1970
...

1970Film: **** Extra's: Universal/Studio CanalIn dit late meesterwerk laat Luis Buñuel (1900-1983) zijn gebruikelijke sardonische, niets ontziende spot vaak achterwege. De grootmeester lijkt begrip, ja zelfs medeleven te hebben voor de misstappen van de oer-Spaanse karakters uit de gelijknamige naturalistische roman van Benito Pérez Galdós die zich afspeelt in de jaren 20 van vorige eeuw. Buñuel lijkt zich te identificeren met de vrijzinnige bourgeois Don Lope (Fernando Rey), die het 18-jarige weesmeisje Tristana (Catherine Deneuve) van wie hij de voogd wordt, overstelpt met zijn theorietjes over vrijheid en anarchie, maar haar toch van hem afhankelijk maakt en possessief bemint. Wanneer ze verliefd wordt op een jongere kunstschilder (Franco Nero), verlaat Tristana haar beschermer. Na een zware ziekte die haar een been kost, keert ze echter terug. De oude man wijdt zich voortaan met hart en ziel aan de verzorging van de jonge verbitterde vrouw die zich tot een ware feeks ontpopt. Zoals Don Lope vroeger zijn autoriteit en positie misbruikte om haar liefde te winnen, zo exploiteert Tristana nu zijn seksuele verlangens om hem tot haar slaaf te maken en hem te vernietigen. In een heuglijke scène zien we hoe de antiklerikale Don Lope, die vroeger geen uitvaarten bijwoonde omdat hij niet wilde deelnemen aan dat 'soutanecarnaval', nu zijn dagen doodt met het bezoek van voluptueus warme chocolademelk slurpende zwartrokken, terwijl op de achtergrond het gebeuk te horen is van een op krukken ijsberende Tristana. Tristana werd op locatie gedraaid in provinciehoofdstad Toledo. De in Madrid gevestigde Buñuel trok in zijn jonge jaren voortdurend met Salvador Dalí en Federico Garcia Lorca naar deze Catalaanse stad, waar de tijd kennelijk is blijven stilstaan. Met zijn middeleeuwse vestingen, klokkentorens, heiligenbeelden en graftomben verschaft Toledo het ideale decor voor deze film, die ook het puriteinse, hardvochtige, klerikale en machistische karakter van het traditionele Spanje scherp in beeld brengt. De hele film baadt in warme sepia- en aardkleurige tonen en is met bedrieglijke eenvoud en brutale directheid in scène gezet, zonder enig overbodig beeld, esthetisch effect of zelfs muzikale ondersteuning. Alleen wordt de traditionele vertelling bij momenten ondergraven door surrealistische droomsymbolen - de kop van Don Lope als klepel van de kerkklok bijvoorbeeld. Bovendien eindigt Buñuel zijn hyperstrakke film met een verrassende montage van korte flitsen van eerdere scènes om uiteindelijk weer bij de openingsbeelden te belanden. Onder de schijnbaar roerloze oppervlakte gaan echter zeer heftige emoties schuil, die van Tristana tegelijk Buñuels meest wrede én milde film maken. Patrick Duynslaegher