Sinds Viggo Mortensen vaker dan hem lief is op straat wordt aangesproken met Aragorn - komt ervan als je de helmboswuivende held uithangt in The Lord of The Rings - valt hij niet zo dikwijls meer op het witte doek te spotten. Niet omdat Mortensen op zijn 55e uitgekeken is op zijn acteursbestaan, wel omdat hij en zijn gezin - en wellicht ook zijn bankrekening - sindsdien één film per jaar wel voldoende achten.
...

Sinds Viggo Mortensen vaker dan hem lief is op straat wordt aangesproken met Aragorn - komt ervan als je de helmboswuivende held uithangt in The Lord of The Rings - valt hij niet zo dikwijls meer op het witte doek te spotten. Niet omdat Mortensen op zijn 55e uitgekeken is op zijn acteursbestaan, wel omdat hij en zijn gezin - en wellicht ook zijn bankrekening - sindsdien één film per jaar wel voldoende achten. Gelukkig wist de in New York geboren maar deels in Argentinië getogen Amerikaan van Deense komaf de jongste jaren zijn projecten met zorg te kiezen. Want zelfs al heeft hij zijn handen vol met fotograferen, schilderen, dichten, musiceren en supporteren voor voetbalclub San Lorenzo (waarvan hij steevast een shirt of een pin draagt), met de David Cronenberg-titels A History of Violence (2005), Eastern Promises (2008) en A Dangerous Method (2010), John Hillcoats postapocalyptische visioen The Road (2009), naar de roman van Cormac McCarthy, en een bijrol in Walter Salles' adaptatie van Jack Kerouacs beatbijbel On the Road (2012) heeft hij het voorbije decennium ook als acteur niet slecht geboerd. En Mortensen blijft nog even in literaire sferen hangen, want na personages van McCarthy en Kerouac leent hij zijn stoere, elegante torso deze zomer aan Chester MacFarland. Die komt uit de pen van de beroemde thrillerschrijfster Patricia Highsmith en is een van de drie intriganten die zich in haar roman The Two Faces of January (1964) te goed doen aan een levensgevaarlijke cocktail van oplichterij, glamour en seksueel innuendo. Het verhaal, naar het doek vertaald door de Brit Hossein Amini, die eerder de scenario's van The Wings of the Dove (1997) en Drive (2011) schreef en hier zijn regiedebuut maakt, speelt zich af in het zonovergoten Griekenland van de jaren zestig, waar Chester samen met zijn jonge trofee-echtgenote Colette (Kirsten Dunst) zijn vakantie doorbrengt. Wat een zorgeloze trip langs zomerse hotspots belooft te worden, muteert echter al gauw tot een hitsig kluwen van romantische en criminele intriges wanneer het Amerikaanse koppel Rydal (Oscar Isaac) ontmoet, een toeristische gids en charmante oplichter die het minder bemiddelde en minder sociopathische neefje van Tom Ripley zou kunnen zijn - nog altijd Highsmiths bekendste, meest perfide antagonist. Het resultaat is deugdelijk old-school entertainment in de lijn van The Talented Mr. Ripley, met een ingenieuze plot, een sexy cast, exotische locaties, mooie kostuums en Mortensen als mysterieuze dandy met schimmig verleden. 'Wat ik mooi vond aan dit project, is dat het de sfeer en de stijl van al die goede thrillers uit de jaren vijftig en zestig wil oproepen', legt de immer bedachtzaam pratende boerenzoon Mortensen uit. 'Het maakt 'ouderwets' weer sexy, opwindend. Hitchcock, Melville, Clouzot... dat waren de voorbeelden die Hos (Amini dus, nvdr.) in gedachten had, wat ik ongelofelijk uitdagend vond en verfrissend ambitieus voor een debuterend regisseur.' VIGGO MORTENSEN: Ik heb Hos ontmoet nog voor Drive uitkwam. Ik vond het script geweldig en ik vond hem een gepassioneerde en aardige kerel. Dat was genoeg voor mij. Goede scripts zijn zeldzaam. En nog zeldzamer zijn regisseurs die ambitie hebben. Die iets willen maken dat inhoud heeft, dat er goed uitziet en waar ook volwassenen iets aan hebben. Tegenwoordig zie je alleen nog films voor tieners in de bioscoop. Ik heb niks tegen Spider-Man en consorten; alleen is het niet iets wat mij interesseert. MORTENSEN: Klopt, maar naast alle goedkope horrorfilms en flauwe komedies had je elk jaar nog twintig, dertig films als deze: goed gemaakt, intelligent entertainment voor een groot, volwassen publiek. Nu heb je er daar jaarlijks nog een handvol van. Het wordt alsmaar moeilijker die in-between-films - films die laveren tussen kunst en commercie - gemaakt te krijgen, zeker in Hollywood. De beste scripts worden tegenwoordig niet meer verfilmd. Vroeger werd erom gevochten. Dat is de trieste waarheid. Dat ik hooguit één film per jaar doe, is niet alleen een bewuste keuze, het is ook het resultaat van het huidige bioscoopklimaat. MORTENSEN: Precies. Geen genre dat moeilijker te definiëren valt, maar voor mij moet een film noir aan drie voorwaarden voldoen: de personages moeten liegen of dingen verzwijgen, er moet een vrouw in het centrum van de intrige staan en het moet slecht aflopen. Of de film zich afspeelt tijdens de Koude Oorlog of nu, of hij er donker of licht uitziet: dat is allemaal maar secundair. Volgens mijn definitie zijn A History of Violence en Eastern Promises ook noirs - en ik ben zeker dat Cronenberg me niet zou tegenspreken. Amini heeft de noirelementen uit Highsmiths roman, die trouwens zeker niet haar beste is, nog aangescherpt. In het boek zijn de personages een stuk simpeler en eendimensionaler. In de film zijn ze alle drie dader en slachtoffer tegelijk, liegen ze vooral tegen zichzelf en hebben ze allemaal wat te verbergen. MORTENSEN: Dat was ook een reden, absoluut. Ik had nog nooit een personage van die generatie gespeeld, mannen die opgroeiden in de jaren dertig en daarna meevochten in de oorlog - behalve William Burroughs in On the Road misschien. Hoe arm mannen in de fifties en sixties ook waren; ze hadden allemaal gevoel voor stijl. Ook arbeiders droegen een pak en hun haar lag strak in de gel. Het ging niet zozeer om uiterlijk, maar om waardigheid en zelfrespect. Dat zie je op foto's uit die tijd. Ook uit mijn eigen familiealbums. Wat stijl betreft, zijn we er niet op vooruitgegaan. MORTENSEN: Er zit wat F. Scott Fitzgerald in, maar ook mijn eigen grootvader en andere mannen die ik me herinner uit die tijd. Het was een interessante periode voor Amerikanen. Tot halverwege de jaren zestig werden Amerikanen in Europa aangezien als bevrijders, als die sympathieke cowboys die de nazi's hadden verjaagd. Dat heeft de Vietnamoorlog compleet veranderd. Plots waren ze de imperialisten en was hun zelfverzekerde houding niet cool en rock-'n-roll meer maar arrogant en misplaatst. Dat is niet meer veranderd sindsdien. Amerika is niet beter dan Duitsland, dan China, dan België, dan gelijk welk land. Alleen hebben veel Amerikanen dat nog steeds niet door. MORTENSEN: Ik voel me een wereldburger. Ik bén een Amerikaan, maar ik ben ook een Deen en een Argentijn (Mortensen woonde van zijn tweede tot zijn twaalfde in Latijns-Amerika, waarvan het grootste deel in Argentinië, nvdr.). Tijdens het WK ben ik zeker een Argentijn. Hopelijk worden we straks wereldkampioen. België kan trouwens ook ver komen, al is de ploeg jong en onervaren. Tenminste, als het Argentinië niet treft. (lacht)MORTENSEN: Wel, ik besef dat Leatherface: Texas Chainsaw Massacre 3 niet mijn beste werk was. (lacht) Maar daar heb ik geen spijt van. Waarom zou ik? Als jong acteur moet je blij zijn dat je werk krijgt. Zo leer je de stiel. Je kunt niet verwachten dat Cronenberg meteen aan de lijn hangt en zegt: 'Je hoeft zelfs geen screentest te doen. Jij bent mijn leading man.' Sinds The Lord of the Rings heb ik meer keuzevrijheid en daar ben ik dankbaar voor. Maar wat telt, zijn goede verhalen, goede cinema. Niet status of geld. The Lord of the Rings was een superproductie, de grootste uit mijn carrière. The Two Faces of January is stukken goedkoper en mijn volgende film, Jauja van Lisandro Alonso, is zelfs een piepkleine, minimalistische film gedraaid in Argentinië. We sliepen met de hele equipe in tentjes, aten elke dag beduimelde sandwiches, maar het was een geweldige ervaring. Als ik jonge acteurs soms hoor klagen over het feit dat ze geen vijfsterrenhotel kregen, denk ik: hou toch op, schaam je, je hoeft je kamer verdomme geeneens zelf te betalen. Als straf zouden ze verplicht moeten meespelen in Leatherface 4. (lacht)THE TWO FACES OF JANUARY Vanaf 18/6 in de bioscoop. DOOR DAVE MESTDACHViggo Mortensen 'DAT IK HOOGUIT ÉÉN FILM PER JAAR DOE, IS OOK HET RESULTAAT VAN HET HUIDIGE BIOSCOOPKLIMAAT: IK HEB NIKS TEGEN SPIDER-MAN EN CONSORTEN, ALLEEN IS HET NIET IETS WAT MIJ INTERESSEERT.'