Voor horrormaestro John Carpenter begon het allemaal al op zijn vierde, toen hij de 3D-versie van It Came from Outer Space zag. Een kleine dertig jaar later dropte hij The Thing, zijn hoogsteigen ding from outer space, in de bioscopen. En dat gedroeg zich iets minder schattig dan zijn tijdgenoot E.T.

Carpenter baseerde zich op John Campbells kortverhaal Who Goes There?, dat in 1951 al eens verfilmd was als The Thing from Another World, een invloedrijke sciencefictionfilm (waar Carpenter ook al fan van was). Daarin voedde het buitenaardse monster, dat een plantachtige celstructuur had, zich met bloed. Carpenter zou veel dichter bij het oorspronkelijke verhaal blijven.

Zijn versie begint met Amerikaanse wetenschappers die een Noorse helikopter hun antarctische onderzoeksstation Outpost #31 zien naderen, jagend op een sledehond. Als de Amerikanen een woordje Noors hadden gesproken, hadden ze begrepen dat ze beter het dier dan de piloot hadden neergeschoten. (Smijt desgewenst even diens laatste woorden in Google Translate: 'Se til helvete og kom dere vekk. Det er ikke en bikkje, det er en slags ting! Det imiterer en bikkje, det er ikke virkelig! Kom dere vekk, idioter!')

De hond, zo zal blijken, is namelijk drager van een parasiet die de fysieke en mentale kenmerken van eender welk levend wezen kan aannemen, maar niet zonder aanschouwelijke metamorfoses. In één scène transformeert een poolhond tot een slijmerig monster met meterslange tentakels. In een andere splijt de borstkas van een man die hartmassage krijgt open en bijt een gigantische muil de onderarmen van de hulpverstrekkende dokter af. Wat het ene moment een collega lijkt, kan het volgende een bloeddorstig monster zijn. Binnen de kortste keren is de paranoia op de poolbasis dan ook compleet.

The Thing is ondertussen een cultfilm van formaat, maar deed het destijds niet goed aan de kassa. Carpenter heeft zelf geopperd dat dat misschien te maken had met de nihilistische toon van zijn film. En tegelijkertijd liep in de bioscopen E.T., een kaskraker die buitenaardse bezoekers een aardig stukje vriendelijker portretteerde.

Voor één keer componeerde Carpenter, die zelf onder meer dat akelige riedeltje van Halloween schreef, de soundtrack niet zelf. Die eer liet hij aan de grote Ennio Morricone, die ijzingwekkende synthesizersoundscapes onder de beelden plakte. En een echte Carpenter-film is pas volledig als Kurt Russell op de affiche staat, zijn favoriete acteur. R.J. MacReady, de eigenwijze, knorrige held van The Thing, is hem dan ook op het lijf geschreven. Oog in oog met het brullende monster geeft hij les over hoe men zo'n situatie verbaal aanpakt: 'Yeah, fuck you too!' Als u durft te kijken, mag in uw beste Noors zo nu en dan naar het scherm roepen: 'Kom dere vekk, idioter!'

Vrijdag 5/4, 23.35, Eén