1956
...

1956Film: **** Extra's: **** Carlotta/Twin Pics (Franse import; originele versie met enkel Franse onderschriften) Filmmakers zijn niet altijd de meest geschikte personen om hun eigen werk te evalueren. Zo laat melomeester Douglas Sirk zich in het onmisbare interviewboek van Jon Halliday ( Sirk on Sirk) tamelijk denigrerend uit over There's Always Tomorrow. Hij beweert dat hij zich niet veel over de film herinnert en betreurt dat deze prent, die volgens hem kleur behoefde, om budgettaire redenen in zwart-wit werd gedraaid. Maar wat blijkt? There's Always Tomorrow is een van zijn grootste films. De zwart-witfotografie van Russell Metty hult de personages in zware schaduwen die op het eerste gezicht meer in het film noir-universum thuishoren. Nochtans is de enige misdaad in There's Always Tomorrow de liefdeloosheid tegenover hoofdrolspeler Fred MacMurray, die tegen de gewoontes van het genre in als man in de slachtofferrol wordt geduwd - het melodrama kreeg niet voor nietsde pejoratieve bijnaam women's pictures. MacMurray speelt een huisvader die zich verwaarloosd voelt door vrouw (Joan Bennett) en kinderen en voor wie het huwelijk één grote valstrik blijkt. Als hij op een avond alleen thuis is, staat plotseling een vroegere jeugdliefde op de stoep, gespeeld door Barbara Stanwyck. Maar nog voor hun reünie geconsumeerd wordt - niet vergeten: dit zijn de fifties - complotteren zijn eigen bekrompen kinderen tegen een verhouding die ze verkeerd inschatten. Van bij de openingsbeelden zet Sirk een versmachtend gevoel van verloren kansen en een toon van bittere ironie neer. In dit zonnige Californië regent het de hele tijd pijpenstelen en durven in een prachtig moment van onderdrukte emoties regendruppels al eens tranen te vervangen. Met alle middelen waarover hij als regisseur beschikt, toont Sirk de knusse haard van het geïdealiseerde Amerika onder Eisenhower als de graftombe die MacMurray voor zichzelf heeft gebouwd. In een geraffineerde mise-en-scène definieert Sirk de personages en hun dilemma's op schitterende wijze door hun (ver)plaatsing in het decor. Bovendien maakt hij optimaal gebruik van spiegels, zolderingen, trappen en kaders binnen het beeldkader om een gevoel van claustrofobie en verstikking op te roepen. En dat mondt uit in een verwoestende finale: het typische tragische happy end waarop Sirk een patent had. Terwijl stoorzender en carrièrevrouw Barbara Stanwyck op het vliegtuig naar New York zit, kijken drie charmante kinderkopjes van op de trap vol blijdschap naar het teruggevonden geluk van hun ouders. Al lijken ze zich wel achter tralies tebevinden. Patrick Duynslaegher