Filmfestival van cannes
...

Filmfestival van cannes Van 14 tot 25 mei (www.festival-cannes.org)Dat Cannes in Frankrijk ligt, zullen we ook dit jaar geweten hebben. In de strijd om de Gouden Palm zijn van de twintig kandidaten vijf exclusief rood-wit-blauw en zijn er nog eens drie met Frans geld gecoproduceerd. Met uitzondering van Ozons onweerstaanbare Swimming Pool (de gedroomde Palm) en Tiresia van Bertrand Bonello (over een Braziliaanse transseksueel), wordt la Patrie vertegenwoordigd door de oude garde: André Téchiné ( Les Egarés), Bertrand Blier ( Les Côtelettes) en Claude Miller ( La Petite Lili, met Ozons jonge fetisj-actrice Ludivine Sagnier). De coproducties gaan van Canada, over Zwitserland, naar Iran: Denys Arcand presenteert Les Invasions barbares, Raoul Ruiz Ce Jour-là, en de amper 23-jarige Samira Makhmalbaf is met haar derde langspeler Cinq heures dans l'après-midi (Panj é asr) al voor de tweede maal een kandidaat Palm-winnaar (na Blackboards in 2001). Buiten competitie zijn er nog twee Franse debuutfilms: Gilles Marchand krijgt met Qui a tué Bambi? alvast de prijs voor leukste titel, terwijl Parijzenaar Sylvain Chomet met de Frans-Canadees-Belgische coproductie Les Triplettes de Belleville een erg originele animatiefilm afleverde. Aan de top of the official out of competition bill staat, stoïcijns abstractie makend van openingsfilm Fanfan la Tulipe, Michael Haneke, wiens tweede 'Franse' film La Pianiste goud haalde. Hij komt aanzetten met het Frans-Oostenrijkse Le Temps du loup, waarin een familie haar landhuis bezet ziet door een stel onbekende...? Familiedrama, legende, heiligenverhaal? Mét Cannes-juryvoorzitter Patrice Chéreau. Mét Olivier Gourmet, sinds Le fils een Frans monument. In de sectie Un Certain Regard vinden we nog werk van Solveig Anspach ( Stormy Weather), die een paar jaar terug met Made in U.S.A. een scherpe docu-aanklacht tegen het Texaanse doodstrafregime draaide. Ook Arnaud Desplechin, de man die zich met Esther Kahn in de annalen filmde, is van de partij, met En jouant 'Dans la compagnie des hommes': een koningsdrama in business world. In de satellietselecties rond het festival, de Quinzaine des réalisateurs en de Semaine internationale de la critique, zitten nog eens een dozijn Franssprekende films. Wat nog maar eens bewijst hoe sterk onze zuiderburen staan. 'Le Festival est un no man's land apolitique, un microcosme de ce que serait le monde si les hommes pouvaient prendre des contacts directs et parler la même langue', zo luidt het festivalmotto aan Jean Cocteau ontleend (die onderwerp is van een retrotentoonstelling in de wandelgangen van le Palais). Maar stiekem hoopt iedereen een beetje dat Errol Morris met The Fog of War het Bowling for Columbine-effect van vorig jaar voortzet. Morris dringt door tot in de donkere ziel van Robert McNamara, US Secretary of Defense van 1961 tot 1968 en dus de man-achter-de-schermen van Kennedy's gestoei met Armageddon tijdens de Varkensbaai-crisis. Cinema is besmettelijk, maar niet op de SARS-manier, al zal de schrik toch veel Azië-gezanten van Cannes weghouden. De Palm wordt begeerd door drie volledig oosterse films: twee uit Japan, één uit China. De laatste, Purple Butterfly van Ye Lou (die ons al Suzhou River bracht), verkent de liefde tussen een Japanner en een Chinese in het Mantsjoerije van 1928. Naomi Kawase onderzoekt in Shara (Sharasojyu) de verbondenheid van tweelingen, terwijl Kyoshi Kurosawa in Bright Future (Akarui Mirai) een stralend, hoop- en vredevol droombeeld van de toekomst laat vastlopen. In Un Certain Regard prijken overigens nog oostelijke visioenen. Het intrigerende All Tomorrow's Parties van Lik Wai Yu uit China vertelt over een postapocalyptische, 21e-eeuwse liefde in een door een sekte gecontroleerd Azië. Robinson's Crusoe van Chen-Sheng Lin is een Taiwanese grootstadsparabel over een beursspeculant die van een op het internet aangeboden eiland droomt. Uit het andere Azië van Iran komt dan weer Jafar panahi's Blood and Gold (Talaye Sorgh), waarin een man moord en publieke zelfmoord pleegt, een fait divers dat stil getuigt van de miserie der mensen. Vanuit de Quinzaine grijnst Takashi Miike het officiële bestel toe: zijn Gozu belooft opnieuw yakuza-sensatie van de bovenste plank. Buiten competitie is er Kenneth Bowsers bewerking van Easy Riders, Raging Bulls, maar het is warempel in de officiële competitie dat twee pure independent spirits zich ophouden. Gus Van Sant, die na het hypnotiserende Tarkovski-goes-Death-Valley-USA-werk Gerry Cannes met Elephant bestookt, een sociale schets van high school life as we (probably don't) know it. En Vincent Gallo, de eeuwig als 'veelzijdig' versleten mean man Vinnie: de acteur ( Arizona Dream, The Funeral, Trouble Every Day), componist ( Get Well Soon) én regisseur ( Buffalo '66) mag in The BrownBunny zijn talenten van producer, regisseur én acteur combineren. Gallo noemt zichzelf 'the happiest the saddest guy in the world can be', verklaarde ooit te zijn gestopt met schilderen om de mensheid zijn mooie schilderijen niet meer te gunnen, en stelde zijn ultimatum aan de medemens als volgt op: 'I don't trust or love anyone. Because people are so creepy. Creepy creepy creeps. Creeping around. Creeping here and creeping there. Creeping everywhere. Crippity crappity creepies.' De cultster die Charles Manson zou gaan vertolken, maar net op tijd met iedereen ruzie maakte, is een halve pop/rockgod die ooit met Basquiat een groepje had en dit jaar in het alter ego van Bud Clay, een F2-piloot, zijn Diogenes-zoektocht naar de mens verder zet. Gezegend met de meest onmogelijke titel sinds En Waar de Ster Bleef Stille Staan, veertig jaar geleden op de BRT, is Greenaways The Tulse Luper SuitcasesPart 1. The Moab Story even bont en waanzinnig in het aantal landen dat de productie moest slikken als in het spervuur van namen op de aftiteling: Victoria Abril, Kathy Bates, Vincent Gallo, Deborah Harry, William Hurt, Don Johnson, Amanda Plummer, Franka Potente, Molly Ringwald, Isabella Rossellini, Sting, Ana Torrent... Tulse Luper is schrijver en schepper, maar spendeert zijn dagen in gevangenissen uit alle hoeken van de wereld.Bezeten van tijd en plaats begint Greenaways meest ambitieus lijkende film in 1928 met de ontdekking van uranium in Colorado en eindigt hij in 1989, bij de Val van de Berlijnse Muur. lDoor Jo Smets