SYNCHRONICITY CONCERT
...

SYNCHRONICITY CONCERT universal CONCERT: ** EXTRA's: * Concert: Specialisten in Tijdloze Popsongs - Snelle Service - Kwaliteit Verzekerd: The Police evolueerde eind jaren zeventig, begin jaren tachtig in vijf jaar van kmo tot multinational, bestierd door Sting (zang/bas), Andy Summers (gitaar) en Steward Copeland (drums). Tegen 1983, bij de release van Synchronicity, vormden ze de meest populaire groep ter wereld. Maar de zeven maanden durende tournee die erop volgde zou hen slopen. Tijdens het Synchronicity Concert, opgenomen in Atlanta halfweg de tour, valt daar al wat van te merken. Sting en de zijnen razen pretentieus door een rist oude hits ( De Do Do Do, De Da Da Da, Can't Stand Losing You) en nieuwe songs ( King of Pain, Every Breath You Take), en veel interactie tussen de drie is er niet. Maar wat erger is: regisseurs Godley and Crème (jawel, het duo dat zich van 10CC had losgeweekt, waren ook videoclippioneers) maken er een zootje van - alsof zij en niet de groepsleden aan de cocaïne zaten. Tijdens So Lonely wordt er aan zo'n hels tempo in- en uitgezoomd, dat er een waarschuwing voor epilepsiepatiënten aan zou moeten voorafgaan. En het lichteffect tijdens Spirits In The Material World geeft een vermoeden van wat migraine met een mens kan doen. Typisch jaren tachtig, dat wel: in volle explosie van MTV Amerika werd er volop geëxperimenteerd met dergelijke arty farty-effecten. En met outfits: Copeland en Summers lijken recht uit Miami Vice weggelopen, en Sting draagt een soort cape van iets wat lijkt op papegaaienveren, een jasje waarmee zelfs een transseksuele indiaan zich nog niet op de straat zou wagen. Extra's: Vier tracks ( Synchronicity II, Roxanne, Invisible Sun en Don't Stand So Close To Me) die het verschil moeten maken met de eerdere videorelease van dit concert, en korte, nietszeggende interviews met de bandleden afzonderlijk, vlak voor hun allerlaatste concert. Er blijkt hoogstens uit dat Sting op dat moment al wist dat de band het aangekondigde sabbatjaar niet zou overleven, Steward Copeland een flauw vermoeden had en Andy Summers helemaal in het duister tastte. Karel Degraeve