DOROTHEA TANNING, 1944
...

DOROTHEA TANNING, 1944 GEZIEN OP IL PALAZZO ENCICLOPEDICO, GIARDINI & ARSENALE, BIËNNALE VAN VENETIË, TOT 24/11 De geschiedenis ingaan als de meest opzienbarende zit er helaas niet in voor de lopende editie. Weinig verrassend, te netjes, te museumachtig, volgens The New York Times. Nee, net luid, schreeuwerig en slordig, vindt Metropolis M. In zijn videoverslagje ging de recensent van The Guardian op zijn rug liggen gillen. Zo beeldde hij het gevoel van de bezoeker aan het eind van de rit uit. Het valt inderdaad niet mee om een echt overtuigende bijdrage, laat staan een meesterwerk te ontdekken op de biënnale der biënnales. Maat wat is dat eigenlijk, een meesterwerk? Als het een schepping is die - je moet ergens beginnen - breekt met de norm heeft Massimiliano Gioni, de curator van de Venetiaanse hoogmis, in elk geval een punt met zijn keuze. Op zijn spatieuze expo Il Palazzo Enciclopedico presenteert hij kunstenaars die iets uitgesproken utopisch of mysterieus te bieden hebben. De titel verwijst naar het 'Encyclopedisch Paleis', een soort toren van Babel waarvan hobbykunstenaar Marino Auriti een halve eeuw geleden hoopte dat die ooit gebouwd zou worden en alle kennis in de wereld zou huisvesten. Met dat voorbeeld zocht Gioni in heden en verleden houtsnijwerk (Levi Fisher Ames), poppenhuizen (Robert Gober), tekeningen gemaakt onder hypnose (Matt Mullican) en andere niet zo voor de hand liggende waar uit. Zo werd Gioni's biënnale een groot rariteitenkabinet én een hulde aan alle zonderlingen die 's nachts onder een lamp popjes zitten te breien. Het ambitieuze en succesvolle kunstenaarstype - denk Damien Hirst - wordt op deze expo vriendelijk naar de uitgang verwezen en vervangen door een soort artiest die al enige tijd dood is verklaard: de hobbyist, de obscure knutselaar, de weirdo. Dat levert inderdaad geen verbluffende biënnale op. Maar het gulle gebaar en de afwijkende kijk op wat kunst behoort te zijn, maken van deze zoveelste editie een charmante gebeurtenis. We troffen er ook het opmerkelijke talent van wijlen Dorothea Tanning. De Amerikaanse surrealiste stierf vorig jaar - ze was 101 geworden. In haar jonge dagen volgde Tanning drie weken academie, en daarmee zat haar formele vorming erop. De rest pikte ze op van tijdgenoten als Dalí en Magritte. Vlak na de Tweede Wereldoorlog trouwde ze met de Duitse surrealist Max Ernst, die met Tanning aan zijn vierde vrouw toe was. In The Truth about Comets zette ze twee meisjes met een slangenlijf in een sneeuwlandschap neer. Er lijkt een verband te bestaan tussen de vallende sterren en de metamorfose van de meisjes, alsof hun ware aard abrupt ontsluierd wordt en de kunstenares erin geslaagd is de magische waarheid te vatten. De trap naar nergens is mogelijk een voorzichtige aankondiging van het einde van de Tweede Wereldoorlog. Het doek gaat al bijna zeventig jaar mee, maar aan frisheid heeft het nauwelijks ingeboet. Dat een werk als dit Venetië haalt en opnieuw gewaardeerd wordt, is een duidelijk signaal. De weirdo's zijn weer welkom in kunstland. Gelukkig maar. ELS FIERS