The Rough Guide to Blogging **

JONATHAN YANG

ROUGH GUIDES, 200 BLZ., ± e 10

Vraag het maar aan onze collega's die 'm wekelijks van jetje geven op Knack Blogt: zonder je eigen weblog, kortweg blog, tel je niet meer mee op het internet. Maar hoe pen je een blog bij elkaar die de webwereld het lezen waard vindt? En meer nog, hoe zie je doorheen de bomen het bos nog in het inmiddels oneindig grote blogland?

The Rough Guide meent de waterdichte lijst van do's en dont's te kennen waarmee u probleemloos overleeft in de zogenaamde blogosphere. Geen slecht idee, zo'n gids, want geef toe: weet ú waar je de echt geestige, informatieve, invloedrijke en bovenal van overdadig gelul gespaarde weblogs kan vinden?

Toen het grote publiek angstig zijn eerste stapjes in de cyberspace zette, had de 'echte' surfer al lang zijn persoonlijke website. Helaas moest je om zoiets op poten te zetten wel thuis zijn in programmeertaal. Dat euvel werd verholpen met de komst van de veel gebruiksvriendelijker weblogs, dagboeken op het web zeg maar. Het is maar een kwestie van enkele instructies volgen en de nodige keren op 'ok' te klikken om een presentabele tekst, met eventueel enkele illustraties, op het net te plaatsen. In feite kan iedereen bloggen, een handleiding hoef je daarvoor dus niet in huis te halen.

Maar met die wildgroei aan weblogs zit de ware uitdaging 'm er natuurlijk in je te laten opmerken tussen al die blogs, en als het even kan ook invloed te hebben. Denk maar aan de New Yorkse bloggers die op 11 september 2001 plots de eerste nieuwsbron waren omdat de websites van de gevestigde waarden bezweken onder het aantal bezoekers. Of hoe men bij latere aanslagen dankzij gsm en weblog zelfs gereputeerde nieuwsagentschappen te snel af was. En je zou ook bijna zeggen dat een weblogkreet van Bert Anciaux of Eric Van Rompuy meer impact heeft in de Wetstraat dan een ouderwets wetsvoorstel.

Is die Rough Guide to Blogging nu een onmisbare hulp voor wie een meerwaarde wil meegeven aan zijn blog? Hoewel de toon naar goede Rough Guide-gewoonte niet te belerend is, slaagt het boekje hier niet écht in. Naast het verstrekken van voor de hand liggende tips als 'hou de tekst bondig' en 'zorg voor een catchy titel', maakt het je vooral wegwijs in de onontbeerlijke zelfpromotie op het internet. Maar dat je je dagboek overal en op alle mogelijke manieren aanprijst, maakt het natuurlijk nog niet lezenswaardig. Uiteindelijk kan geen enkele boekenwijsheid op tegen de gulden stelregel voor journalisten: 'Ogen en oren openhouden' - ook in de virtuele wereld.

Hans Van Goethem