Film: **** Extra's: ** (Living Colour)
...

Film: **** Extra's: ** (Living Colour) De vroegste filmversie van Gaston Lerouxs roman uit 1908 is nu meer dan tachtig jaar oud, maar nog altijd is de onthullende scène waarin de operadoublure Christine het masker afrukt van haar ontvoerder een huivermoment om te savoureren. Lon Chaney, de eerste grote monstervertolker uit de filmgeschiedenis en een kameleon van eerste orde, kreeg niet voor niks de bijnaam 'The Man With a Thousand Faces', maar het gezicht dat hij in The Phantom of the Opera opzette, deed destijds vele gevoelige zielen in katzwijm vallen. Chaney creëerde een make-up die een levende schedel suggereert. Hij stak een zelf ontworpen klem in zijn neus die het topje van zijn reukorgaan optilde en zijn neusgaten verwijdde. Een ander hulpstuk duwde zijn mondhoeken naar achter en accentueerde zijn uitstekende valse tanden en jukbeenderen. Zijn langwerpige hoofd werd nog een beetje uitgerekt met een bolle kunstschedel die onder de slap neerhangende haren akelig transparant lijkt. Chaneys groteske verschijning met aangepaste melodramatische mimiek en breedsprakige lichaamstaal zorgt voor de hypnotiserende kwaliteit van deze woordeloze filmklassieker, die plechtig voortschrijdt op een bombastische opera-achtige score vol smachtende morbide romantiek. De visuele grandeur van deze variatie op De Schone en het Beest schuilt in de ingenieuze wijze waarop regisseur Rupert Julian alle mogelijkheden uitput die het ingenieuze decor hem biedt: de barokke Parijse Opera van Charles Garnier, met de nodige overdrijving nagebouwd op het Universalterrein van de jaren twintig. Het verhaal vol mysterieuze verdwijningen, achtervolgingen, valstrikken en maskerades voert de toeschouwer mee door een praalzuchtig bouwwerk, schildert de paniek als de reusachtige kroonluchter neerstort op het publiek, toont de drukte en opwinding in de coulissen, onthult de illusies van de thea- trale machinerieën, doet ons afdalen in het schimmenrijk van het Spook, een ondergronds labyrint van riolen, zwarte meren, kerkers en geheime doorgangen. En in een van de meest heuglijke en picturaal expressieve taferelen klautert het spook op de daken van de Parijse Opera om hoog van op het Apollostandbeeld zijn schaduw te werpen op zijn weerbarstige geliefde en haar minnaar. Patrick Duynslaegher