De wereldwijde triomf van The Exorcist in 1975 maakte van Satan een vaste waarde aan de bioscoopkassa. Iets waar vooral de makers van The Omen-trilogie van profiteerden. The Omen (1976) werd de grootste box-officehit van het jaar en is intussen uitgegroeid tot een klassieker in het genre van de diabolische thriller, dat nu in de bioscoop weer aan een kleine revival toe is ( ...

De wereldwijde triomf van The Exorcist in 1975 maakte van Satan een vaste waarde aan de bioscoopkassa. Iets waar vooral de makers van The Omen-trilogie van profiteerden. The Omen (1976) werd de grootste box-officehit van het jaar en is intussen uitgegroeid tot een klassieker in het genre van de diabolische thriller, dat nu in de bioscoop weer aan een kleine revival toe is ( Stigmata, Lost Souls). De grote kwaliteit van de trilogie is dat de religieuze onzin met een uitgestreken gezicht wordt geserveerd: de makers nemen hun verdoemenisparabels erg au sérieux, zodat de strijd tussen goed en kwaad nooit door ironie of zelfspot wordt ondermijnd. De toeschouwer die bereid is zijn gezond verstand even opzij te zetten, wordt meegesleept door de sombere teneur van deze apocalyptische prenten over de komst van de antichrist. Ter gelegenheid van de 25ste verjaardag van The Omen is de trilogie in luxe-editie gedigitaliseerd, de drie schijfjes passend verpakt in een doosje dat je tot een kruis kunt uitvouwen. De kenner zal zich afvragen hoe het dan zit met de vierde episode, Omen IV: The Awakening, maar deze bedenkelijke televisieproductie blijft ons barmhartig bespaard. De producer hamert er in de 'making of' trouwens op dat de reeks van in den beginne was opgezet als een drieluik. Net als de kwaliteit van de films gaat ook de kwantiteit van de extra's in dalende lijn. The Omen kan je ook bekijken met doorlopende commentaar van regisseur Richard Donner en cutter Stuart Baird. Voorts is er ook de documentaire 666 The Omen Revealed (46') en een kort item Curse and Coincidence waarin de betrokkenen herinneringen ophalen aan allerlei fatale ongevallen tijdens de opnamen. 'Ik geloof echt dat de duivel niet wilde dat deze film werd gemaakt', zucht een van de op de proef gestelde medewerkers. Verder ook interviews waarin Jerry Goldsmith uitleg verstrekt bij zijn muzikale motieven. Goldsmiths score (voor de drie films) is opgevat als een soort Carmina Burana uit de hel, en draagt in grote mate bij tot de overweldigende sinistere bombast. De extra's van de twee vervolgfilms blijven beperkt tot de drie trailers en één doorlopend commentaar (van producer Harvey Bernhard bij deel II uit 1978 en van regisseur Graham Baker bij deel III uit 1981).