Wanneer de tachtigjarige weduwe Mantoa haar zoon verliest lijkt ze, suf gebeukt door het leven, richting haar eigen begrafenis te dolen. Tenminste: tot ze hoort dat haar geboortedorp moet plaatsmaken voor een stuwdam. Ze ontpopt zich tot een rusteloze rebel tegen ...

Wanneer de tachtigjarige weduwe Mantoa haar zoon verliest lijkt ze, suf gebeukt door het leven, richting haar eigen begrafenis te dolen. Tenminste: tot ze hoort dat haar geboortedorp moet plaatsmaken voor een stuwdam. Ze ontpopt zich tot een rusteloze rebel tegen de powers that be. Filmmaker Lemohang Jeremiah Mosese baseerde zich op het verhaal van zijn grootmoeder en schildert zijn geboorteland Lesotho als een onbezoedeld paradijs dat dreigt ingenomen te worden door de pletwalsen van de vooruitgang en het kapitalisme. En toch is Mosese's derde langspeler géén pamflet, géén pauperporno en géén National Geographic-cinema. Hij bezweert de demonen van het sentimentalisme met even strakke als dwingende shots in vierkant formaat, met diepe gesatureerde kleuren, met expressionistische muziek, met lokale folklore en met tableaux vivants waar een voile van mysterie overheen hangt. Door die picturale pracht gaat een bezwerende kracht uit van deze vertelling over identiteit, verzet en verdriet, met een even intieme als monumentale hoofdrol voor de inmiddels overleden Mary Twala in wiens gezicht vol rimpels meer dramatiek zit dan in de gemiddelde soap. Een Afrikaanse variant die de ziel zalft en koortsig maakt van cinefilie.