TOMMY LEE JONES
...

TOMMY LEE JONES Na George Clooney ( Confessions of a Dangerous Mind), Ed Harris ( Pollock) en Bill Paxton ( Frailty) vervoegt nu ook Tommy Lee Jones het clubje van doorgewinterde Hollywood-acteurs die meteen met succes in de regiestoel klauteren. The Three Burials of Melquiades Estrada werd in Cannes bekroond met de prijzen voor beste scenario (Guillermo Arriaga) en beste acteur (Jones himself), terwijl dit regiedebuut enkele weken geleden nog op het filmfestival van Gent werd uitgeroepen tot hoofdlaureaat. En terecht: de Amerikaanse karakteracteur met de gegroefde machokop, vooral bekend van Men in Black, levert een opvallend rijp, vakkundig gemaakt en veelgelaagd rootsdrama af. Jones vertolkt zelf de hoofdrol van Pete Perkins, een norse rancher die bevriend raakt met de illegale, Mexicaanse arbeider Melquiades Estrada (Julio Cedillo). Helaas is hun transculturele vriendschap geen eeuwig leven beschoren. Melquiades wordt door de opvliegende flik Mike Norton (Barry Pepper) in een vlaag van paniek neergeschoten langs de grens tussen Mexico en Texas. Voor Pete zit er vervolgens maar één ding op: zijn onfortuinlijke vriend gaan begraven in zijn geboortedorpje in de Mexicaanse woestenij, wat hij hem bij leven uitdrukkelijk had beloofd. Met deze fatalistische trektocht te paard in het gezelschap van Melquiades' ontbindende lijk ontpopt Pete zich niet alleen tot loyale vriend, maar ook tot koortsig gedreven wraakengel. Reisgezel tegen wil en dank is immers Melquiades' moordenaar Mike, die door Pete uit zijn huis wordt gesleurd, gegijzeld en uiteindelijk gedwongen om het lijk door het broeierige Tex-Mex-decor te zeulen. Daarmee heeft de levensvermoeide en romantisch verbitterde Pete twee doelen voor ogen. Hij wil uiteraard wraak nemen, maar de schietgrage cowboy ook een snelcursus moraal meegeven en hem de les spellen over de manier waarop hij zijn echtgenote Lou Ann behandelt. Wat deze schuldbeladen western zo frappant maakt, is niet enkel deze inventieve, John Sayles-achtige melange van existentiële topics, raciale thema's, sociale contexten, macabere humor en romantische subplots, maar vooral de manier waarop het verhaal wordt verteld. De bekroonde scenarist Guillermo Arriaga - auteur van Amores Perros en 21 Grams - pakt eens te meer uit met zijn typische non-lineaire en multi-perspectivistische structuur, al houdt hij het hier gelukkig helder en transparant. De film is opgedeeld in drie netjes afgebakende hoofdstukken (the first, second and third burial) gelardeerd met onthullende flashbacks, terwijl de scharniermomenten vanuit verschillende invalshoeken worden belicht. Jones, zelf een geboren Texaan en perfect Spaanstalig, weet deze complexe materie en ingenieuze constructie meteen tot een meeslepende vertelling samen te klinken, en dat zet zijn merites als debuterend regisseur extra in de verf. Toch zal zijn gereputeerde crew ongetwijfeld een handje hebben geholpen. Zo is er de puike widescreen-fotografie van veteraan en tweevoudig Oscarwinnaar Chris Menges ( The Killing Fields, The Mission), en de organische montage van voormalig John Huston-habitué Roberto Silvi ( Wise Blood, Under the Volcano). Het eindproduct is dan ook meer dan de som der delen: een intrigerende roots-western die respectvol knipoogt in de richting van Sam Peckinpahs Bring me the Head of Alfredo Garcia - maar dan zonder de misantropische woestheid van Bloody Sam - én doet denken aan John Hustons Treasure of the Sierra Madre, maar dan met een innerlijk getormenteerde Tommy Lee Jones in plaats van de duivels uit zijn ogen kijkende Humphrey Bogart. Dave Mestdach