FILM: *** Extra's: **** (Paradiso)
...

FILM: *** Extra's: **** (Paradiso) FILM: ** extra's: *** (A-Film) Films. Snel na elkaar draaide Noyce een Graham Greene-verfilming en een getuigenis over de onheuse behandeling van de aboriginals in zijn land. Kunnen twee films nog meer uiteenlopend zijn? The Quiet American: een zeer knap geschreven (met dialogen recht uit de oorspronkelijke roman gerukt) karakterstudie van twee mannen in Saigon in 1952, terwijl in het noorden van Vietnam de oorlog woedt. De Britse journalist Fowler is cynisch, wanhopig en neutraal (Michael Caine in een van de beste vertolkingen van zijn carrière, en dit wil toch heel wat zeggen); de jonge Amerikaanse hulpverlener Pyle is even idealistisch als naïef, een dodelijke combinatie zo blijkt, waar Brendan Fraser de perfect geblokte gestalte aan geeft. De twee zijn ook rivalen in de liefde voor een jonge Vietnamese vrouw. Rabbit-Proof Fence: het bijna woordloze verslag van de lange tocht van 2400 kilometer van drie kleine aboriginalmeisjes; ze zijn weggevlucht uit een staatsinstelling in West Australië en willen terugkeren naar hun geboortedorp. De gebeurtenissen spelen zich af in 1931, maar de praktijk om halfbloeden gedwongen bij andere gezinnen onder te brengen duurde nog tot 1970. Het enige thematische raakpunt tussen de films is de kritische kijk op hoe blanke kolonisten omgaan met inheemse culturen - wat er meestal op neerkomt dat zij zelf vertellen wat de anderen willen. Beide films werden ook gefotografeerd door Chris Doyle, een Australiër die vele jaren in Hongkong werkte (en beroemd werd voor zijn samenwerking met Wong-kar Wai). Doyle vat met evenveel brio de leegheid, de desolate mythische uitstraling en het aardkleurig palet van het Australische landschap als de exotische kwaliteit, het sensueel kleur- en vormenspel en de wriemelende drukte in Zuidoost-Azië, het ideaal decor voor Greenes wereld van raadselachtige zielroerselen en morele ambiguïteit. Extra's. Beide films worden toegelicht en aangevuld met making of, achtergrondreportages en voor The Quiet American ook regisseurscommentaar. Als superbonus bij The Quiet American krijg je er ook de integrale eerste versie uit 1958 bij, met Audie Murphy als de Amerikaan en Michael Redgrave als de Engelsman ' whose cold exterior is just a thin skin over his passionate desperation', dixit Pauline Kael. Bijzonder leerrijk is de twee films na elkaar te bekijken en te vergelijken met de oorspronkelijke roman. Greene baseerde zijn boek uit 1956 op zijn ervaringen als oorlogscorrespondent in Indochina; zijn observaties over de tragische bemoeienissen van de VS in exotische buitenlandse achterkeukens hebben nog niets van hun sarcastische scherpzinnigheid verloren, zeker niet in het licht van het Iraaks avontuur. De eerste bewerking van The Quiet American door Joseph L. Mankiewicz (scenario en regie) blijft een prima film: een intelligent praatdrama in beeld gezet door een regisseur die aan literaire kwaliteiten en verbale retoriek een solide cinematografische inhoud kan geven. Ideologisch is er wel een en ander op te merken aan deze typische Hollywood-interpretatie van Greenes antiamerikanisme. De auteur was zeer misnoegd toen Mankiewicz de afloop van het verhaal compleet omgooide: de Brit wordt voor aap gezet, de Amerikaan witgewassen van medeplichtigheid aan de bomaanslagen en alle schuld wordt in de schoenen geschoven van communistische samenzweerders. ' One could almost believe that the film was made deliberately to attack the book and the author', schreef Greene.