GET BEHIND ME SATAN
...

GET BEHIND ME SATAN XL/V2 Hoer en pooier, meester en slavin, dealer en cokehead, psychiater en patiënt of toch gewoon ex-gehuwden? Wie maalt er nog om wat de precieze band is tussen Meg en Jack White? Een stem, een elektrische gitaar en een drumstel, daar gaat het om, want met die basisbezetting ramden ze in vier jaar tijd vijf meesterlijke albums bijeen, van The White Stripes in 1999 tot Elephant in 2003. Net nu ze de wereld aan hun voeten hebben - Seven Nation Army en Jolene, de twee singles uit Elephant werden niet voor niets een hit - komen ze doodleuk met hun meest experimentele album ooit op de proppen. Typisch: het duo houdt het graag spannend, voor henzelf én dus ook voor de luisteraar, en na vier albums waren de mogelijkheden van hun oorspronkelijke bezetting zo goed als uitgeput. Voor Get Behind Me Satan schreef Jack de nieuwe songs op folkgitaar, piano en marimba en ruilt Meg geregeld haar drumkit in voor percussie. Een groot verschil? Ja en neen. De liedjes mogen dan anders naar buiten komen, hun inborst blijft herkenbaar. Zo konden The Denial Twist en Forever For Her (Is Over For Me), mochten ze in een vertrouwd kleedje zitten, evengoed op Elephant staan. Door de grotendeels akoestische aanpak komt automatisch de Jack White boven die op de soundtrack van Cold Mountain opdook en die voor Loretta Lynn Van Lear Rose produceerde. In Little Ghost waart een banjo rond, terwijl I'm Lonely (But I Ain't That Lonely Yet) in zijn naaktheid gospel uitwasemt. Slechts in drie nummers regeert het gitaargeweld. Niet toevallig werd eentje daarvan û de sexy T-Rex glamrock van Blue Orchid û als eerste single op de mensheid losgelaten, kwestie van de fans niet té zwaar af te schrikken. Vreemd genoeg is het Led Zeppelin-gehalte van deze rootsy cd zeer hoog. Jack werpt zich in As Ugly As I Seem en The Denial Twist meer dan ooit op als de bastaardzoon van Robert Plant. De uitgeklede, bij wijlen sterke melodieën benadrukken zijn vocale kracht. Het Beatleske Forever For Her (Is Over For Me) - schitterende titel, trouwens, en een absoluut hoogtepunt - klinkt bedrieglijk vol: zoals steeds weten de Stripes met weinig middelen een maximumeffect te sorteren. Het tweetal gunde zichzelf naar goede gewoonte weinig tijd in de studio en daardoor is het resultaat af en toe behoorlijk morsig. In Instinct Blues stottert de gitaar volgens de John Lee Hooker-traditie en heavy breaks doorboren het voor de rest zoete marimbaliedje The Nurse. Het maffe Red Rain trapt onschuldig af met speelgoedinstrumenten, maar ontbindt alras zijn duivels. In Take, Take, Take en White Moon zijn de overgangen zo bruusk dat ze een geïmproviseerde schijn ophouden. Get Behind Me Satan is vaak spontaan, maar tegelijk gezocht. Precies die contradictie zorgt voor een kleine smet op de plaat. Een ster minder en een kruis erover! Peter Van Dyck Peter Van Dyck