The Squid and the Whale HHH

NOAH BAUMBACH
...

NOAH BAUMBACH MET JEFF DANIELS, LAURA LINNEY, JESSE EISENBERG, OWEN KLINE, WILLIAM BALDWIN Scheiden doet lijden, en niet alleen voor de rechtstreekse betrokkenen: via snotterfilms waar het prefabsentiment in dikke geuten vanaf druipt, worden ook cinemazalen vol verliefd elkaars hand vasthoudende paartjes en huiskamers waar alles peis en vree is maar iemand per ongeluk naar VijfTV heeft gezapt, hard getroffen. Wanneer een regisseur besluit om zijn onverwerkte trauma's over de echtscheiding van zijn ouders te verfilmen, is dekking zoeken doorgaans de boodschap, maar het kan ook anders. Dat bewijst Noah Baumbachs vierde langspeler, een semi-autobiografische dramedy die listig laveert tussen grienen en grinniken, postmodern zedenspel en Woody Allen-eske satire en die - de Meryl Streep-fanclub is gewaarschuwd - geen traan gemeen heeft met veredelde tearjerkers als Kramer vs. Kramer. Centraal staat het vierkoppige gezin Berkman, een stel middenklassers uit Brooklyn dat na jaren van leugentjes-om-bestwil definitief desintegreert wanneer moeder Berkman (Laura Linney) haar affaire met een gerateerde tennisprof (William Baldwin) opbiecht. Voor de twee puberzonen - de zestienjarige Walt en de twaalfjarige Frank - vormt de breuk een traumatiserende ervaring, met als opvallendste symptomen: een plots opduikend Tourette-syndroom en weinig discrete masturbatiedrift bij de jongste, en een ongezond vadercomplex bij de oudste. Vooral dat laatste haalt Baumbach, die de Berkmans ongegeneerd naar zijn eigen uiteengevallen ouderlijk nest modelleerde, consequent naar de voorgrond. Belangrijker dan het verbale steekspel tussen de echtelieden of de ontluikende tienerseksualiteit is de ontvoogdingsstrijd van Walt. Die leert zijn geïdealiseerde vader (Jeff Daniels), een schrijvende professor die liever zijn studentes dan de muze opvrijt, immers kennen als een postpuberale narcist die zijn onzekerheden verbergt onder literaire bagage en een woeste baard. In die zin slaat de enigszins cryptische titel The Squid and The Whale niet alleen op het titanengevecht tussen man en vrouw, maar vooral ook op de strijd om het gezag binnen een gezin in staat van ontbinding. Baumbachs bejubelde film (drie Golden Globenominaties en een Oscarnominatie voor beste originele scenario) bevat wel meer dergelijke metaforen, maar mikt gelukkig niet alleen op de intello die al tijdens de film het lijstje namen (Kafka! Orson Welles! Pink Floyd! Moby Dick!) zit op te stellen dat hij naderhand zal droppen. Onder de cum laude in de psychologie afgestudeerde façade schuilt een originele, goed gedoseerde mix van stijlvol melodrama en relativerende humor, die met zijn droogkomische observaties en retrofetisjisme - de eighties worden met debardeurs, Blue Velvet en Jimmy Connors weer tot leven gewekt - niet vrij is van gelijke- nissen met het werk van offbeat-koning Wes Anderson ( The Royal Tenenbaums, The Life Aquatic), niet toevallig de producent van deze film. Absolute aanrader - zelfs voor diehard Meryl Streep-fans. Dave Mestdach