30 maart 1990, 23.00 uur, Waver CRC Glons - militaire luchtverdediging

NA VISUELE RAPPORTEN VAN BURGERS DIE BEWEREN FELLE, VAN kleur veranderende lichten waar te nemen en na bevestiging van de rijkswacht van Waver, die spreekt over grillig bewegende lichten in een driehoekig patroon, stijgen van op de luchtmachtbasis van Bevekom twee F16's op met als opdracht de radarwaarnemingen van het CRC te confirmeren. Negen interceptiepogingen worden ondernomen, drie keer slagen de piloten in een lock-on: het doelwit verschijnt tientallen seconden op de radar maar wisselt te snel van positie en snelheid. Het doelwit lijkt in staat tot indrukwekkende acceleraties: van 240 kilometer per uur naar 1770 per uur zonder daarbij de geluidsbarrière auditief te doorbreken. De piloten slagen er niet in het doelwit te identificeren of visueel contact te maken.
...

NA VISUELE RAPPORTEN VAN BURGERS DIE BEWEREN FELLE, VAN kleur veranderende lichten waar te nemen en na bevestiging van de rijkswacht van Waver, die spreekt over grillig bewegende lichten in een driehoekig patroon, stijgen van op de luchtmachtbasis van Bevekom twee F16's op met als opdracht de radarwaarnemingen van het CRC te confirmeren. Negen interceptiepogingen worden ondernomen, drie keer slagen de piloten in een lock-on: het doelwit verschijnt tientallen seconden op de radar maar wisselt te snel van positie en snelheid. Het doelwit lijkt in staat tot indrukwekkende acceleraties: van 240 kilometer per uur naar 1770 per uur zonder daarbij de geluidsbarrière auditief te doorbreken. De piloten slagen er niet in het doelwit te identificeren of visueel contact te maken. Een eerste analyse van de radarbeelden leidt tot de volgende conclusie: 'De enige redelijke hypothese is die van de ufo's, waarvan de prestaties duidelijk in de richting van een niet-aardse herkomst wijzen.' Sceptischer wetenschappers maken gewag van 'weerkaatsing van radargolven op inversielagen of op compacte en vochtige luchtmassa's' en wijzen op de uitzonderlijke meteorologische omstandigheden van die nacht. Naar aanleiding van de bizarre waarnemingen dient een Europees parlementslid een voorstel in om een Europees centrum op te richten om ufo-signalementen te onderzoeken. Naam van dat toenmalig parlementslid: Elio Di Rupo. In 2011 bekent een amateurfotograaf dat zijn beroemde kiekje van de driehoekige ufo - een foto die zelfs door NASA niet verklaard kon worden - een vervalsing was; met piepschuim en wat lampjes had hij het onbekend vliegend object ineengeknutseld. Met die bekentenis werd het dossier dat bekendstaat als 'de Belgische ufo-golf' definitief gesloten. OOK IK WAS ALS 11-JARIG JONGETJE GEFASCINEERD DOOR DE aanhoudende berichtgeving in de media. Dat de legertop tijdens een persconferentie naar buiten kwam met de radarbeelden - zij het pas maanden na de feiten, wat op zich de speculaties over geheime militaire proefvluchten versterkte (de B2-stealthbommenwerper werd vaak als verdachte genoemd, gezien zijn driehoekige vorm) - en openlijk toegaf dat ze de fenomenen niet sluitend konden verklaren, voedde een hongerige pers. Toen Kanaal 2 in 1996 The X-Files begon uit te zenden, raakte ik dan ook meteen verslingerd aan de bizarre avonturen van FBI-agenten Mulder en Scully. En daarin stond ik niet alleen. De pilotaflevering lokte in de VS meteen 12 miljoen kijkers, een aantal dat doorheen de negen seizoenen gestaag zou stijgen, met een hoogtepunt van 30 miljoen. Vooral de kijktrouw viel op, en na analyse van de doorsnee X-Files-kijker bleek het om een ideaal reclamepubliek te gaan zodat het Fox-netwerk bedenker Chris Carter een vrijgeleide gaf om de cultreeks uit te bouwen. The X-Files werd uiteindelijk een van de langstlopende scifi-reeksen, een succes dat uitmondde in een stortvloed aan merchandising gaande van I want to believe-posters tot Scully-pruiken en imkerpakken, en van Gillian Anderson, de Venetiaans blonde actrice die de rol van Dana Scully voor haar rekening nam, zelfs eventjes een sekssymbool maakte. De reeks werd aangevuld met twee succesvolle langspeelfilms - geruchten over een derde doen al een tijdje de ronde - en een spin-off over de Lone Gunmen, de nerdy onderzoekers die agent Mulder vaak bijstaan in zijn zoektocht naar overheidscomplotten. De Lone Gunmen - op zich een verwijzing naar de volgens sommigen ongeloofwaardige theorie van de steeds weer opduikende eenzame schutter bij aanslagen op prominenten - gooide als reeks geen hoge ogen, maar de pilot die zes maanden vóór 9/11 werd uitgezonden, draaide om een overheidscomplot om een Boeing 727 in de WTC-torens te laten vliegen en zo de militaire budgetten op te schroeven. Niet ver van de waarheid, alleen worden oorzaak en gevolg verward, zoals zo vaak bij complottheorieën. Niet slecht voor een reeks over twee geïsoleerde FBI-agenten die op buitenaardse wezentjes jagen en tussendoor allerlei paranormaal getinte misdaden oplossen. Dat succes is ten dele verklaarbaar door de intrinsieke kwaliteit van de reeks. Bedenker Chris Carter voorzag het lachwekkende uitgangspunt van een donkere cinematografie die hij leende van Jonathan Demme's The Silence of the Lambs, zorgde voor stevige plots in de losse afleveringen en een intrigerende verhaallijn die doorheen de verschillende seizoenen almaar complexer werd. Maar de meesterzet was ongetwijfeld de keuze van de hoofdpersonages. De paranoïde agent Fox Mulder die gelooft dat zijn jongere zusje ooit door aliens werd ontvoerd en overal overheidscomplotten vermoedt, moet samenwerken met de sceptische Dana Scully die als arts zweert bij de rigide wetenschap. De vaak grappige maar dikwijls ook conflictueuze wisselwerking tussen beiden wordt versterkt door een platonische liefdesverhouding die nooit helemaal tot bloei komt, maar wel een latent spanningsveld aan de reeks toevoegt. Zoals iedereen later zou hopen dat alles weer goed zou komen tussen Rachel en Ross in Friends, zo verwachtte je bij The X-Files dat Mulder en Scully nu toch eindelijk eens zouden doorhebben dat ze voor elkaar gemaakt waren. Maar de kwaliteit is niet de enige reden voor het succes. The X-Files boort, bewust of onbewust, een gevoel aan dat diep in de Amerikaanse samenleving is geworteld: paranoia. Al van bij de onafhankelijkheidsverklaring van 1776 staat de democratische vrijheid van de Amerikaanse burger centraal. De tekst geeft zijn burgers ook expliciet het recht om regeringen die despotisch optreden omver te werpen. Oorspronkelijk werd daarmee vooral de Britse koning geviseerd maar Amerikanen hebben sindsdien een aangeboren scepsis tegenover al te centralistische overheden. Dat heeft ook deels met de eerste bewoners van de relatief jonge staat te maken. Amerika lokt aanvankelijk vooral vrijbuiters, gelukszoekers en ex-gevangenen, maar ook immigranten die vanwege religieuze vervolging het oude continent achter zich lieten - lieden die niet van plan waren hun pas verworven vrijheden opnieuw te laten beperken door bemoeizieke autoriteiten. Alles wat maar een beetje naar Washington ruikt, wordt dus diep gewantrouwd. En laat de FBI nu net een federale instelling zijn, die haar jurisdictie kan laten gelden over de teerbeminde staatsgrenzen heen. Aanvankelijk stelde de FBI niet veel voor, maar onder leiding van J. Edgar Hoover werd het onderzoeksbureau uitgebouwd tot een slagvaardig overheidsapparaat. Hoover zou de FBI uiteindelijk 48 jaar lang leiden, an sich een democratisch ongezond lange periode, en gold lange tijd als een van de machtigste mannen van de VS, ook omdat hij (volgens de mythe) zijn eigen presidenten bespioneerde en zijn FBI zo een staat binnen de staat vormde. Ook de geografische ligging van Amerika werkt paranoia in de hand. Risk-adepten kennen het als een sterk bolwerk dat moeilijk te veroveren valt. In tegenstelling tot op het Europese continent, waar eeuwenlang allerlei oorlogen woedden, gebeurt het uiterst zelden dat de landsgrenzen militair bestookt worden. Amerika waant zich relatief veilig, met een invasie door een andere mogendheid wordt nooit echt rekening gehouden. Wat meteen verklaart waarom Pearl Harbor en zeker 9/11 zulke diepe wonden in het Amerikaanse veiligheidsgevoel hebben geslagen. Maar een staat heeft vijanden nodig - angstige burgers laten zich nu eenmaal gedweeër besturen - en dus verzin je vijanden. Invasie mag dan misschien geen realistisch scenario zijn, infiltratie is dat zeker wel. Vijanden die zich paard van Troje-gewijs Amerika binnen werken, slapende spionnen die zich in het geheim organiseren, latente communisten die zich langs de democratische ladder omhoogwerken, het is de nachtmerrie van elke Amerikaan: je buur kan landverrader zijn. Het is die paranoia die Joseph McCarthy misbruikte om een ware heksenjacht op communisten te organiseren. In Europa zat het rode gevaar netjes weggestopt achter een IJzeren Gordijn, in Amerika vermoedde men overal stiekeme broeihaarden van communisme, een ideologie die gezien zijn centralistische ingesteldheid en inperking van persoonlijke vrijheid als duivels werd beschouwd. De massale angst voor infiltratie werd in 1938 mooi geïllustreerd door Orson Welles. Zijn hoorspel gebaseerd op de roman The War of the Worlds van H.G. Wells, veroorzaakte massale paniek bij de bevolking. Het verhaal? Marsmannetjes landen en activeren aanvalscellen die al jarenlang onder Amerikaanse bodem begraven lagen. Naderhand werden de verhalen over massahysterie ietwat afgezwakt - oorspronkelijk telde men een paar miljoen Amerikanen die panisch de straat oprenden - maar de mediabelangstelling was er niet minder om: echt of niet, infiltratieverhalen werken. Ten slotte is Amerika ook een bijzonder uitgestrekt land. Zeventig procent van de bevolking leeft er in steden. Tussen die steden: een haast onontgonnen landschap dat zowel woestijnen, bergketens, grasvlaktes en ontzaglijke wouden herbergt - om over hun grootste staat, Alaska, nog maar te zwijgen. Plekken waar zelden iemand komt, ruwe natuur waar makkelijk allerlei geheimen verborgen kunnen worden gehouden, bossen vol primaire wezens, woestijnen waar je naar hartenlust geheime luchtmachtbasissen kunt neerpoten, waar je ongemoeid kunt experimenteren met kernbommen - plekken waar je aliens en gecrashte ufo's kunt verbergen. The X-Files speelt handig in op die primordiale angsten. Mulder en Scully mogen dan wel paria's zijn binnen de FBI, ook zij hebben de reputatie van hun eigen organisatie tegen: vaak worden ze in de reeks door de lokale ordehandhaving met de nodige minachting ontvangen. Hun avonturen spelen zich dikwijls af in afgelegen gebieden - het aantal keren dat het duo door de bossen host of in kernsilo's in uitgestrekte zandvlaktes inbreekt, is ontelbaar - en hun anarchistische zoektocht naar de absolute waarheid reflecteert het wantrouwen van de gemiddelde Amerikaan tegenover elke autoriteit die haast per definitie zijn burgers bedriegt. In die zin zijn Mulder en Scully typische Amerikaanse helden: zij die opkomen voor de burger, die de overheden met hun geheim gekonkel het vuur aan de schenen leggen, die kritisch omgaan met mediaberichten en de antidemocratische manoeuvres van talloze geheime diensten bloot proberen te leggen. Gezien de recente NSA-schandalen zou de wereld misschien wel wat meer Mulder en Scully's kunnen gebruiken. Zonder de aliens dan, want dat zijn welbeschouwd maar een stelletje olielekkende griezels.