The Third Man (1949)

FILM: **** EXTRA'S: **** (UNIVERSAL)

Film. In deze oerklassieker uit de Britse cinema speelt Orson Welles met brio de oorlogsprofiteur Harry Lime, die als een demonische verschijning door de brokstukken van het naoorlogse Wenen doolt. Joseph Cotten is de 'onschuldige' Amerikaan die maar niet wil geloven in de misdadige natuur van zijn jeugdvriend en tijdens zijn zoektocht naar de Derde Man (die getuige zou zijn geweest van Harry's dood) op allerlei sinister-excentrieke figuren stuit.

Het zeurderige citerdeuntje van Anton Karas is minder obsederend dan irriterend en regisseur Carol Reed en zijn briljante cameraman Robert Krasker overdrijven met hun gekantelde camera en expressionistische schaduwen. Welles maakt een van de beroemdste entrees uit de filmgeschiedenis (hij staat verdoken opgesteld in een deurgat en wordt door een kat verraden); zijn fameuze 'koekoeksklok'-speech die hij hoog in het reuzenrad afsteekt en waarmee hij zijn amoreel winstbejag goedpraat is eindeloos citeerbaar.

Extra's. De retrospectieve documentaire Shadowing the Third Man duurt ongeveer even lang als de film zelf, maar verveelt geen minuut, zo boeiend is de productiegeschiedenis van The Third Man, een van de eerste Britse studiofilms die haast volledig op locatie werden geschoten .

Het eerste idee voor de film kwam van Alexander Korda. Deze Engelse producer van Hongaarse origine wou absoluut een film maken op het puin van de platgebombardeerde stad die ooit de hoofdstad van Centraal-Europa was. In 1948 was Wenen nog altijd bezet door vier mogendheden en verdeeld in een Amerikaanse, een Russische, een Britse en een Franse zone. Terwijl de binnenstad door elke mogendheid bij toerbeurt gedurende een maand werd bestuurd, werd er dagelijks gepatrouilleerd door groepjes van vier soldaten, van elk der vier geallieerden één. Toen Korda Greene vroeg of hij rond die ingewikkelde situatie de nieuwe film van Carol Reed wilde schrijven (het drietal had al de succesvolle samenwerking The Fallen Idol achter de rug), hapte de schrijver meteen toe en citeerde hij de eerste paragraaf van een verhaal dat hij lang geleden geschreven had op de klep van een envelop. Het ging over een zekere Harry die kennelijk zijn eigen dood in scène had gezet. De gefingeerde begrafenis van Harry was het enige stukje plot dat hij had. Dus toog Greene twee weken naar Wenen om daar het verhaal verder te schrijven.

Net toen de katholieke romanschrijver bijna de moed opgaf lunchte hij met een Brits inlichtingenofficier die hem vertelde over de ondergrondse politie die opereerde langs het reusachtige rioleringsstelsel. Wie afdaalde in de riolen, compleet met een hoofdriool zo groot als een rivier, ruisende waters en watervallen, kon ongehinderd van de ene zone in de andere komen, zonder enige grenspost of paspoortcontrole. Dit ondergronds doolhof werd het verborgen speelterrein van de ongrijpbare Harry Lime. De officier vertelde Greene ook over de zwendel met penicilline. Greene had zijn verhaal. In een sleutelscène bezoekt Joseph Cotten het kinderziekenhuis, en ziet hij de vreselijke gevolgen van de zwarte handel in verdunde penicilline.

Dit stukje filmgeschiedenis wordt ook meeslepend en geïnspireerd in beeld gezet. Shadowing the Third Man is een perfecte titel voor de making of van een film die haast volledig in schaduwen is gehuld. De makers van de documentaire keren samen met de weinige overlevenden van deze productie (onder wie Guy Hamilton, toen assistent-regisseur, later regisseur van de beste Bondfilm, Goldfinger) terug naar de beroemd geworden Weense locaties. Digitale effecten geven de illusie dat oude beelden uit de film op straten, gevels en monumenten geprojecteerd worden, alsof de herinneringen van de laatste getuigen de film weer tot leven wekken.

Patrick Duynslaegher