TOT VOOR KORT ONGESCHONDEN

ANNELIES VERBEKE OVER KLAAS VERPLANCKE
...

ANNELIES VERBEKE OVER KLAAS VERPLANCKE Uitzonderlijk gebeurt het dat je in gesprek raakt met iemand bij wie de naam Klaas Verplancke niets oproept. 'Kleine ventjes, grote hoofden?' help ik in zulke gevallen. Die ontoereikende omschrijving is geen categorie waarbij ik Klaas indeel. Hij is een grote man met een realistisch geproportioneerd hoofd. De jas waarmee ik hem het vaakst heb gezien, is roodzwart geruit en zou een houthakkersjas kunnen worden genoemd. Hij heeft een aanstekelijke lach en geluk met zijn haar. Al lang voor ik Klaas Verplancke ontmoette, maakten zijn figuren me blij met hun grappige lieflijkheid en speelse ondeugden, de verstopte, vaak surreële details waarmee ze je blik vasthouden, waarmee ze zich onttrekken aan de tekst, aan de wat beperkende term 'illustratie'. Hun schepper moet een tevreden man zijn, zo was mijn vermoeden. Dat klopte, zij het dat Klaas' leven rond de tijd dat wij elkaar leerden kennen door droeve gebeurtenissen werd ondermijnd. Dat heb je daar soms mee, met leven, al trof dergelijke invasie Klaas naar eigen zeggen voor het eerst. Dat laatste vond ik iets om te onthouden, dat zulke mensen bestaan: tot voor kort ongeschonden. Vermoedelijk heb ik dus langs de boorden van Klaas' leven vertoefd toen het zich in een overgangsfase bevond. Ook in Tirol inferno is dat merkbaar. Klaas legde me uit dat hij ooit een abstract schilderij wil kunnen maken, dat dit boek hem daar een stap dichterbij brengt, dat hij ernaar verlangt de controle los te laten zonder daarbij tegen zijn natuur in te gaan. Die inborst legt hem namelijk op te kunnen verantwoorden waarom hij een vierkant tekent, waarom hij het blauw kleurt. Vandaar dat Klaas de controle toch vrij gecontroleerd loslaat. Als je samen een boek maakt, is zoiets een geruststelling. Het is een voorrecht getuige te zijn van een interessant mens en een interessant oeuvre tijdens een subtiele metamorfose. Wat echter niet iedereen weet, is dat Klaas het veranderen eerder al lichamelijk onder de knie kreeg. En boven de knie eigenlijk nog meer. Tijdens onze eerste ontmoetingen was Klaas een nogal ronde man, bij de derde was hij eerder een i dan een o. Deze slanke versie toonde me zijn prachtige atelier in Brugge, een enorme ruimte die hij ook gebruikte om zijn werk tentoon te stellen. Langs alle ramen gutste er zonlicht naar binnen en helemaal boven stond een drumstel dat de tekenaar samen met zijn nageslacht leerde bespelen. Naar zijn vorderingen heb ik niet meer geïnformeerd, dat ga ik eens doen. Geen merkwaardig fenomeen, zult u oordelen, mensen vermageren of worden dikker. Groeien doen zij na hun kindertijd echter niet meer. Klaas wel. Toen ik hem de vierde keer ontmoette, toevallig, op een vernissage, moest hij zich als enige in de zaal bukken om het plafond niet te raken. Hij werd wellicht nog langer toen ik hem naderhand uitzwaaide, want zijn gestalte bleef even groot terwijl hij van me weg wandelde, naar zijn auto, die hij moest laten staan omdat hij er niet meer in kon. De vijfde keer kromp hij, toen heb ik hem in mijn handtas meegenomen naar de kermis. Hij klemde zijn ledematen rond een stokje zodat een vrouw aan een kraam hem met suikerspin kon omwikkelen. 'Wo-ho-hoow! Wo-hoow!' hoorde ik hem steeds gesmoorder lachen. Ik at hem weer tevoorschijn, een ontroerend moment. Klaas' mooiste gedaanteverwisseling vond ik die keer dat hij zichzelf veranderde in zevenenzestig papegaaien. Ze fladderden voorbij het raam toen ik zat te schrijven, alle kanten uit, ik wist meteen dat hij het was. En een fiets, dat kan hij ook, dat was de enige keer dat ik Klaas heb bereden. Want zo goed kennen we elkaar nu ook weer niet. TIROL INFERNO Uit op 19/3 bij De Bezige Bij Antwerpen. Op thetiroltimes.tumblr.com zijn al enkele tekeningen en schetsen te bekijken.