwe mix of een afgewerkte versie, en ik laat mijn inspiratie de vrije loop. Een dag is vaak genoeg. Ik hoef de muziek zelfs niet goed te vinden. Meestal laten de artiesten me vrij. Ik krijg alleen de muziek en een titel, en soms wat bepalingen over wat ze zeker niet willen. Met sommige artiesten is de samenwerking bijzonder prettig. Front Line Assembly, Bill Laswell en Bill Bruford hebben me bijvoorbeeld heel vrij gelaten in wat ik wou doen en ik heb voor hen ook verschillende covers mogen maken. Soms komen er ook andere opdrachten dan covers. Voor Voodoo Lounge van The Rolling Stones heb ik een strip met kortverhalen gemaakt, die bedoeld was voor de tour. De strip werd dan gewoon verkocht bij de andere merchandising. Het was natuurlijk een eer om voor de Stones te werken, al had ik liever een vroegere plaat van hen geïllustreerd. McKean: Ik doe veel werk in opdracht, maar ik heb daarnaast altijd mijn eigen projecten gehad. Mijn strips, mijn films en mijn fotoboeken zijn bijvoorbeeld bijna allemaal persoonlijke projecten. Het was een tijd geleden dat ik nog geschilderd had, maar dit recente schilderij was het eerste van een hele reeks. Ik was in het British Museum een sfinx gaan fotograferen voor een filmproject en ben dan zelf sfinxen gaan tekenen. Uiteindelijk heb ik dit schilderij gemaakt. De sfinx lijkt helemaal niet meer op die van het British Museum. Het deed zo'n deugd om gewoon te kunnen schilderen, dat ik er direct mee ben doorgegaan. In het verleden maakte ik me te veel zorgen over het onderwerp, omdat alles al wel eens geschilderd is. Maar nu heb ik het plezier ontdekt van het schilderen op zich, het tastbare genoegen om te werken met textuur, verf, doek. De titel voor de tentoonstelling, Narcolepsy, heb ik gekozen omdat het een interessant woord leek om mijn hele werk in samen te vatten. Narcolepsie is een ernstige ziekte waarbij je plots diep in slaap kunt vallen en dan de meest fantastische hallucinaties kunt krijgen. Zo zie ik het bezoek aan mijn tentoonstelling ook: de bezoeker komt binnen en belandt in een opgelegde droom. Veel van mijn werk lijkt zich in een parallel universum af te spelen. Ik hoop dat het gebaseerd is op echte gevoelens en ideeën, maar het is toch erg droomachtig. McKean: Ik ben kortfilms beginnen te maken voor mezelf. Ik wou de techniek ervan beet krijgen en leren zonder al te veel publiek ermee te moeten confronteren. Na enkele kortfilms is de bal toch serieus aan het rollen gegaan. Mijn laatste, Neon, is nu te zien op de festivals en de reacties zijn erg goed. Ik had zelf niet echt veel moeite gedaan voor de promotie, maar een producent heeft zich erachter gezet, met verbazingwekkend resultaat. Daardoor zijn er drie langspeelfilmprojecten van mij in productie gegaan. Neil Gaiman en ik hebben bijvoorbeeld Mirror Mask geschreven voor Jim Henson Productions, een fantasy-film met de nieuwste computeranimatie, die ik zou regisseren, hopelijk volgend jaar al. Film slorpt echt veel tijd op. Het is een fulltimebezigheid. Tot dusver heb ik het evenwicht tussen al mijn projecten kunnen behouden, maar ik kan film niet tussen de soep en de patatten doen. Daarom ben ik blij dat ik eerst met kortfilms geprobeerd heb of ik wel echt films wilde maken. En ondanks het vele werk is het antwoord nog altijd ja.McKean: In veel van mijn foto's vindt er een fusie plaats tussen het menselijk lichaam en iets daarbuiten. Dat is een heel bewuste keuze. Ze heeft te maken met de manier waarop wij mensen omgaan met ideeën of verhalen. Neem een film die je als kind fantastisch vond. Als je die terugziet als je twintig bent, zie je eigenlijk een andere film. Je hebt het hele referentiekader van een volwassene erbij gekregen. Onze relatie met verhalen of ideeën verandert dus voortdurend. Ik probeer dat weer te geven met de groei van takken, wortels of bladeren, waar die verandering in besloten ligt. De takken kunnen dan door de mensen groeien, maar omgekeerd kunnen de mensen ook om de wortels liggen. Zowel de mensen veranderen als de ideeën; het is een wederzijdse beïnvloeding. Mijn foto's zijn niet realistischer dan mijn illustraties. Er zijn zoveel ontzettend goede fotografen die de werkelijkheid, van landschappen tot beroemdheden, op een virtuoze manier realistisch portretteren, dat het me niet zinvol lijkt om dat ook te proberen. Daarom zie ik eigenlijk ook niet zoveel verschil tussen een foto, een illustratie, een strip of een film. De ideeën erachter zijn vaak vergelijkbaar. Het grote verschil is de vorm. Als ik een afbeelding wil van een boom die er echt als een boom uitziet, kan ik er evengoed een foto van nemen. Maar als die boom op een menselijk brein of op een wolk moet lijken, moet ik hem waarschijnlijk tekenen of schilderen. Je moet gewoon het juiste medium vinden voor de boodschap. De filmprojecten die ik nu heb, moeten film zijn, omdat de klank en de beweging belangrijk zijn. Maar een project over Venetië wordt een strip, omdat het als film veel te duur is. Ik bedoel maar: de hele wereld stroomt erin over en iedereen sterft. Wie wil er zoiets financieren?McKean:The Day I Swapped My Dad for Two Goldfish was het eerste kinderboek dat Neil Gaiman en ik maakten. Ondertussen is er nog Coraline bijgekomen, en binnenkort Wolves in the Walls. De cover verschilt in stijl van het binnenwerk. De voornaamste reden daarvoor is dat ik de cover veel vroeger heb moeten maken dan de rest. In de boekenwereld willen ze de cover een jaar vooraf hebben, zodat ze hem in promotiebrochures kunnen gebruiken. Deze cover hebben ze ook op affiches gebruikt om op beurzen mensen warm te maken voor het boek. Hetzelfde verschil tussen cover en binnenwerk dreigde te ontstaan bij Wolves in the Walls, maar bij dat boek heb ik gewoon de cover veranderd. Ik hou nog altijd van de cover van The Day I SwappedMy Dad for Two Goldfish. The Counting Crows waren er zo gek van dat ze hem absoluut wilden voor de hoes van hun cd This Desert Life. Ik heb alles geprobeerd om ze van dat idee af te brengen, ik wilde minstens wat kleuren veranderen. De illustratie is nu wellicht veel bekender als hoes van hun cd dan als boekcover. Door Gert Meesters