Het was een kleine verrassing, jouw naam in de cast van Belgica: ik wist niet dat je ook acteur was.

TOM VERMEIR: Dat zullen wel meer mensen gedacht hebben. (lacht) Nochtans, dat is waar ik voor gestudeerd heb. Ik ben in 1996 als acteur afgestudeerd aan het conservatorium van Gent. Ik heb een aantal jaren jeugdtheater gespeeld en meegedaan in een aantal voorstellingen van de betreurde Eric De Volder. Maar na een tijdje was ik het theater beu en wilde ik iets anders doen.
...

TOM VERMEIR: Dat zullen wel meer mensen gedacht hebben. (lacht) Nochtans, dat is waar ik voor gestudeerd heb. Ik ben in 1996 als acteur afgestudeerd aan het conservatorium van Gent. Ik heb een aantal jaren jeugdtheater gespeeld en meegedaan in een aantal voorstellingen van de betreurde Eric De Volder. Maar na een tijdje was ik het theater beu en wilde ik iets anders doen. Daarna is mijn parcours wat grilliger geworden, laat ons zeggen. Ik heb lang gereisd en even gewerkt als duikinstructeur in de tropen. Toen ik terug in België was, heb ik met een groep vrienden A Brand opgericht en heb ik me tien jaar in de muziek gestort. VERMEIR: Jazeker. (lacht) Toeristen leren duiken. Vooral in Thailand. Kleine jobs om genoeg te verdienen om verder te kunnen reizen. Soit, toen A Brand ermee stopte, ondertussen een jaar of vijf geleden, kriebelde het om opnieuw te beginnen acteren. Via Johan Heldenbergh, die zich me nog van vroeger herinnerde, ben ik bij Compagnie Cecilia terechtgekomen, het gezelschap van Arne Sierens. Tevens de man die mee aan het scenario van Belgica heeft geschreven. VERMEIR: Zoiets, ja. Ik was op reis in Colombia toen ik telefoon kreeg dat er 'een vacature is vrijgekomen'. Ik dacht dat ik auditie moest komen doen, maar het bleek dat Felix al beslist had. Terug in België heb ik een dag gewerkt met hem en Stef Aerts, mijn broer in de film, en ik mocht eraan beginnen. Er waren 45 draaidagen - veel voor een Vlaamse film - en ik moest op 44 daarvan aanwezig zijn. Een intense trip. VERMEIR: Enkel een paar voorlopige versies, maar het lijkt me iets anders dan The Broken Circle Breakdown te worden. Die rauwe emotionaliteit, wat ik zo fijn vind aan de films van Felix, zit er wel in, maar het verhaal is iets helemaal anders: het gaat over twee West-Vlaamse broers die samen een café uitbouwen in Gent. Als je het met één film van Felix kunt vergelijken, lijkt Belgica nog het meest op De helaasheid der dingen, maar dan in het hippe Gentse nachtleven. VERMEIR: Ik ben opgegroeid in Koksijde: zo geweldig moeilijk was dat accent dus niet. Felix heeft even gedacht de film in het Aalsters te doen, maar uiteindelijk is het Koksijds geworden. Plat Koksijds. De lof mag dus vooral naar Stef Aerts gaan, van oorsprong een Kempenaar. Ik heb voor hem het hele scenario traag in dialectvorm ingesproken. Hij heeft elk woord moeten aanleren. Met succes: Stef is de eerste niet-West-Vlaming van wie je het West-Vlaams gelooft. Zelfs ik. (G.Z.)