De Roemeen Corneliu Porumboiu maakte festivalfurore met subtiele, grauw-realistisch geschoten satires op corruptie en bureaucratie, maar de maker van Police, Adjective (2009) kan ook in genremodus schakelen, zij het met een brede grijns om de lippen. Het be...

De Roemeen Corneliu Porumboiu maakte festivalfurore met subtiele, grauw-realistisch geschoten satires op corruptie en bureaucratie, maar de maker van Police, Adjective (2009) kan ook in genremodus schakelen, zij het met een brede grijns om de lippen. Het bewijs is deze kronkelige neonoir over een femme fatale, een fluittaal en een matras vol druggeld. De antiheld is de foute flik Cristi die zich door het wulpse gangsterliefje Gilda laat meelokken in een labyrint van intriges en op het Canarische eiland La Gomera belandt. Daar leert hij El Siblo, een gefloten taal die goed van pas kan komen bij de overval waarbij hij betrokken wordt. Het vervolg van de plot valt - zoals het een noirpastiche betaamt - amper samen te vatten, maar het verteltempo ligt hoog, er zijn schietpartijen, auto-achtervolgingen en telefoonhacks, terwijl de actie zapt van Boekarest naar La Gomera. Op het eerste gezicht lijk je op vertrouwd Hollywoodterrein beland, met dat verschil dat je er een kale, Roemeense karakterkop, ironische muziekjes en bizarre terzijdes bij krijgt. Intussen snuffelt Porumboiu gretig in achterkamertjes, politiekantoren, hotelkamers en de existentiële issues van zijn corrupte personages.