Tintin and the Secret of Literature *

TOM MCCARTHY
...

TOM MCCARTHY GRANTA BOOKS, 211 BLZ., euro 24,9 Als er een Engelstalig essay over Kuifje verschijnt, mag je doorgaans een extra kritische leesbril opzetten. Voor Engelstalige schrijvers lijkt Kuifje namelijk een curiosum waar nog nauwelijks literatuur over gepleegd is, wat voor hen de deur naar de meest vergezochte stellingen en onwaarheden wijd openzet. Een boek dat het in de inhoudsopgave belooft te hebben over de clitoris van Bianca Castafiore verdient dus de nodige scepsis. De eerste positieve verrassing in Tintin and the Secret of Literature: McCarthy leest Frans! Hij heeft een hele reeks theorieën die in de taal van Molière en Hergé over Kuifje geponeerd zijn, in zijn eigen analyse verwerkt. Hij profileert zich daardoor zelfs als een bruggenbouwer: McCarthy's eigen inbreng blijft vrij beperkt, maar hij laat de rest van de wereld toch maar even kennismaken met de soms erg Franse en weinig verspreide theorieën van critici als Serres en Apostolidès. McCarthy combineert zijn grondige lezing van de albums en de Franse literatuur over Kuifje met een dosis freudiaanse en postfreudiaanse psychoanalyse, literatuur van Balzac en Shakespeare en postmoderne literatuurtheorie van ronkende namen als Barthes en Derrida. Veel voorkennis heb je voor dit boek niet nodig, alleen wordt verwacht dat de verhalen van Kuifje niet al te ver in je geheugen zitten en dat je moeite wil doen om de analyses van McCarthy te volgen. Die levert soms erg vergezochte, maar wel fascinerende lectuur op. Zo ontwaart McCarthy allusies op de mogelijk koninklijke afkomst van Hergé (het gerucht wil dat Hergés vader een onechtelijk kind van Leopold II was) in het wapenschild boven de poort van kasteel Molensloot en in het piratentweeluik Het geheim van de Eenhoorn en De schat van Scharlaken Rackham; en een scène in de kleedkamer van la Castafiore beschouwt McCarthy als gesublimeerde postorgastische pillow talk. De auteur gaat er overigens niet van uit dat Hergé het allemaal zo bedoeld heeft, maar rekent ook onbewuste en toevallige aspecten van het oeuvre tot de interessante bouwstenen van een analyse. Alleen in het eerste hoofdstuk staat een waarlijk irritante passage: McCarthy voelt zich voor zijn anglofoon publiek verplicht de vraag te stellen of Kuifje tot de literatuur behoort. Dan kun je je beter afvragen of Haddock en Castafiore het bed hebben gedeeld. Gert Meesters