Triphop: Naam door journalisten uitgevonden. Triphop groeide uit jazzdance. Het is downtempo-muziek met veel ruimte voor hiphopbeats en verder zoveel uiteenlopende invloeden dat het nauwelijks in een vakje te duwen is. Meer dan in andere elektronische muziek draait het rond conventioneel gestructureerde songs, die in een donker en bluesy sfeertje baden. De agressie van hiphop werd dus volledig geneutraliseerd door injecties dub en filmmuziek en door een spacy productie. De Bristolsien _ Tricky, Massive Attack en Portishead _ scoort crossover-succes. De basis voor die Bristolsound werd in '88 gelegd door Anyone (Who Had A Heart) van drum 'n' bass soundsystem Smith And Mighty. In Londen doet het label Mo'Wax van de piepjonge James Lavelle een duit in het zakje. Aanraders zijn de albums van DJ Krush en DJ Shadow en de Headz-compilaties.
...

Triphop: Naam door journalisten uitgevonden. Triphop groeide uit jazzdance. Het is downtempo-muziek met veel ruimte voor hiphopbeats en verder zoveel uiteenlopende invloeden dat het nauwelijks in een vakje te duwen is. Meer dan in andere elektronische muziek draait het rond conventioneel gestructureerde songs, die in een donker en bluesy sfeertje baden. De agressie van hiphop werd dus volledig geneutraliseerd door injecties dub en filmmuziek en door een spacy productie. De Bristolsien _ Tricky, Massive Attack en Portishead _ scoort crossover-succes. De basis voor die Bristolsound werd in '88 gelegd door Anyone (Who Had A Heart) van drum 'n' bass soundsystem Smith And Mighty. In Londen doet het label Mo'Wax van de piepjonge James Lavelle een duit in het zakje. Aanraders zijn de albums van DJ Krush en DJ Shadow en de Headz-compilaties. Tropicalia: Maakte in '67 een revolutie in de Braziliaanse amusementsmuziek los. Gilberto Gil en Caetano Veloso toonden zich niet weinig ambitieus: ze mikten op een vrij en universeel geluid. De stroming gooide van alles samen in de wok: samba, psychedelica, vaudeville, afro-ritmes, soul, funk, reggae en rock. De moderne pop van het land groeide door die experimenten vlug op tot een volwassen sien. Jonge sterren Carlinhos Brown en Marisa Monte plukken er nu nog altijd de vruchten van. De New Yorkse jazzproducer Arto Lindsay is een grote fan. Two-step of UK-garage: Garage ontstond halverwege de jaren tachtig in New York. Het was rijper dan house, met meer input van vocalen en R&B. Twee spilfiguren: Armand Van Helden (voortrekker van speed garage) en Todd Edwards. Die laatste, die een funky richting insloeg met vocale samples en two-step beats, inspireerde de dance-sien in Groot-Brittannië, waar jungle en drum 'n' bass intussen hun sexy kwaliteit hadden verloren. In een reflex om weer dansvloergericht te gaan werken, vertraagden producers als Craig David en Wookie de breakbeats en gaven ze de muziek een R&B-glans. Het populaire Basement Jaxx is ook een product van de UK-garage. Ultra lounge of lounge of down-tempo: Sofamuziek. Sven van Hees maakte in '99 Gemini, een plaat waarop de Antwerpenaar het gebrek aan gevoel van de contemporaine house en techno compenseerde met echo's uit de jazzfunk (zie fusion). Hij vond snel gelijkgestemde zielen in Kruder & Dorfmeister en Tosca, de Hongaren Marcel en Yonderboi, Thievery Corporation en nu jazz. Typisch een fenomeen van het Europese vasteland, wellicht omdat het gevoed?gevoeld werd door een brede smaak. De jazzinvloed is weliswaar niet meer weg te denken, maar ook bossanova, latin, ambient en dub werkten de diversiteit in de hand. Op de toonaangevende Café del Mar-compilaties is zelfs Dido's ambient pop te traceren. Lounge-clubs schieten als paddestoelen uit de grond. Trendy zijn de Supperclub in Amsterdam en Het Salon in Antwerpen. Underground: Tegenovergestelde van mainstream. 'Kleinschalig' en 'alternatief' zijn de kernwoorden. Underground slaat op de theorie dat alle trends ondergronds beginnen. In een labofase sleutelen jonge en onbekende cultartiesten aan een stijl. Tot het talk of the town wordt en artiesten met naam op de trein springen, dan is het mainstream. Sinds grunge en dance is het schemergebied tussen underground en mainstream echter héél groot geworden. U2: De grootsten der aarde. De Ieren zijn als groep een unicum. 21 jaar in dezelfde bezetting, 21 jaar onafgebroken commercieel succes, 21 jaar kwalitatieve albums, en niet te vergeten: 21 jaar de beste liveshow. Welke andere zanger dan Bono belde midden in een concert, vanop het podium, het Witte Huis en het Kremlin? Vinyl-cultuur: Al werd het vinyl ernstig bedreigd door de komst van de cd, het weigert de geest te geven. Fijnproevers weten dat een vinylplaat beter klinkt dan een cd, maar helaas ook brozer is. Dankzij de DJ-cultuur zijn de 12 inches (zie: disco) nooit verdwenen. Vooral indie-releases uit de dance-hoek worden vaak nog in limited edition op vinyl uitgebracht. Pas later, nadat die platen de clubs hebben veroverd, worden ze dan op cd-compilaties gezet voor het grote publiek. Vrouwenrock: Vooral op het singer-songwriter-domein maken de jongste jaren opvallend veel vrouwen hun opwachting. In '85 waren het nog de frêle en gevoelige meisjes Suzanne Vega, Tanita Tikaram en Tracy Chapman die in de belangstelling stonden. Sinéad O'Connor was de eerste die zich, met punky muziek en controversiële uitspraken, assertief bewoog in het mannenwereldje. Samen met Patti Smith en Chrissie Hynde van The Pretenders werd zij een rolmodel voor van zich afbijtende sterren als Melissa Etheridge, PJ Harvey, Tori Amos, Ani DiFranco en Alanis Morissette. Sterke vrouwen zijn het, die geen taboes kennen en openlijk over hun seksleven zingen. Sinds enkele jaren heeft de vrouwenrock zelfs een eigen festival: het Amerikaanse Lilith Fair, georganiseerd door zangeres Sarah McLachlan. Het blad Rolling Stone besteedde zelfs een integrale editie aan dit fenomeen. Wereldmuziek of world: Door Britse platenfirma's uitgedokterd etiket. De intenties werden filosofisch geduid: er mocht geen onderscheid bestaan tussen muziek uit het oosten, westen, noorden of zuiden. Het bleek toch vooral een handig verkooppraatje, toen halverwege de jaren tachtig de belangstelling voor niet-westerse muziek toenam. Reggae en afro lagen al het langst goed in de markt, daarna spraken ook latin, raï en Oost-Europese volksmuziek de massa aan. Peter Gabriel speelde een sleutelrol in de emancipatie van de wereldmuziek door op zijn eigen platen met Afrikaanse ritmes te stoeien en het WOMAD-festival en het platenlabel Real World in het leven te roepen. Real World maakte de religieuze qawwali-zang van Nusrat Fateh Ali Khan voor een breed publiek toegankelijk. Nog andere gevestigde waarden gingen op exploratietocht: David Byrne in Latijns-Amerika, Paul Simon in Zuid-Afrika voor Graceland. Hemisphere en Putumayo bieden fraaie verzamelaars ter introductie. Op het vlak van festivals was Sfinks in Boechout de trendsetter die héél veel navolging kreeg (Open Tropen, Antilliaanse Feesten, Couleur Café.). Nog meegeven om spraakverwarring te vermijden: wereldmuziek is eigentijds, etnische muziek traditioneel.