THE WALKER BROTHERS ***
...

THE WALKER BROTHERS *** Nite Flightsartrock/disco Music On Vinyl Dankzij fonkelende singles als The Sun Ain't Gonna Shine Anymore en Make It Easy on Yourself viel The Walker Brothers midden jaren zestig dezelfde hysterie te beurt die enkel voor Beatles en Stones leek gereserveerd. Maar ondertussen was het 1978. Meer dan wat provinciale Engelse cabaretclubs opvrolijken zat er voor de drie Californiërs niet meer in. Zelfs hun sprankelloze reünie liep op haar laatste benen, en binnenkort zou ook platenfirma GTO er het bijltje bij neerleggen. Geen hond kon het dus wat schelen dat de onechte broers dan maar eens een - laatste - plaat zouden maken, geheel naar eigen goesting. Zwanenzang Nite Flights rolde dan wel een verbazingwekkend eigentijds amalgaam uit van lethargische discorock, ijzige new wave en doemerige elektronica die de lijn Sheffield-Berlijn bewandelde, de plaat vond nauwelijks gehoor. Ook aan de songs, voor het eerst geschreven door Scott Engel, John Maus en Gary Leeds zelf, kon de algemene desinteresse niet helemáál liggen. Scott, die na de commerciële flop van zijn beste soloplaat Scott 4 (1969) het songschrijven gedesillusioneerd had opgegeven, 'werd plots weer wakker' en luidde met vier aardedonkere, abstracte songs zijn artistieke wedergeboorte in. Hoogtepunt: The Electrician. Niet de man die u aan een extra stopcontact helpt, wel een Zuid-Amerikaanse folteraar. Toegegeven, de bijdrages van John (een begenadigde zanger, maar meer entertainer dan songschrijver) en Gary (beroerde drummer, meer zotskap dan entertainer) vielen vederlicht uit tegenover Scotts zwarte gaten. Maar toch: zonder Disciples of Death of Den Haague zou Nite Flights nooit zo'n boeiend curiosum zijn geworden. Staat deze langspeler smalend geboekstaafd als de eerste 'ep' van Scott Walkers serieuze periode (die tot op vandaag aanhoudt), aangevuld met 'zes B-kantjes'. Nochtans: een vreemd geheel is evengoed een geheel. De jaren zeventig waren die van David Bowie. Maar zoals hij Jacques Brel coverde naar het voorbeeld van zijn idool Scott Walker, of Station to Station (1976) aanvatte met Walkers gotische croon, horen daar op zijn minst enkele voetnoten bij. Omgekeerd: Bowies tweede Berlijnplaat, Heroes (1977), was voor de Walkers een baken tijdens het maken van Nite Flights. Vervolgens was het weer aan Bowie en Brian Eno om paf te staan van Scotts vier benauwende songs. Tref echo's daarvan aan op Lodger (1979) en Scary Monsters (1980), en zelfs een uitgestelde cover van de song Nite Flights op Black Tie White Noise (1993). KURT BLONDEEL